Protest tegen Zwarte Piet verklaart ons schuldig

„In de discussie over het Sinterklaasfeest moeten we ons eerlijk de vraag stellen of we ons toch stiekem niet opnieuw verheffen boven onze zwarte medemens.” Foto: actievoerder van de groep No More Blackface protesteren op de Erasmusbrug in Rotterdam met vlaggen en spandoeken tegen Zwarte Piet. beeld ANP MediaTV

De pijn van de discussie rond Zwarte Piet ligt in de vraag hoe het mogelijk is dat (blanke) mensen zich zo ver boven zwarte mensen konden én kunnen verheffen, betoogt ds. A. Meuleman.

In de aanloop naar 5 december, en trouwens al ver daarvoor, duikt de Zwarte Pietdiscussie weer op. Piet moet vertrekken of op z’n minst een andere kleur krijgen. Dat protest lijkt een open zenuw te raken bij een groot deel van de Nederlandse bevolking. Niet dat iedereen die sinterklaas viert ook gelijk snelwegblokkades opwerpt, maar veel protest kan toch wel bijval vinden. Ook onder lezers van het Reformatorisch Dagblad.

Dan gaat het vaak niet eens om de figuur van Zwarte Piet, maar veel vaker om het gevoel dat verworvenheden van onze cultuur ons worden afgenomen. Dat is in ieder geval de tendens die ik vanuit de krant meen waar te nemen. De Zwarte Pietdiscussie wordt afgedaan als gezeur van een bepaalde groep mensen in onze samenleving.

Laten we echter eens kijken naar de ten hemel schreiende achtergrond van dit hele protest. Die achtergrond is er namelijk een van minstens 300 jaar slavernij en overheersing. Als we de woorden slavernij en overheersing horen, kunnen we al snel de schouders ophalen en ze als abstracte woorden naast ons neerleggen. Het is immers lang geleden en ver van ons bed.

Verdieping wat betreft deze achtergrond zou echter niet verkeerd zijn. Daarbij moeten we elkaar niet de zwartepiet toespelen wat betreft het al dan niet politiek correcte gehalte. Het gaat hierbij immers om de geschiedenis van mensen van vlees en bloed. Zwarte actievoerders protesteren niet omdat ze dat nu leuk vinden. Ze willen ook niet iets kapotmaken omdat ze het leuk vinden iets kapot te maken. In het protest zit een factor geschiedenis die tot op de dag van vandaag pijn doet in de harten en levens van veel nakomelingen van slaven. Daar hebben we het immers over. Over een zwarte man die het knechtje is (of lijkt te zijn) van een blanke.

Calvijn

Het gaat hierbij niet alleen om het lijden dat de tot slaaf gemaakte voorouders is aangedaan. Misschien bent u niet bekend met het verhaal van de afschuwelijke verscheping van gevangengenomen mensen, die letterlijk als haringen in een ton vanuit Afrika werden vervoerd naar West-Indië. Liggend in hun eigen uitwerpselen, op weg naar een ongewisse toekomst, losgescheurd van alles wat uen lief was. Tochten waarbij vrouwen en kinderen werden misbruikt en mensen als beesten werden behandeld.

De meeste lezers zullen wel weten van de slavernij die in onder andere Suriname eeuwenlang realiteit is geweest. Maar hebt u weleens nagedacht over de realiteit van het dagelijkse leven van deze slaven? Kapotgeslagen worden met een zweep was een van de minst zware straffen. Slavinnen moesten zo veel mogelijk kinderen krijgen, maar mochten geen vaste partner hebben. De kinderen werden vervolgens van hen afgepakt om te kunnen werken als slaaf.

De pijn zit echter nog dieper. Tijdens het werk in Suriname kom ik die pijn regelmatig tegen. Op straat, maar meer uitgesproken in het lokaal van de theologische opleiding. De vraag die telkens opkomt, is hoe de blanken, die toch de Bijbel hadden, dit hebben kunnen doen.

Ook de studenten proberen de slavernij te zien in het licht van die tijd, maar het blijft lastig. Vooral als we zien hoe een man zoals Calvijn zich, vóór de VOC-tijd al, principieel heeft uitgesproken tegen slavernij. Als we zien hoe de Bijbel ons geen ruimte laat om positief te zijn over slavernij, om het al helemaal niet te hebben over de exegese met betrekking tot Cham. Een exegese die pas bedacht is nadat de eerste slaven naar West-Indië waren gebracht.

Maar ook alleen de geschiedenis is nog niet genoeg reden voor de gevoelde pijn, hoewel ze wel opkomt uit de geschiedenis.

Superioriteitsgevoel

Uiteindelijk zit de pijn in de vraag hoe het mogelijk is dat (blanke) mensen zich zo ver boven zwarte mensen konden verheffen. En wat zegt het verleden dan over het heden? Schaamte zou ons aangezicht moeten bedekken, als we kijken naar de zonden van onze vaderen. Maar staan we zelf ook niet schuldig, als we letten op onze eigen manier van kijken naar zwarte/gekleurde mensen?

Dan ligt de schuld niet alleen bij onze blanke voorouders die als slavenhaler, slavenhandelaar of slavenmishandelaar dit alles op hun geweten hebben. De schuld ligt ook niet alleen bij al die predikanten ten tijde van de Nadere Reformatie die, op twee uitzonderingen na, nooit hun stem hebben verheven tegen deze onmenselijke praktijken. De schuld ligt zelfs niet alleen bij die theologen die zich ervoor hebben ingezet om zwarten tot dieren te verklaren of die een Chamtheorie hebben uitgedacht.

De schuld ligt net zo goed bij ons, hedendaagse blanken. Voelen wij ons niet vaak verheven boven de zwarte wereld? Is dat niet het latente superioriteitsgevoel van de blanke, die meent door de verworvenheden van de westerse samenleving zo veel beter te zijn dan alle anderen?

Hoeveel negatieve, denigrerende opmerkingen en valse grappen worden er niet gemaakt over onze zwarte medemens? En wij moeten ons in de discussie met betrekking tot het sinterklaasfeest dan ook persoonlijk eerlijk de vraag stellen of we ons toch stiekem niet opnieuw verheffen boven onze zwarte medemens. Denken we nu niet dat zwarten altijd zeuren, dat zwarten altijd ons feestje kapotmaken, dat zwarten onze cultuur bedreigen?

Laten we eens nadenken over de vraag wat wij en onze vaderen hebben aangericht in deze wereld. Want als we letten op de gevolgen van de slavernij tot op de huidige dag, is er geen reden om vrolijk te zijn. Wat doen wij nu?

De auteur is zendingspredikant voor de Hersteld Hervormde Kerk in Suriname.