Rentmeesters van godsdienstvrijheid tussen regels en draagvlak

„De grondwettelijke vrijheid van godsdienst en de verantwoordelijkheid die daarmee gepaard gaat, maken de kerk kwetsbaar.” beeld iStock

De commotie rond kerkbezoek leidt tot de vraag in hoeverre de kerk alleen ”de regels” moet volgen of ook rentmeester is ten aanzien van het publieke draagvlak.

In het vormgeven en verantwoorden van de kerkelijke samenkomsten beroept de kerk zich op het nauwgezet volgen van de wettelijke regels, protocollen en richtlijnen van het RIVM. Desondanks is het publieke en politieke tegengeluid dat sommige plaatselijke gemeenten te grote risico’s nemen en niet solidair zijn met de rest van Nederland.

We hebben een vrijheid van godsdienst die voor de vervolgde kerk bijna niet voorstelbaar is. Dit grondrecht komt steeds meer onder druk te staan. We moeten er dus extra zuinig op zijn.

Krachtens de vrijheid van godsdienst hebben kerken de ruimte om, binnen een set van basisregels en niet-bindende adviezen, zelf een risicoanalyse te maken ten aanzien van het maximumaantal bezoekers, gemeentezang en het gebruik van mondkapjes. Deze uitzonderingspositie brengt een zware verantwoordelijkheid met zich mee. Het toenemende aantal besmettingen en de onduidelijkheid over de effectiviteit van diverse maatregelen maken besluitvorming complex. Hoe in dit mistige gebied te manoeuvreren tussen maximale ruimte, extra voorzichtigheid (een Bijbelse, geestelijke eigenschap; zie ook W. à Brakel) en ”eigenlijke” solidariteit?

De publieke opinie is grillig en oppervlakkig maar invloedrijk. De grondwettelijke vrijheid van godsdienst en de verantwoordelijkheid die ermee gepaard gaat, maken de kerk ook kwetsbaar. Hoe kan zij de samenleving het vertrouwen geven dat lokale keuzes veilig en verantwoord zijn? Ook als, in tegenstelling tot andere instellingen, geen transparante en bindende toetsing plaatsvindt door een onafhankelijke derde? Los van alle stemmingmakerij is dit een reële vraag, waar de kerk zich rekenschap van moet geven.

Integriteit

Rentmeesterschap omvat het verantwoord beheer van alle gaven die ons door de Heere zijn toebetrouwd. De vrijheid van godsdienst in ons land en de extra ruimte die deze de kerk biedt, maken daar ook deel van uit.

In het werk met de vervolgde kerk zijn we in dit kader ooit gewezen op 2 Korinthe 8. Dit hoofdstuk handelt over de inzameling en overdracht van een collecte voor de vervolgde en behoeftige gemeente van Jeruzalem. Onder de oppervlakte speelt mee dat Paulus, en breder nog de kerk, steeds wordt aangevallen op zijn integriteit. Dat is niet nieuw. Er is een voortdurende geestelijke strijd gaande tussen de kerk en de wereld.

Als voorzorgsmaatregel schrijft Paulus dat een, door de gemeenten verkozen, geestelijk hoog aangeschreven broeder met het gezelschap meereist naar Jeruzalem. Zodat „ons niemand moge lasteren in deze overvloed, die van ons wordt bediend; Als die bezorgen, hetgeen eerlijk (eervol) is, niet alleen voor de Heere, maar ook voor de mensen” (8:20-21).

Paulus buigt hier niet voor de publieke opinie. Hij heeft de eer en de naam van Christus op het oog. Want de kerk draagt Zijn Naam. En als die kerk onnodig in diskrediet wordt gebracht, dan wordt de naam van de Heere Jezus Zelf in diskrediet gebracht.

Hoe kan de kerk dit rentmeesterschap vandaag vormgeven?

Mijns inziens verbetert de weerbaarheid van lokale gemeenten als besluitvorming en woordvoering rond het lokale coronabeleid op een hoger niveau komen.

Centrale woordvoering

Natuurlijk verschillen plaatselijke gemeenten en kerkfaciliteiten, waardoor inspraak en maatwerk nodig blijven. Dit is te ondervangen door heldere kaders waarbinnen plaatselijke gemeenten kunnen opereren. Wellicht kan een gestandaardiseerde formule worden aangereikt om het maximumaantal bezoekers te berekenen, gebaseerd op capaciteit, luchtvolume, signaalwaardes in de routekaart en andere relevante factoren. Dergelijke kaders geven meer eenduidigheid en transparantie. Plaatselijke gemeenten worden zo ondersteund in complexe besluitvorming.

Aanvullend kunnen kerkverbanden zich ook bedienen van externe toetsing en advies om het gevoerde coronabeleid verder te borgen.

Ten slotte maakt gecoördineerde besluitvorming op een hoger niveau een meer centrale woordvoering mogelijk, zodat plaatselijke gemeenten uit de wind worden gehouden. Dat vereenvoudigt de communicatie naar de samenleving. Zo kunnen we gezamenlijk proactief naar buiten treden, van onze keuzes rekenschap geven en een geloofwaardig tegengeluid bieden aan het verwrongen beeld dat ‘men’ van de kerk heeft. Niet om zo te buigen voor de publieke opinie maar wel voor de Naam van de Eigenaar van de Kerk.

De auteur werkt bij Open Doors. Hij schrijft dit artikel op persoonlijke titel.