Theologenblog: Wie kent er nog Duits?

Theologenblog
beeld TUA, Melle Rozema

Het is hoog tijd dat de overheid de geesteswetenschappen dient met een ‘pretpakket’ om de bestudering van vreemde talen in Nederland te stimuleren.

Veel theologische literatuur komt tegenwoordig uit de Angelsaksische wereld. Terwijl anderhalve eeuw lang de Duitse theologie in het theologisch debat met maatgevend werk de toon voerde, is de focus binnen enkele decennia verschoven naar de Engelstalige landen.

Deze gewijzigde oriëntatie heeft verschillende effecten. Een ervan is dat er nog nauwelijks Duitstalige werken gebruikt worden. Als er Duitse auteurs geciteerd worden, is dat vaak omdat zijn/haar werk vertaald is in het Engels. Duitstalige werken uit verleden en heden worden nauwelijks geciteerd in de oorspronkelijke taal, omdat onderzoekers vaak de vaardigheden missen om een boek in het Duits te lezen zonder veel tijd kwijt te zijn, of omdat een schrijver überhaupt geen Duits kent. Veel belangrijk onderzoeksmateriaal blijft hierdoor buiten beeld.

Het manco van het ontbreken van vaardigheid in de Duitse taal is niet alleen een probleem voor de Engelstalige wereld. Ook in Nederland nemen de beheersing van het Duits en het taalgevoel in het algemeen af onder de bevolking. Veel middelbare scholieren kiezen niet meer voor de talen, maar voor economische en exacte vakken. Kiezen voor een pakket met talen als Duits en Frans als richtpunt is volgens velen een keuze voor een ”pretpakket”. Een economische of exacte richting sorteert voor op een opleiding die baangarantie geeft en waarschijnlijk veel verdienste gaat opleveren. Jongeren vinden Engels nog belangrijk en behapbaar, omdat de beheersing van deze taal geleidelijk is ontwikkeld door onder andere online presentie. Duits vraagt om inspanning en regelmatig ”stampwerk” en is daardoor minder aantrekkelijk.

Nu is Duitsland al vele jaren de belangrijkste handelspartner van Nederland en ook Frankrijk en China staan hoog genoteerd. Talen zijn belangrijk voor de handel: je maakt een goede en misschien zelfs betere indruk als je de taal van je handelspartner spreekt. Daarnaast schreeuwt het onderwijs om docenten in de talen, vanwege een groot verloop en een oplopend tekort aan leraren in deze vakken. Toch stimuleert de overheid de talen niet. Kenmerkend daarvoor was een tweet van het UWV: letterkunde wordt nog net niet door de instantie ontraden, maar het zou dom zijn voor aankomende studenten om deze richting te kiezen als ze graag een baan zouden willen met een goed salaris.

Een ander voorbeeld was het voorstel van het ministerie van Onderwijs om het schreeuwende tekort aan extra middelen bij de bètafaculteiten voor een deel weg te halen bij de geesteswetenschappen. Blijkbaar is ook de overheid vooral gericht op baangarantie en opbrengsten. Het effect van deze ontwikkeling laat zich raden. We krijgen een generatie die behendig is met getallen en techniek maar die dat lastig kan verkopen aan zijn Duitse, Franse of Chinese buurman. Met een variatie op een uitspraak van Pieter Derks: twee miljoen econometristen en geen enkele tolk.

Is hier iets tegen te doen? Misschien hebben letterkundigen en geesteswetenschappers de laatste decennia te weinig de waarde van hun vak laten zien aan het grote publiek. Die ligt niet zozeer in zichtbare resultaten als geld of uitvindingen, maar in wat vroeger ”Bildung” heette: in staat zijn tot goede communicatie en kritisch denken en tal van verschijnselen in een breder cultureel kader kunnen plaatsen. De omgang met literatuur en poëzie is daarin buitengewoon vormend. Die leren je niet alleen een vreemde taal te spreken en te schrijven, maar reiken je ook een visie op de werkelijkheid aan die helpt om overal kritisch op te reflecteren.

De bestudering van talen als het Duits levert het onderzoek en de samenleving uiteindelijk veel op, al is de opbrengst niet altijd in harde munt uit te drukken. Hoog tijd dus dat de overheid de geesteswetenschappen dient met een ”pretpakket” om de bestudering van vreemde talen in Nederland te stimuleren.

De auteur schrijft dit blog als lid van de gezamenlijke onderzoeksgroep BEST (Biblical Exegesis and Systematic Theology) van de Theologische Universiteiten in Apeldoorn en Kampen. >>rd.nl/theologenblog