Theologenblog: nieuwtestamenticus Dunn hielp Paulus’ brieven beter te begrijpen

Opinie

James Dunn, de theoloog die afgelopen vrijdag overleed, was een monument. Myriam Klinker brengt zijn erfenis in kaart.

Afgelopen vrijdag overleed op tachtigjarige leeftijd James Douglas Grant Dunn – Jimmy voor zijn vrienden –, Brits nieuwtestamenticus van formaat. In de reacties op het verdrietig bericht van zijn overlijden springen twee dingen in het oog: zijn warme persoonlijkheid en de rijkdom van zijn geestelijke erfenis.

Die erfenis wordt gekenmerkt door groot overzicht over het ontstaan van het christendom en discussies in het onderzoek daarnaar. Daarvan getuigt de driedelige serie ”Christianity in the Making” (2003–2015), zowat zijn bekendste werk. In drie lijvige boekwerken beschrijft Dunn de impact die Jezus op zijn tijdgenoten had en vervolgens de groei van de christelijke gemeenschappen tot ver in de tweede eeuw.

Hij laat onder meer zien waar de uitdagingen liggen op het gebied van het onderzoek naar de historische Jezus. Wat weten we eigenlijk van Jezus en hoe krijgen we daar toegang toe? Wat betekent dit voor de theologie?

Of hij herwaardeert het belang van de kerk in Jeruzalem en de belangrijke rol die personen als Petrus en Jakobus daarbij gespeeld hebben. Ook draagt hij bij aan het debat over het uiteindelijk uiteengaan van jodendom en christendom, het zogeheten ”parting of the ways”.

Zo is het ook met zijn andere werk: het wordt gekenmerkt door overzicht en inzicht, het is breed én diepgaand.

Wat de interpretatie van Paulus betreft, had Dunn aanzienlijk invloed. Hij was zijn tijd vooruit met het vragen van aandacht voor de dimensie van de Geest in Paulus’ theologisch denken en gaf zo een vernieuwende impuls aan de charismatische en pinkstertheologie.

Daarnaast geldt hij, samen met E. P. Sanders en N. T. Wright, als een belangrijke vertegenwoordiger van het zogeheten ”New Perspective on Paul” – nieuw ten opzichte van Luthers visie, die lange tijd de Paulusinterpretatie gestempeld heeft. In de jaren zeventig publiceerde Sanders een boek waarin hij de gangbare ‘wettische’ kijk op het jodendom uit Paulus’ tijd corrigeerde. Dunn haakte daarbij aan: wat bedoelde Paulus precies wanneer hij aan zijn gemeenten schrijft dat rechtvaardig worden niet via de wet gaat? Want als het wettische beeld van het Jodendom niet klopt… hoe functioneerde de wet voor de Joden in die tijd dan wel?

Volgens Dunn verwijst de uitdrukking ”werken van de wet” bij Paulus meestal naar de besnijdenis, bepaalde voedselwetten en bepalingen rondom de sabbat. Aan de hand van deze wetten bakenden Joden in hun vaak niet-Joodse omgeving hun identiteit af. Anders gezegd: deze wetten markeerden een grens tussen wie wel en wie niet tot het uitverkoren volk behoorde. Het houden van de wet functioneerde dus niet als een middel om rechtvaardig te worden, maar als een aanduiding dat men behoorde tot Gods volk.

De christelijke gemeenschappen in de diaspora – Paulus’ werkterrein – waren gemengd: christenen met Joodse achtergrond én met niet-Joodse achtergrond vormden samen één gemeenschap in Christus. In zijn brieven (voornamelijk Romeinen en Galaten) zie je Paulus midden in deze werkelijkheid de discussie aangaan over wat nog de geldingskracht van deze ”identity markers” is voor christenen met een niet-Joodse achtergrond. Zijn antwoord is onomwonden: „In het evangelie openbaart zich dat God enkel en alleen wie gelooft als rechtvaardige aanneemt” (Romeinen 1:17a). Je christen-identiteit, zegt Paulus eigenlijk, is verankerd in je geloof in Christus – niet in de uiterlijke tekenen van de Joodse wet. Met andere woorden: niet-Joden hoeven niet eerst Joods te worden om toe te treden tot het volk van God.

Het New Perspective leidde tot flinke discussie en tal van variaties op de door Dunn gedane voorstellen, vooral over de interpretatie van gegevens uit de brieven, maar ook over de dogmatische implicaties daarvan.

Tegelijk zien zowel voor- als tegenstanders het als Dunns grote verdienste dat zijn werk helpt Paulus’ brieven te begrijpen tegen de specifieke achtergrond van Paulus’ werkveld en de theologische problemen die zich ter plekke aandienden. Wellicht was ook Paulus zelf hier wel blij mee geweest!

Myriam Klinker-De Klerck is universitair docent Nieuwe Testament. Zij schrijft dit artikel als lid van de gezamenlijke onderzoeksgroep BEST (Biblical Exegesis and Systematic Theology) van de Theologische Universiteiten in Apeldoorn en Kampen