Veel scholen benutten geboden levensbeschouwelijke ruimte te weinig

Kinderen van de reformatorische Rehobothschool te Opheusden. beeld VidiPhoto

Het schoolplan nieuwe stijl biedt scholen nog meer mogelijkheden om vanuit de levensbeschouwelijke grondslag het onderwijs en de opvoeding te doordenken en te beschrijven. Mogelijkheden die op veel scholen nog onvoldoende worden benut, constateren drs. Dick Both en Alex de Bruijn.

Zij die scholen in het buitenland hebben bezocht, weten hoe uniek de Nederlandse situatie is. Nergens ter wereld is er zoals in Nederland sprake van een grondwettelijke verankering van vrijheid van onderwijs. Nergens vind je zoveel vrijheid van richting en inrichting. Nergens krijgen scholen zo veel ruimte om het onderwijs vorm te geven volgens hun levensbeschouwelijke grondslag.

Binnen die grondwettelijk geboden ruimte is er tevens sprake van deregulering en autonomievergroting. Geen dik curriculumboek, zoals in bijvoorbeeld de Scandinavische landen en Groot-Brittannië, maar enkele pagina’s met inhouden die onderwezen moeten worden. Meer wat dan hoe. Naast de ruimte die er is om het onderwijs vorm te geven volgens de levensbeschouwelijke grondslag is er dus ook veel ruimte om het onderwijs in te vullen vanuit de onderwijskundige visie.

Het zijn juist deze aspecten –waar de school voor staat en voor gaat– die scholen in nauwe samenspraak met leerlingen, teamleden, ouders, bestuur en toezicht, kerken, plaatselijke overheid en andere betrokkenen elke vier jaar (door)ontwikkelen en beschrijven in het schoolplan. Ook het komend schooljaar staan scholen weer voor deze uitdaging. Deze keer mogen scholen dat doen volgens de nieuwe voorschriften die gelden sinds 1 juli 2017.

Het schoolplan nieuwe stijl biedt christelijke en reformatorische scholen nog meer mogelijkheden om vanuit de levensbeschouwelijke grondslag het onderwijs en de opvoeding van onze kinderen te doordenken en te beschrijven. Mogelijkheden die in de praktijk, zo constateren we, op veel scholen nog onvoldoende worden benut.

Oproep

„Veel scholen hebben serieuze ambities en een uitgesproken visie op onderwijskwaliteit”, zo lezen we in de nota van de inspectie over het nieuwe schoolplan. „Deze scholen spannen zich in om een goede school te zijn. De bedoeling van het nieuwe schoolplan is dat u als bestuur en school laat zien wat uw school zelf aan kwaliteitseisen stelt en hoe u wilt voldoen aan de basiskwaliteit.” Geen lijst met instructies, maar vooral een oproep om als bestuur en school(gemeenschap) te doordenken en te beschrijven wat voor een christelijke, reformatorische school goed onderwijs, goede vorming is.

Een dergelijke oproep van de rijksoverheid en onderwijsinspectie in een land met een werkelijk unieke vrijheid van onderwijs verdient het om met beide handen aangegrepen te worden. Deze kans mag geen bestuurstafel, geen directieoverleg of teambespreking ongemerkt voorbijgaan. Het is een aansporing voor ieder schoolteam om in de spiegel te kijken en zich de vraag te stellen hoe de levensbeschouwelijke grondslag zichtbaar wordt in de onderwijskundige visie en het daaruit voortvloeiende onderwijskundig handelen. De ouders mogen als de uiteindelijke dragers van de vrijheid van onderwijs in dat proces niet buiten beeld blijven. Zij leggen een belangrijke opdracht in vertrouwen bij de school.

Wij mogen veel besturen en teams begeleiden in dit proces en merken dat vooral het praktisch invullen van wat we de komende jaren gaan doen –het ”wat”– energie geeft. Dergelijke (praktische en concrete) keuzes kunnen echter niet zonder een fundament, een antwoord op het ”waarom” en het ”waartoe”. Dat vraagt dieper gaande bezinning. Dat plaatst voor fundamentele vragen: Waarom bestaat onze school eigenlijk? Wat dreef de oprichters om zich in te spannen onze school op te richten? Wat gaat onze omgeving missen als onze school ophoudt te bestaan? Waartoe leiden we onze leerlingen op? Om welke resultaten gaat het ons eigenlijk? Wanneer kunnen we dankbaar terugkijken op de schoolloopbaan van onze leerlingen? Wat willen we hun ten diepste meegeven? Wat is ons mens- en kindbeeld? Geen makkelijke vragen, waarop al helemaal geen makkelijke antwoorden gegeven kunnen worden. Het is van niet te onderschatten belang om, zeker aan het begin van een nieuwe schoolplanperiode, tijd te nemen voor een diepgaande en reflectieve dialoog.

Vertaalslag

En als we (weer) scherp hebben waarom onze school bestaat en waartoe wij onze leerlingen opleiden en vormen, kan die praktische vertaalslag niet achterwege blijven. Wat is er nodig op onze school, in onze interactie met leerlingen en met elkaar, om dat te bereiken? Dan komen we vanzelf bij het hoe en het wat, maar dus wel nadat het waarom en het waartoe collectief besproken zijn en beleefd worden.

Onze overheid bekostigt anno 2018 niet alleen ons onderwijs volledig, maar biedt specifieke scholen met hun eigen historie en grondslag zelfs de ruimte om eigen ambities te formuleren, gebaseerd op een levensbeschouwelijke en onderwijskundige visie. Daarom is er veel reden tot dankbaarheid. Het nieuwe schoolplan gaat hopelijk een impuls geven aan het echte gesprek met alle betrokkenen over onze scholen en ons onderwijs. Dat mag het komende schooljaar best enkele vakantiedagen en wat denkwerk kosten!

De auteurs adviseren scholen bij beleidsontwikkeling vanuit hun organisatieadviesbureaus Turn Around; leiderschap gevraagd! en Principium Advies.