Realisatie alternatieven voor aardgas is gemeentelijke taak

„Bij de komende gemeenteraadverkiezingen moet ”aardgasvrij” het belangrijkste thema worden.” Foto: Aardgasveld Witterbroek van de NAM. beeld ANP, Jerry Lampen

Wat de duurzaamste vervanger van aardgas is, verschilt per gemeente, per wijk of zelfs per huis. Daarom ligt hier een opdracht voor de gemeenten en niet voor het Rijk, betoogt Mart Boonstra.

Na de zoveelste aardbeving in Groningen, begin dit jaar, laaide het debat rond de gaswinning weer in alle hevigheid op. Om de veiligheid van de bewoners te kunnen blijven garanderen, adviseerde het Staatstoezicht op de Mijnen de minister van Economische Zaken om de gaswinning in Groningen bijna te halveren.

Behalve ‘Groningen’ speelt ook de opwarming van de aarde een belangrijke rol in het debat over de vermindering van het gebruik van fossiele brandstoffen, zoals aardgas. Omdat in Nederland bijna elk huis met aardgas verwarmd wordt, zal vermindering van de gaswinning gevolgen hebben voor alle burgers in Nederland. Helemaal omdat het vorige kabinet als doel heeft gesteld om in 2050 totaal aardgasvrij te zijn. Dit betekent dat in de toekomst alle woningen op een andere, maar vooral duurzamere manier verwarmd moeten gaan worden. Hoe kunnen we dit bereiken?

Alternatieven

Er kunnen grofweg drie duurzame alternatieven voor aardgas onderscheiden worden. Ten eerste een warmtenet. Dit is een systeem dat warm water distribueert naar de afnemers. Deze warmte kan afkomstig zijn van restwarmte van de industrie, het verbranden van biomassa in een centrale (hierover straks meer) of aardwarmte (ook wel ”geothermie” genoemd). Van deze drie is aardwarmte de duurzaamste bron, omdat er bij dit proces geen broeikasgassen worden uitgestoten.

De tweede mogelijkheid is het volledig elektrisch maken van de woning. De warmte wordt dan geleverd door een warmtepomp (een omgekeerde koelkast). Dit alternatief is eigenlijk alleen duurzaam wanneer de elektriciteit die hiervoor nodig is duurzaam wordt opgewekt, door bijvoorbeeld zonnepanelen of windturbines.

De laatste mogelijkheid is het vergisten van biomassa tot biogas. Biogas is niet hetzelfde als aardgas, maar kan wel worden gebruikt in het aardgasnetwerk. Het verbranden of vergisten van biomassa is in principe duurzaam te noemen. Het wordt echter een ander verhaal als biomassa (bijvoorbeeld hout) uit andere landen of gebieden uit de wereld moet komen.

Niet elke duurzame warmtebron is het hele jaar door op hetzelfde niveau te gebruiken. Daarom is er in de meeste gevallen ook opslag nodig om warmte uit warme dagen op te kunnen slaan voor koude dagen. De gangbaarste techniek is warmte-koudeopslag (WKO), een systeem waarbij warm en koud water wordt opgeslagen in de grond. Dit kan al op kleine schaal worden toegepast.

Stappenplan

Al deze alternatieven voor aardgas kunnen in verschillende combinaties worden toegepast. Wat uiteindelijk de duurzaamste oplossing is, kan sterk verschillen per gemeente, per wijk of zelfs per huis. Niet elk alternatief (bijvoorbeeld geothermie) is in elk gebied beschikbaar. Ook is niet elke bestaande infrastructuur geschikt voor een alternatieve warmtevoorziening (bijvoorbeeld de grachtengordel in Amsterdam). Om deze redenen kan deze verandering van energie niet op landelijk niveau bepaald worden. De gemeenten zijn aan zet. Hoe kunnen ze dit realiseren?

Allereerst is het nodig dat dit thema hoog op de prioriteitenlijst van de gemeentelijke agenda komt te staan.

Ten tweede is het van belang dat er onderzoek wordt gedaan naar de mogelijkheden om elke wijk in de gemeente aardgasvrij te maken. Hierbij is een technische analyse nodig, die duidelijk maakt welke oplossing voor welke wijk het geschiktst is.

In de derde plaats is het van belang het kostenplaatje rond te krijgen. Daarin moeten budget en financiering ontwikkeld en vastgelegd worden. Hierin zal onvermijdelijk ook vastgelegd worden dat de burgers aan de energieomschakeling moeten gaan meebetalen.

Daarom is het ten vierde nodig dat de bewoners én de andere betrokkenen (bijvoorbeeld de warmteleverancier) een rol krijgen in het proces. De gemeente moet de burgers dus goed informeren, bijvoorbeeld tijdens informatiebijeenkomsten. Daarnaast moet ze de inwoners helpen en meewerken met het opzetten van projecten.

Uiteindelijk kan de gemeente per wijk een stappenplan opstellen met als doel een aardgasvrije wijk te realiseren.

Verkiezingsprogramma’s

Bij de komende gemeenteraadsverkiezingen moet ”aardgasvrij” het belangrijkste thema worden. Op korte termijn moeten namelijk al de eerste belangrijke stappen gezet worden, omdat we nog een lange weg te gaan hebben. Tegen elke kiezer zou ik daarom willen zeggen: kijk goed in de lokale verkiezingsprogramma’s of vraag de mensen van de kandidatenlijst hoe zij een aardgasvrije gemeente willen realiseren.

De auteur is masterstudent Science, Business and Innovation aan de Vrije Universiteit Amsterdam en kandidaat voor de ChristenUnie in Huizen.