Secularisatie dwingt kerk tot bezinning

„Wat is er met je aan de hand wanneer je je leven zonder God inricht en je Hem op geen enkele wijze mist? In welk proces ben je dan terecht gekomen?” beeld ANP/Sash Alexander ANP/Sash Alexander

Leven zonder God lijkt veel Nederlanders goed af te gaan. Het stelt de kerk voor wezenlijke vragen, betoogt dr. Sjaak van den Berg.

Wil de gemiddelde Nederlander nog iets met God te maken hebben? Deze vraag is brandend actueel, nu de auteurs van het onderzoeksrapport ”God in Nederland” concluderen dat onze samenleving bezig is met een seculier experiment. In een vorige editie van het rapport (2006) constateerden ze nog een groeiende interesse in spiritualiteit, maar daarin blijkt een kentering gekomen.

Nu is het nooit aan ons geweest of God bereikbaar is voor de gemiddelde Nederlander. We belijden dat het een wonder van God is als iemand tot geloof komt. De ervaring leert dat Hij een bepaalde ‘bedding’ wil gebruiken om zich te laten vinden; een gemeenschappelijk terrein waarop gelovigen en niet- of andersgelovigen elkaar ontmoeten. Via allerlei natuurlijke, alledaagse contacten en dankzij een overlap in het wereldbeeld, waardoor er een gesprek mogelijk is.

Er zijn altijd mensen geweest die het niet opbrachten om actief te participeren in het kerkelijk leven, maar bij wie de kerk op scharnierpunten in het leven weer in het vizier kwam. Als dorps­dominee en later ook als predikant in de stad was het mijn ervaring dat er ingangen ontstaan rondom een overlijden of een huwelijk; soms bij de geboorte van een kind. Maar ik zag het wel minder worden. Zeker in de stad.

Ook voor geregistreerde kerkleden was een dominee vragen bij de begrafenis geen automatisme. Het onderzoeksrapport laat op dit punt weinig ruimte voor optimisme. De kerk als ‘service-instituut’ dat door een kleine groep mensen plaatsvervangend in stand wordt gehouden en waar in noodgevallen een beroep op kan worden gedaan, is op z’n retour.

De religieuze kaart van Nederland roept het beeld op van een langzaam uitdrogende delta met veel kleine stroompjes. Het hoofdstroom van openbare leven wordt bepaald door het dogma van de seculariteit. Christelijk geloof is een optie, zij het voor veel mensen een tamelijk exotische, die vooral in de privésfeer gestalte kan krijgen. Mensen rooien het heel goed zonder de kerk en zonder geloof. God is minder belangrijk bij het einde van het leven en wordt niet gemist voor morele kanten van het leven. Ook als samenbindende factor is religie niet nodig. Geloven is steeds minder relevant. En het lijkt Nederland nog goed af te gaan ook.

Geen scheiding

Die situatie baart me veel zorgen. In de eerste plaats voor die gemiddelde Nederlander. Wat is er met je aan de hand wanneer je je leven zonder God inricht en je Hem op geen enkele wijze mist? In welk proces ben je dan terechtgekomen? Dat gaat mij aan het hart.

Ik denk dat we hier ook raken aan de belangrijkste vraag die het rapport op het bord van kerkenraden legt. Niet dat de kerk bij machte is om de situatie te veranderen, maar dit Nederland is wel de context waarin wij leven en geroepen zijn om het Evangelie te verkondigen. Dit is de plek ons door God gegeven, de roeping die wij hebben. Bid voor Nederland. Zet op de agenda van de kerkenraad de vraag: Hoe kan God ons hier en nu gebruiken?

Daarnaast is het ook zo dat de seculiere context de kerk diepgaand stempelt. Er bestaat geen scheiding tussen de gemeente van Christus en de cultuur waarin ze leeft. Ik doel dan niet in eerste instantie op de cijfers. Gelet op de statistieken is het dramatisch gesteld met de kerk als instituut. Dat wisten we al en dat wordt door dit rapport nog eens onderstreept. Vooral het fenomeen van innerlijke secularisatie –dat deels in cijfers gevangen is in het onderzoek– vraagt aandacht. Dan denk ik vooral aan het enorme verlies van relevantie van het geloof voor het leven van elke dag, in de keuzes die worden gemaakt. Je kunt bij een vragenlijst invullen dat geloof erg belangrijk voor je is, en tegelijkertijd niet goed weten wat geloof met je huwelijk, je werk of je portemonnee te maken heeft.

Uit de schemerzone

Juist de bezinning op dit punt heeft geleid tot een recente koerswijziging van de IZB, met de keuze voor het thema ”Discipelschap”. In gesprekken met kerkenraden en gemeenten stuiten we keer op keer op de vraag: Help ons om geloof te verbinden met het leven van elke dag. Help ons om Christus’ stem te verstaan in wat we moeten doen.

Voor velen is het niet duidelijk waar God is in hun dagelijks leven en wat Hij er überhaupt mee te maken heeft. Dan wordt het spreken over God in de werkelijkheid van je collega’s, buren en vrienden erg lastig. Daarbij is het de vraag hoelang je het geloven gemotiveerd volhoudt, als het in de praktijk nauwelijks betekenis voor je heeft, wanneer je het dagelijks gebed en de wekelijkse kerkgang laat versloffen. Hoeveel stappen ben je verwijderd van de levenshouding van de gemiddelde Nederlander voor wie het allemaal erg exotisch is?

De weerbarstigheid van de situatie, en de mate waarin seculariteit ons beïnvloedt, maken duidelijk dat we er niet komen met oppervlakkige ingrepen en veranderingen. Tijdens het lezen van het rapport wist ik één ding zeker: hier kan alleen God iets aan veranderen. We moeten uit de schemerzone treden waarin we de dingen zelf een beetje proberen op te lossen. Het vertrouwen op onze orthodoxie en dat het bij ons nog wel wat meevalt, kan echt niet meer. Alleen bij en door God zijn er mogelijkheden. En die zijn dan ook meteen heel groot. Tekenen daarvan zie ik wekelijks in het werk dat ik doe.

De auteur is algemeen directeur van zendingsorganisatie IZB binnen de Protestantse Kerk in Nederland. Hij was voorheen gemeentepredikant.