Theologenblog: Wijsheid van patriarch Sahak Masalyan verdient navolging

Theologenblog
Op 29 mei klonk vanaf de minaretten van de Hagia Sophia in Istanbul voor het eerst in lange tijd weer een gebed. beeld AFP, Ozan Kose

Op 29 mei klonk vanaf de minaretten van de Hagia Sophia in Istanbul voor het eerst in lange tijd weer een gebed. President Erdogan liet de eerste soera van de Koran reciteren. Dat is een gebed aan Allah om de gelovigen op de rechte weg te leiden. Dit is een illustratie bij een wereldwijde ontwikkeling: neoliberale samenlevingen, waarin religie vooral iets van het individu en voor achter de voordeur is, veranderen in samenlevingen waarin regeringsleiders weer nadrukkelijk religieuze symbolen gebruiken. Hoe moeten gelovigen zich tot die verandering verhouden?

Vorige week stelde de Armeens-Apostolische patriarch van Constantinopel, Sahak Masalyan, voor om de Hagia Sophia om te vormen van museum tot gebedshuis voor moslims en christenen (ND, 16-6). Zijn voorstel getuigt van wijsheid die navolging verdient.

Het reciteren van de Koran vanaf de Hagia Sophia gebeurde ter gelegenheid van de viering van de verovering van Istanbul door de Ottomanen, in 1453. Erdogan gaf daarmee een duidelijke boodschap af: Turkije is onder zijn leiding geen seculier, maar een islamitisch land. De monumentale architectuur van de Hagia Sophia wordt gebruikt om die politieke boodschap uit te dragen. En daarmee doet het gebouw wat het sinds zijn oprichting gedaan heeft.

Toen keizer Constantijn de Grote in het jaar 324 zijn rivalen verslagen had en alleenheerschappij over het Romeinse Rijk had verkregen, begon hij door heel het rijk monumentale christelijke kerken te financieren. In Rome was hij voorzichtig. Daar moest hij rekening houden met een machtige oude garde die nog weinig van het christendom moest hebben. Maar in de nieuwe stad die hij in het oosten stichtte en die zijn naam (Constantinopel) droeg, werden kerken een bepalend onderdeel van het stadsbeeld. Kerken als politiek symbool van de nieuwe machthebber.

De huidige Hagia Sophia dateert van enkele eeuwen later, maar staat in dezelfde traditie. Ze is gebouwd door keizer Justinianus I (482-565), die niet alleen de Hagia Sophia na een brand grootser herbouwde dan zij ooit geweest was, maar ook grote delen van het oude Romeinse Rijk heroverde op de Goten en Vandalen.

Het was dan ook niet meer dan logisch dat de Ottomanen na hun verovering van Constantinopel, alias Byzantium, het gebouw ombouwden tot moskee, om te laten zien wie er nu de macht had. En in diezelfde lijn paste de beslissing van Atatürk, in 1934, om het gebouw tot museum te bestempelen. In zijn seculiere Turkije golden moskeeën en kerken als toeristische trekpleisters, monumenten van menselijke bouwkunst en spiritualiteit. Wat daar van godswege gezegd werd, mocht in de samenleving geen gezag hebben.

Die seculiere samenleving staat echter onder druk. In Amerika poseert een president met de Bijbel in de hand voor een kerk. Hij suggereert zo dat Amerika toebehoort aan de blanke christenen die het land enkele eeuwen geleden veroverden. In Rusland betuigt president Poetin zijn steun aan de Russisch-Orthodoxe Kerk; hij maakt daarmee een soortgelijk nationalistisch-politiek statement. India verandert in rap tempo in een hindoeïstisch land, waar voor andere godsdiensten geen ruimte is. En Engeland heeft Europa kunnen verlaten mede dankzij de steun van christenen die de brexit als opmaat beschouwen tot herstel van de christelijke natie (en wereldmacht) die het Verenigd Koninkrijk vanouds is geweest.

Het is bemoedigend om te zien dat religieuze leiders hun stem laten horen tegen dit politieke gebruik van de godsdienst. Kerken en moskeeën doen er goed aan weer nadrukkelijk in de publieke ruimte te treden, om te laten zien dat ze geen musea zijn, maar open gemeenschappen van mensen die samenkomen om te bidden. Gemeenschappen die hun historische gebouwen niet opeisen voor hun eigen godsdienst, maar ze voor iedereen openstellen, om met hen het gesprek aan te gaan op basis van gelijkwaardigheid, en niet vanuit een positie van macht.

De auteur is promovendus Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit Kampen. Hij schrijft dit blog als lid van de gezamenlijke onderzoeksgroep BEST (Biblical Exegesis and Systematic Theology) van de Theologische Universiteiten in Apeldoorn en Kampen.