Synode 1618 dwingt ook reformatorische kerken naar binnen te kijken

Jaarwisseling

Valt er wat te leren van het verleden? Amerikadeskundige Maarten van Rossem schreef er een boek over: ”Heeft geschiedenis nut?” Hij is daar somber over, want elk jaar zal weer anders zijn en geschiedenis herhaalt zich toch niet.

Voor velen is de geschiedenis niet langer dan hun timeline op Facebook of Twitter. Die functioneert als een geïllustreerde semipublieke agenda en gaat hooguit een aantal jaren terug. Maar ja, als er toch niets te leren valt van je geschiedenis, waarom zou je dan onthouden wat er gisteren gebeurde?

Nationale Synode

Dagbladen zijn permanente geschiedschrijvers en hun websites vormen de archiefkasten van de laatste decennia. Ze trekken zich niets aan van Maarten van Rossem en blikken graag in het verleden.

Denk aan de Reformatieherdenking van afgelopen jaar. Ook al leverde die niet meteen nieuwe inzichten op over Luther, er was wel veel aandacht voor de hervormer en zijn werk. Het is pijnlijk om te zien hoe weinig er vijf eeuwen later resteert van zijn gedachtegoed. De breuklijnen die de Reformatie aan het licht bracht, zijn bij veel herdenkingen dichtgepleisterd alsof het om kleine barsten ging in plaats van diepe kloven.

Dat zou toch een les moeten zijn voor de grote kerkhistorische herdenking die in 2018, Deo volente, veel aandacht zal krijgen. Vier eeuwen geleden vond de Nationale Synode van Dordrecht plaats. Daarbij ging het ook om een diepgravend meningsverschil over de uitverkiezing, de verlossing van zondaren en de volharding van de gelovigen.

Vrije wil

Een centraal thema bij de Dordtse synode was de vraag of de mens zelf voor God kan kiezen of niet. Is bekering een daad die van de mens uitgaat of is het louter Gods genade? En als dat laatste het geval is, waarom heeft God de bekering dan zo nadrukkelijk als eis geformuleerd? Die vragen zijn nog even actueel als in 1618. Niet alleen in pinkstergemeenten maar ook binnen de kerken die zich achter de Drie Formulieren van Enigheid scharen.

Komend jaar zal wordt er bij de herdenking opnieuw een nationale synode in Dordrecht gehouden, waarbij de nadruk zal liggen op de eenheid onder christenen. De stichting die zich daarvoor inzet, beoogt te komen tot een Verbond van Protestantse Kerken. Een nobel streven, want er wordt vaak te licht gedacht over de zonde van kerkelijke verdeeldheid. Die is in strijd met het gebed van Christus als Hogepriester: „opdat zij allen één zijn” (Joh. 17:21) en die verzwakt het geluid van christenen in de samenleving. De schade daarvan is, volgens de uitleg van de kanttekeningen, dat de mensen die nog niet geloven daardoor niet aangelokt worden om Christus voor de ware Messias en Zijn leer voor een goddelijke leer te erkennen en aan te nemen.

Helaas ziet het er niet naar uit dat deze bonte groep geloofsgemeenschappen van de nationale synode gezamenlijk de Dordtse Leerregels zullen erkennen. Wat is dan voor hen de les van de geschiedenis uit 1618 en 1619? De synode die destijds bijeenkwam, was eveneens gericht op eenheid in belijden, maar niet door een belijdenistekst te formuleren waar iedereen zich in kon vinden. In plaats daarvan werden dwalingen scherp veroordeeld. Over de remonstranten zeggen de acta dat „alle hunne handelingen altijd vol streken, bedrog en bedriegerijen waren geweest” en dat ze daarom weggestuurd werden. De prijs voor eenheid is te hoog als dat betekent dat er water bij de wijn moet rond het vraagstuk van ”sola gratia” en ”sola fide”.

Het zou winst zijn als christenen in 2018 zich eens goed verdiepten in die historische vergadering en leerden van die geschiedenis. De verslagen ervan zijn tot in detail bewaard gebleven. Het is uniek dat er in het herdenkingsjaar weer zo’n nationale synode komt en dat er een gezamenlijke herdenking is door een groot aantal reformatorische kerken. Dan komen die acta en die oude belijdenisgeschriften goed van pas. Niet om bezoekers weg te sturen, wel om ze er kennis mee te laten maken en tot de inzichten te brengen die daarin zo mooi en Bijbels verwoord zijn. Alleen dat kan leiden tot gefundeerde katholieke eenheid en voorkomt dat de breuklijnen uit het verleden opnieuw oppervlakkig worden dichtgesmeerd.