Theologenblog: Missionaire kracht in kerkelijke zwakte

Theologenblog
beeld TUA, Melle Rozema

Als de verwondering over Gods genade en de lofprijzing daarvoor het leven niet dragen, wordt elke missionaire praktijk een menselijk ideaal.

Laat de kerk van de nood een deugd maken. Dat is de stelling van het proefschrift van Daniël Drost, waarop hij vorige week cum laude promoveerde aan de Vrije Universiteit: ”Diaspora as Mission. John Howard Yoder, Jeremiah 29 and the Shape and Mission of the Church”.

Nu de kerk geen machtsfactor meer vormt, heeft ze de kans te laten zien waar het in het leven met God op aankomt: trouw zijn en leven met Hem. Meer dan op woorden komt het aan op praktijken. Volgens de mennonitische theoloog John Howard Yoder, wiens werk door Drost wordt geanalyseerd, dient de boodschap van de profeet Jeremia aan het Joodse volk in Babel daarvoor richtinggevend te zijn: „bouw huizen, leg tuinen aan, drijf handel.” Kortom: leef op de plek waar je terechtgekomen bent, in de verstrooiing, en bidt ondertussen om vrede voor de stad en zoek het goede voor de mensen om je heen.

Precies dáár zal de missionaire kracht van de kerk moeten liggen: in de manier waarop ze het geloof in de praktijk brengt, contacten legt en er wil zijn voor de mensen om zich heen. Op dat punt kan de kerk dus volgens Yoder – en Drost – in de leer gaan bij het Joodse volk, dat zijn identiteit in de diaspora bewaarde. De kracht daarvoor lag niet allereerst in een bijzonder geloof, maar in een bijzonder leven. Dat past helemaal bij het ideaal van een missionaire kerk vandaag: laat de praktijk van het leven met God de boodschap zijn.

Dat is een prachtig uitgangspunt, maar heeft ook een schaduwkant. Wie consequent denkt vanuit een hoog ideaal over het leven van de gemeente, als middel om de boodschap zichtbaar te maken, zal vroeg of laat in botsing komen met de keiharde werkelijkheid. Die ziet er helaas vaak anders uit. Niet voor niets is er in de missionaire literatuur aandacht voor het gevaar dat met name missionaire pioniers kan bedreigen: uitgeput raken door voortdurend met dit hoge ideaal te willen leven.

Om die reden werd de dag na de promotie in een klein symposium nagedacht over het thema ”Recovering from Ecclesial Idealism”. Laat de kerk zich niet alleen richten op een ideaalbeeld van gemeenteleven, maar betrek in je visie op de kerk ook het geleefde leven, waarin zwaktes en mislukkingen zijn. Voor wie zich voortdurend wil laten inspireren door idealistische motieven, is dat niet eenvoudig. Maar het is beslist nodig. En gelukkig is daar ook ruimte voor in de gemeente die leeft van de boodschap van genade en vergeving.

Hoe blijven die beide bij elkaar: het hoge ideaal van een gemeente die Gods liefde zichtbaar maakt en de werkelijkheid dat ieder in die gemeente alleen in leven kan blijven door Gods genade? Wellicht kan ook op dat punt de Joodse praktijk een handreiking zijn.

In het Jodendom is er voortdurend aandacht voor de vraag naar de praktijk van het leven met God. Meer dan over denkbeelden gaat het in onderlinge discussies over de toepassing van de Thora in het gewone leven. Daarop spreekt men elkaar aan en daarop is men gericht. Tegelijk weet ik van de Joden die ik ken en die zo leven dat zij daarin volkomen ontspannen zijn. Alles wat wij doen, is overkoepeld door Gods verkiezende liefde. En de hoogste manier om dat te laten merken, is dan ook om God daarvoor groot te maken. In de doxologie, de lofprijzing, krijgt het leven met God op de beste manier gestalte.

Is dat missionair? Ik wil die vraag omdraaien. Als de verwondering over Gods genade en de lofprijzing daarvoor het leven niet draagt, wordt elke missionaire praktijk een menselijk ideaal. Juist in de doxologie zal zichtbaar en hoorbaar worden waar de bron van deze praktijk te vinden is. Daar ligt de missionaire kracht in onze kerkelijke zwakte.

De auteur is universitair docent Nieuwe Testament en Judaica aan de Theologische Universiteit Apeldoorn. Hij schrijft dit blog als lid van de gezamenlijke onderzoeksgroep BEST (Biblical Exegesis and Systematic Theology) van de Theologische Universiteiten in Apeldoorn en Kampen.