Prestatiedruk komt niet alleen van buiten

„We hebben te maken met een innerlijke ongedurigheid waardoor we steeds meer willen en van onszelf eisen. ” beeld iStock

Recent publiceerde de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) het essay ”Over bezorgd. Maatschappelijke verwachtingen en mentale druk onder jongvolwassenen”. Het is een goed essay, maar komt niet tot de kern van het probleem, betoogt Robert van Putten.

Onder de brede noemer ”mentale druk” bespreekt de RVS in dit essay de recent in landelijke media veelbesproken problematiek van prestatiedruk en burn-out onder twintigers en begindertigers. Volgens de raad hanteert de samenleving „dwingende maatschappelijke verwachtingen” die beknellend werken en dus tot prestatiedruk en stress leiden. Hij wijst dan op het denkbeeld van de maakbaarheid van het leven, dat succes een keuze is en falen eigen schuld. Ook wijst de raad op het „ideaal van perfectie op alle fronten” dat wordt opgelegd – je moet succesvol zijn op alle levensterreinen: carrière, familie, gezondheid, sport, relaties.

Vervolgens blijken twintigers niet in staat om deze beknellende verwachtingen van zich af te schudden, „om even gas terug te nemen of hun eigen pad te kiezen.” Dat komt volgens de raad doordat verwachtingen gepaard gaan met „dwingende maatstaven” die reguleren wat het gewenste gedrag is. Excellentie is hierbij steeds nadrukkelijker de norm. Niet alleen in het onderwijs ligt hierop veel nadruk, ook op de arbeidsmarkt en op sociale media. Het probleem is daarbij vooral dat die excellentie eenzijdig gemeten wordt. Ontsnappen hieraan is haast onmogelijk door aanscherping van de financiële voorwaarden en de eis van een vlotte studievoortgang in het hoger onderwijs. Ook ontbreekt volgens het essay ondersteuning en flexibiliteit voor wie niet goed meekan in deze competitie.

De remedies moeten volgens de raad niet zozeer het verlichten van de druk op zichzelf bevatten. „Het gaat er vooral om meer ruimte te bieden voor uiteenlopende levensinvullingen, passend bij pluriforme persoonlijke situaties, kwaliteiten en onvolkomenheden.” De onrealistische verwachtingen moeten bijgesteld worden door de samenleving en de twintigers moeten zich beter leren verhouden tot externe verwachtingen. En in plaats van dwingende eenzijdige maatstaven moeten onderwijsinstellingen en bedrijfsleven op zoek naar andere manieren van selectie en beoordeling.

Ontoereikend

”Over bezorgd” is een prijzenswaardig essay. De inzet is een radicale wijziging van de probleembenadering. De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving wil dat prestatiedruk niet als een louter individueel probleem wordt gezien, dat je zelf maar moet oplossen met therapie of pillen. De raad verzet zich tegen ‘medicalisering’ en benadert prestatiedruk terecht als een probleem dat samenhangt met de wijze waarop de samenleving is georganiseerd. De bal ligt zo niet langer bij de gestreste twintiger, maar bij maatschappelijke instituties als onderwijs, bedrijfsleven en overheid. Dat werkt bevrijdend en ontspannend. Dat geldt ook voor de relativering van de maakbaarheid en het ideaal van perfectie, al had dat nog meer benadrukt mogen worden.

Ondertussen houd ik wel het gevoel over dat de probleemanalyse niet ver genoeg gaat. En de aangereikte remedies zijn daardoor ontoereikend. De raad blijft in zijn duiding van oorzaken van de prestatiedruk tamelijk aan de oppervlakte. Hij laat zich niet verleiden tot grotere cultuurfilosofische beschouwingen. Dat past een dergelijk essay wellicht ook niet, maar gevolg is wel dat de diepere lagen van de problematiek buiten beeld blijven.

Augustiniaans

Het essay gaat er ten eerste aan voorbij dat prestatiedruk niet enkel een externe factor is. Prestatiedruk is niet slechts gevolg van dwingende verwachtingen van andere mensen en van instituties die ons worden opgelegd. Als moderne mensen die volop bezig zijn met zelfontplooiing leggen we onszelf ook hoge verwachtingen op. We hebben te maken met een innerlijke ongedurigheid waardoor we steeds meer willen en van onszelf eisen. Dat brengt bij een fundamenteel christelijk, en vooral augustiniaans, inzicht: de vele verlangens die in het menselijk hart omgaan, spelen een grote rol in de huidige mentale druk. Hoezeer dit een rol speelt, is in 2011 al treffend verwoord in de titel van de documentaire van Sara Domogola: ”Alles wat we wilden – is alles”.

Een tweede en minstens zo cruciale dimensie waarover het essay zwijgt, is de uitbanning van rust die de achterliggende decennia heeft plaatsgevonden. Dan gaat het om de vaak gediagnosticeerde versnelling van het moderne leven waardoor het leven gehaaster wordt, maar ook om wat de rooms-katholieke filosoof Josef Pieper eens de „totalisering van de arbeid” noemde: de overwaardering van werk en instrumentele activiteit en de onderwaardering van het contemplatieve leven van de rust. Kenmerkend voor de moderne levenshouding zijn de gezegden ”rust roest” en ”stilstand is achteruitgang”. Daarmee wordt een fundamentele dimensie van het bestaan verwaarloosd die juist zo cruciaal is voor het verminderen van mentale druk.

Bron

Het zelfontplooiingsideaal en de verwaarlozing van de rust raken aan de existentiële kern van de moderne cultuur. Ze zijn ook de bron van de maatschappelijke verwachtingspatronen die tot mentale druk leiden. Zolang we deze kern van de moderne cultuur niet ter discussie stellen, blijven niet alleen remedies op individueel niveau dweilen met de kraan open, maar ook de maatschappelijke remedies die van scholen, bedrijven en overheden verwacht worden. Pluriformisering van maatstaven van selectie en beoordeling, en een bredere kijk op excellentie, zoals de raad voorstaat, impliceert nog steeds dat je wel móét blijven werken aan je zelfontplooiing en dat je met rusten je tijd verknoeit.

De auteur is filosoof en bestuurskundige en werkt aan de Vrije Universiteit Amsterdam.