Residentiepauzedienst: Politicus moet lichtdrager zijn

Residentiepauzediensten
Beeld iStock

In de Waalse kerk in Den Haag wordt elke derde dinsdag van de maand een residentiepauzedienst gehouden. Een predikant spreekt een meditatie uit, waarna een politicus van een van de christelijke partijen een toespraak houdt. Deze week sprak dr. R. Bisschop (SGP).

Christenen zijn geroepen om ”lichtdragers” te zijn. Zij zijn het licht van de wereld, de kaars op de kandelaar, die niet onder een korenmaat verborgen wordt maar schijnt voor allen die in het huis zijn. „Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien en uw Vader, Die in de hemelen is, mogen verheerlijken”, zegt Jezus in de Bergrede. Dit lijkt vooral een opdracht voor iedere gelovige persoonlijk en voor de kerk als geheel. Maar wat kan of moet een christenpoliticus met deze opdracht?

Laat ik u eerst het verhaal vertellen van de ”kerk van de brandende lampen”, zoals dat in verschillende versies is overgeleverd.

Ergens in een Frans dorpje staat een kerkje dat in de volksmond de ”kerk van de brandende lampen” wordt genoemd. Het dateert uit de zestiende eeuw. Bij de inrichting van het gebouw werden geen kaarsenkronen of olielampen aangebracht. Wel kregen alle zitbanken brede armleuningen.

Elke dorpeling die belijdenis van het geloof aflegde, kreeg een olielampje uitgereikt en had dat in bruikleen tot zijn of haar overlijden. Iedere zondagavond kwamen ze naar de kerk, met in hun hand dat ouderwetse olielampje. Daar werd de olie bijgevuld en de lamp aangestoken. Dan plaatsten de kerkbezoekers de lampen op de brede armleuningen, zodat de hele ruimte verlicht werd.

Trouw kwamen de gemeenteleden bijeen, omdat ze wisten dat het in de kerk donkerder werd als ze thuis bleven. Na afloop van de dienst keerde ieder met de brandende lamp in zijn of haar hand terug. Die verlichtte de donkere terugweg en vervolgens ook hun woningen, waar de lamp gedurende de week erna geregeld werd bijgevuld.

Een verhaal met bijzondere lessen. Het gaat over de betekenis en de kracht van de prediking van het Woord, over de taak van de kerk, over ieders persoonlijke verantwoordelijkheid, maar ook over de plaats die christenen in de samenleving innemen. De lampen, die in de kerk werden aangestoken, verlichtten immers in de duistere avond de weg van de terugkerende kerkbezoekers en ook hun huizen.

Dat laatste wil ik hier nader uitwerken door dit op het politieke terrein te betrekken. De vraag is dan: Hoe kun je als christenpoliticus iets van Gods licht weerspiegelen of laten schijnen in de donkere wereld waarin wij leven?

Inderdaad, het spreekgestoelte in de raadzaal of de Tweede Kamer is geen preekstoel. De Bijbelse boodschap van verlorenheid, maar ook van Gods genade door Christus, zal daar dus anders uitgedragen moeten worden dan vanaf de kansel.

De taak van overheden bestaat in essentie uit twee delen: het goede doen en het kwade weren. Het is niet hun vrijblijvende keuze om dit wel of niet te doen, maar deze opdracht raakt de kern van hun bestaansrecht.

Een politicus of bestuurder die zich noemt naar de naam van Christus kan weten wat het goede is. Het Woord van God is daarover helder en duidelijk. Dat is een lamp voor zijn voet. Daarom zal hij zich inzetten voor de bescherming van het leven, de waarde van het huwelijk en voor de belangen van het gezin. Hij zal opkomen voor de zwakkeren in de samenleving, voor hen die steun van hun naasten, de kerk of de overheid nodig hebben. En, om niet meer te noemen, hij zal een krachtig pleitbezorger zijn voor de bevordering en handhaving van maatschappelijke orde en veiligheid, een kerntaak van de overheid.

Een christenpoliticus of -bestuurder kan ook weten wat het kwade is dat hij moet tegenstaan en weren. Daarom zal hij zich keren tegen de tomeloze uitbuiting van de aarde en het onrecht dat gepleegd wordt. En hij zal zich inzetten om allerlei godloze, seculiere ideologieën te ontmaskeren en daartegen strijden – ideologieën die huwelijk en gezin ontwrichten en het onderscheid tussen man en vrouw willen wegvagen, die de seksualisering van de samenleving bevorderen, die abortus en euthanasie als recht opeisen en het zelfbeschikkingsrecht over het leven propageren.

Een christenpoliticus wéét dat neutraliteit niet bestaat in de geestelijke strijd die zal voortduren totdat Christus terugkomt. Of, met een citaat dat toegeschreven wordt aan Edmund Burke, hij weet: „Het enige wat nodig is om het kwaad te laten zegevieren is dat goede mensen niets doen.”

Daarom zal hij alle middelen gebruiken om het goede te doen en het kwade te weren. Met politieke instrumenten, maar ook door samenwerking met kerken en maatschappelijke organisaties, door aansluiting bij acties vanuit de samenleving of door die te initiëren. Gedreven door het gebod om God lief te hebben boven alles en de naaste als zichzelf.

Bovenal is er het gebed, dat krachtige wapen in de geestelijke strijd. Dat moet een belangrijk bestanddeel geweest zijn van de olie in de lampen die vanuit die oude Franse ”kerk van de brandende lampen” werden meegedragen, de wereld in, de huizen verlichtend. Bij dat licht zal niet alleen een christenpoliticus, maar iedereen vanuit de eigen plaats zijn of haar verantwoordelijkheid nemen.

De auteur is Kamerlid voor de SGP.