Theologenblog: Zelfontplooiing trekt geestelijk jasje aan

Theologenblog
beeld Peter Leenhouts

Uiteraard laten christenen zich niet leiden door de hoge standaarden in de wereld. Die leven immers van genade en klagen liever over normvervaging. Totdat je ontdekt dat zelfontplooiing en prestatiedwang in deze omgeving een geestelijk jasje aantrekken voor ze diep in het leven doordringen.

Streng was tv-presentator Olcay Gülsen in haar veroordeling van overgewicht naar aanleiding van de introductie van de plussize-paspoppen bij Nike in Londen. Nog strenger waren vervolgens de reacties daarop. En nog weer andere normen klonken door in berichtgeving over de mentale gevolgen van een hoge studielening. Dagelijks passeren zo tientallen berichten met een sterke onderliggende boodschap: „Zo zou je er eigenlijk uit moeten zien!” „Dat zeg je niet!” „Dit zou je eigenlijk moeten presteren!” „Kijk uit dat je niet faalt!”

Verhoogde stress en druk, vooral bij en op jongeren, trekt meer en meer de aandacht. Onlangs resulteerde dit in het maatschappelijke initiatief Coalitie-Y. Het hoge leef-tempo van deze generatie maakt dat daarbij vaak wordt gekeken naar externe factoren: gebruik van sociale media, de neiging vrije tijd helemaal vol te plannen, verhoogde studiedruk, de gegroeide onzekerheid door nuluren- en flexcontracten, en gebrekkige kansen op de woningmarkt. Verlicht de druk, leer jongeren hun tijd verstandig te besteden, schaf het leenstelsel af en geef mensen taken die aansluiten op hun ambities en competenties, luidt het devies. Dan nemen de mentale en fysieke klachten vanzelf af.

Inderdaad zijn dit verstandige maatregelen. Tegelijk maken ze geen einde aan de onderliggende, ziekmakende paradox in onze cultuur. Die paradox is dat de moderne, westerse mens nog nooit zo vrij is geweest in keuze van beroep, partner, woonplaats en tijdbesteding. Alles lijkt vrij en maakbaar. Maar tegelijk is dat bestaan nog nooit zo ingesnoerd door normen waaraan moet worden voldaan.

Alle eerste levensbehoeften zijn vervuld. Dus komt nu alles aan op de manier waarop jij – vrij wezen – je leven ontplooit en vormgeeft. „Jij moet iets met je leven!” luidt de boodschap. Waarna er een batterij aan bedrijven, overheden, leidinggevenden, influencers, leraren, ouders, vrienden en anders hulpverleners klaarstaan om je dat in te peperen. Is het niet via een reclame, spreadsheet of zelfevaluatieformulier, dan wel in een gesprek of appje. Zodat je tenslotte zelf je strengste toezichthouder wordt en je leven met schema’s en apps aan je hoge idealen afmeet.

Uiteraard doen christenen hieraan niet mee. Die leven immers van genade en klagen liever over normvervaging in de wereld. Totdat je ontdekt dat zelfontplooiing en prestatiedwang in deze omgeving een geestelijk jasje aantrekken voor ze diep in het leven doordringen. Ook in het christelijke onderwijs is tellen weten. Kerkelijke gemeenschappen zijn doordrenkt van wat je vooral moet doen en beleven – of juist niet. Delen van goed gedrag blijkt een uiterst effectieve vorm van socialisatie. En voor je het weet verworden zondagsrust, stille tijd en retraites tot een middel dat je in staat stelt vervolgens nog harder te lopen.

Op den duur zal zowel buiten als binnen de kerk de wal het schip wel keren. Zoals het Kinderwetje van Van Houten en de invoering van de maximumsnelheid de uitwassen van industrialisatie en automobiliteit gedeeltelijk wisten te keren. De aandacht voor problemen als overprikkeling en burn-out neemt toe. Zelfs in de Verenigde Staten liggen techreuzen als Google en Facebook onder vuur. Wellicht de eerste tekenen dat de slavendienst aan een zelfontplooiingsideaal dat te diep in het privéleven ingrijpt, een halt wordt toegeroepen.

Toch kan het geen kwaad intussen alvast een poging te wagen een voorbeeld te nemen aan de Heer. Hij is écht genadig. Van Hem leert een mens leven van de geef; de zin van leeg zijn en nietsdoen; het besef dat het bestaan in de kern volstrekt niet maakbaar is. Echt genadig zijn dus. Voor anderen, en niet minder voor jezelf. En dat, zo kan ik uit ervaring vertellen, is nog een hele klus.

Koert van Bekkum is hoofddocent Oude Testament. Hij schrijft dit artikel als lid van de gezamenlijke onderzoeksgroep BEST (Biblical Exegesis and Systematic Theology) van de Theologische Universiteiten in Apeldoorn en Kampen.