Plan hypotheekrenteaftrek van SGP niet realistisch

Afschaffing van de hypotheekrenteaftrek mag niet ten koste gaan van de huizenbezitter, aldus Elbert Dijkgraaf en Kees van der Staaij (RD van woensdag). Een sympathiek plan, vindt dr. Jan Rouwendal, maar helaas is het niet realistisch.

Om het plan van Dijkgraaf en Van der Staaij goed te kunnen beoordelen, zou je moeten weten hoe ze precies te werk willen gaan bij het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek. Juist op dat punt hullen ze zich echter in een rookgordijn: er moet nog uitgebreid onderzocht worden hoe en wanneer de uit­voering precies zal plaatsvinden.

Toch is het weinige dat ze los­laten al voldoende om het realiteitsgehalte in twijfel te trekken. „Alleen als gegarandeerd is dat huizenbezitters er niet op achteruitgaan, zal de SGP daad­werkelijk steun geven aan dit plan”, schrijven ze. Het punt is dat niet gemakkelijk valt in te zien hoe afschaffing van de aftrek kan plaatsvinden zonder een negatief effect op de huizenprijs.

De reden daarvoor is eenvoudig. De koper van een woning kan zo veel bieden als de bank die de hypotheek verstrekt wil geven. De bank kijkt daarbij vooral naar de verhouding tussen de nettohypotheeklasten en het netto-inkomen. Afschaffing van de renteaftrek betekent hogere nettohypotheek­lasten. Dus kunnen kopers minder bieden voor hun woning en dat zal de prijsvorming op de hele woningmarkt beïnvloeden.

Voor de aspirant-koper betekent de lagere prijs geen lagere netto­woonlasten (de aftrek vervalt immers). Starters worden dus niet geholpen met de maatregel, in tegenstelling tot wat Dijkgraaf en Van der Staaij suggereren. Als de maatregel wordt uitgesmeerd over de tijd zijn de effecten waarschijnlijk minder heftig, zeker als het gebeurt in een periode waarin de vraag naar woningen aantrekt door economische groei. Maar het lijkt moeilijk –zo niet onmogelijk– om kapitaalverlies voor alle woningbezitters te voorkomen.

Vlaktaks
Nu zullen Dijkgraaf en Van der Staaij tegenwerpen dat ze tegelijk een vlaktaks willen invoeren. Dat helpt inderdaad: door de belastingverlaging stijgt het netto-inkomen weer, wat de hogere hypotheeklasten compenseert. Daardoor zwakt het negatieve effect op de prijs die kan worden geboden wat af, maar het zal niet genoeg zijn om de negatieve effecten te neutraliseren.

De reden is ook nu eenvoudig: afschaffing van de aftrek raakt alleen de woningbezitters met een hypotheek, maar de belastingverlaging raakt alle huishoudens. Dus als je wilt dat huishoudens met een hypotheek netto nog evenveel te besteden hebben als voor de afschaffing van de rente­aftrek, gaat de opbrengst van de inkomstenbelasting fors omlaag. In de huidige economische omstandigheden kan de schatkist dat niet hebben. Integendeel: de be­lastingopbrengsten zullen omhoog moeten.

Als de belastingverlaging en de afschaf van de hypotheekrente­aftrek per saldo geen effect zouden hebben op de schatkist, gaan huizenbezitters er flink op achteruit omdat de groep huishoudens die profiteert van de belastingverlaging nu eenmaal groter is dan de groep met forse hypotheeklasten. Starters kunnen dan minder hoge prijzen bieden voor woningen, zonder dat ze meer te besteden krijgen. Huishoudens die al een woning bezitten, zien de waarde daarvan achteruitgaan. En afhankelijk van de wijze waarop de maatregel precies vorm krijgt, zal ook die laatste groep te maken krijgen met hogere nettohypotheek­lasten.

Zonder kleerscheuren
Ik wil hiermee niet suggereren dat er niets moet veranderen op de woningmarkt. Vriend en vijand zijn het er inmiddels wel over eens dat we beter af zouden zijn wanneer de hypotheekrenteaftrek niet bestond. Dat betekent echter nog niet dat afschaffing geen kosten zou veroorzaken, ook niet als dat geleidelijk gebeurt. Er is weliswaar een voorbeeld (het Verenigd Koninkrijk) waar het zonder veel kleerscheuren gelukt is, maar er zijn ook andere landen (zoals Zweden) waar de maatregel sterk negatieve effecten heeft gehad.

Men kan zich, met de president van De Nederlandsche Bank, afvragen of dit moment, waarop de woningmarkt vanwege de economische crisis toch al onder druk staat, het juiste is om aan de hypotheekrenteaftrek te gaan sleutelen. Die overweging krijgt meer gewicht als het plannen betreft die (nog) niet goed zijn doordacht.

De belofte van Dijkgraaf en Van der Staaij betekent dat de SGP afschaffing van de hypotheekrenteaftrek alleen wil steunen als deze ingebed is in een omvangrijke verlaging van de inkomstenbelasting (en van de overdrachtsbelasting, zoals het artikel suggereert). Zo’n plan zal er binnen afzienbare tijd niet komen. De conclusie moet daarom zijn dat het SGP-plan op de keper beschouwd weinig inhoud heeft. En dat zijn we van deze partij niet gewend.

De auteur is als econoom verbonden aan de afdeling ruimtelijke economie van de Vrije Universiteit en aan Netspar.