Toets onderwijsvorm kritisch aan eigen identiteit

beeld ANP ANP

De scholen zijn weer begonnen: tijd om de onderwijskoers kritisch te doorlichten, stelt Alex de Bruijn.

Het gros van de Twitterberichten die ik lees doen me niet zo veel. Laatst las ik een tweet die daarop een duidelijke uitzondering vormt. „De scholen zijn weer begonnen, maar waarom?” Op het eerste gezicht een overbodige, en voor sommigen wellicht een beledigende vraag.

Onderwijsmensen zetten zich dagelijks met hart en ziel in voor jonge mensen en doen dat niet uit winstbejag of carrièredrang. Er zijn er zelfs die het vak als een roeping ervaren. Sterk identiteitsgebonden instellingen hebben daarbij een duidelijk hoger doel. Het is toch zonneklaar waarom deze scholen ongeveer veertig weken per jaar met jonge mensen bezig zijn?

Zonder iets af te willen doen aan de inzet, motivatie en deskundigheid van onderwijsmensen betwijfel ik of ze zich voldoende bewust zijn van het waarom van hun handelen en of ze regelmatig genoeg het gesprek daarover voeren met hun collega’s.

Ik ben ervan overtuigd dat het meer stellen van de waaromvraag schoolteams beter zicht geeft op het bestaansrecht van hun school. Bovendien brengt het een bewustwording op gang over de diepste drijfveren achter hun handelen. Alle schoolteams in Nederland kunnen denk ik vrij vlot aangeven wat ze dagelijks doen. Heel veel teams staat het daarbij ook wel helder voor ogen hoe ze dat doen. Maar ik vraag me af of de mensen die deze teams bevolken zich voldoende bewust zijn waarom ze doen wat ze doen.

Prioriteit

Onderwijsmensen zijn vaak praktisch, en daardoor meer gericht op activiteiten dan op reflectie. Het is dan logisch dat veel schoolteams bij het nadenken over onderwijs beginnen bij het wat en via het hoe terechtkomen bij het waarom. Willen scholen met betrekking tot zowel de identiteit als de kwaliteit echt het verschil maken, en christelijke scholen zijn dat aan hun stand verplicht, dan moet die volgorde omgedraaid worden. Daar ligt een taak voor de leidinggevende. Begin met het waarom en voer van daaruit het gesprek over het hoe en het wat, want wie een waarom heeft kan bijna elk hoe (en wat) verdragen, zoals een bekend filosoof eens schreef.

Een waaromgesprek zorgt ervoor dat scholen bij de essentie van hun bestaan terechtkomen. Ik ben benieuwd hoe het onderwijs er op een school uit zou zien als schoolteams in gedachten de bestaande praktijk resetten en met elkaar in gesprek zouden gaan over het waarom. Wellicht zou het team uitkomen bij hetzelfde onderwijsconcept, maar dan diep doordacht en gemotiveerd. Ik kan me ook voorstellen dat scholen vanuit de waaromvraag bij een ander onderwijsconcept uitkomen. Dat zou betekenen dat ze in de huidige situatie hun overtuiging dagelijks geweld aandoen. In beide gevallen lijkt het me de moeite waard om er aandacht aan te besteden.

Scholen met een uitgesproken christelijk profiel hebben een vast en waardevol ingrediënt voor een waaromgesprek: hun levensbeschouwelijke identiteit. Dat zorgt voor voeding en sturing. Het opent ook vensters, niet alleen naar deze wereld, maar ook naar Gods Koninkrijk.

Vragen die dan opkomen zijn: In hoeverre zijn vorming en onderwijs op onze school een venster naar de hemel? Waar raakt ons dagelijks bezig zijn de eeuwigheid? Hoe zorgen we ervoor dat onze identiteit een impuls geeft aan de kwaliteit van ons onderwijs, en dan met name aan de vorming van onze leerlingen? Het gaat erom dat de identiteit van de school het hoe en het wat beïnvloedt. Niet alleen tijdens de Bijbelles, maar door het hele onderwijs heen.

Bouwstenen

Een ander vast ingrediënt in een gesprek over het waarom is de taak waar scholen zich voor geplaatst zien: het geven van onderwijs. Enkele vragen die hierbij gesteld kunnen worden zijn: Bereidt ons onderwijs de leerlingen adequaat voor op de maatschappij waarin ze terechtkomen? Past de vorm van ons onderwijs bij de inhoud die ons voor ogen staat? Hoe verhouden zich onderwijs en vorming ten opzichte van elkaar op onze school? Welke elementen in ons onderwijs bevorderen het gemeenschap-zijn en welke elementen werken daarin belemmerend?

Het zou goed zijn als schoolteams deze vragen op hun teamkamertafel leggen om er intensief met elkaar over door te spreken. Ik denk dat een dergelijke dialoog meer van-hart-tot-hartgesprekken – en minder van-hoofd-tot-hoofdgesprekken oplevert. Bovendien zal het ook nog eens waardevolle bouwstenen opleveren voor de nieuwe schoolplanperiode die dit schooljaar begint.

De auteur is senior managementadviseur bij Driestar managementadvies.