Paulus voegt in 1 Korinthe 7 geen nieuwe echtscheidingsgrond toe

Echtscheiding
beeld ANP, Lex van Lieshout

Het gaat bij de vragen over echtscheiding niet primair om onze barmhartigheid. Allereerst moet exegetisch worden vastgesteld wat de Heere wil, reageert dr. R. van Koo­ten op dr. G. van den Brink (RD 4-12).

Dr. Van den Brink doet mijns inziens geen recht aan 1 Korinthe 7. Paulus formuleert daar geen nieuwe echtscheidingsgrond maar gaat uit van Christus’ onderwijs. Stellen zijn uit elkaar gegaan omdat hun huwelijk, toen ze nog heidenen waren, niet Bijbels is begonnen. Paulus gebiedt hun terug te keren naar elkaar en ook het huwelijksleven te leven (1 Kor. 7:3-4). Wie dat toch niet wil, moet ongetrouwd blijven of zich alsnog met man of vrouw verzoenen (1 Kor. 7:11). Hertrouwen is niet geoorloofd. Zo heeft de Heere geleerd (1 Kor. 7:10). Paulus geeft aan dat het citaat van Christus hiermee eindigt en behandelt vervolgens een nieuwe situatie. Dit doet hij als geroepen apostel in gehoorzaamheid aan de Heere en door wie Christus Zelf spreekt (1 Kor. 1:1).

Paulus schrijft niet dat hij verder gaat dan Christus en nog een nieuwe echtscheidingsgrond geeft. Hij schrijft ook niet wat een christen mag doen met een heidense wederhelft die niet tot geloof is gekomen. Hij geeft alleen aan hoe een christen moet reageren op de actie die alleen van de heiden uitgaat. Als de heiden het prima vindt dat de ander christen is geworden, dan moet de christen de ander niet verlaten (1 Kor. 7:13). Stelt de heiden de christen voor de keus: „Of breken met Christus, óf de deur uit”, dan hoeft de christen zich niet tot slaaf te laten maken. De christen is niet gebonden.

Paulus schrijft niet dat de man niet meer met zijn vrouw verbonden is, zoals in vers 27. Als je getrouwd bent, ben je aan een vrouw verbonden, je zit als het ware aan elkaar vastgebonden.

Wat is Paulus’ concrete advies? Als de heidense man of vrouw vertrekt of je de deur wijst, maak dan geen enorme stennis of geweldige ruzie, „want wij zijn tot vrede geroepen.” Aanvaard het verlaten of weggestuurd worden om Christus’ wil. Misschien zal God die liefdevolle houding gebruiken om de ander te raken, te behouden (1 Kor. 7:16).

We moeten hier niet spreken over ”kwaadwillige verlating” (waar ieder het zijne bij kan invullen) maar over een verlaten worden om Christus’ wil! Paulus spreekt niet over hertrouwen. Zou Paulus voor deze situatie iets anders bedenken dan wij in vers 11 lezen? Hertrouwt de heiden, dan pleegt hij/zij overspel en is er de ruimte van Mattheüs 19.

De auteur is hersteld hervormd predikant te Apeldoorn en docent homiletiek en ethiek aan het Hersteld Hervormd Seminarie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

----

Lees hier alle artikelen over dit onderwerp.