Pakistan vormt les voor de wereld

Asia Bibi
„De protesten na de vrijspraak van Asia Bibi toont echter aan dat belangrijke segmenten van de geïslamiseerde Pakistaanse samenleving haar hoofd willen zien rollen.” Beeld: EPA, Bilawal Arbab

De zaak-Asia Bibi plaatst het Westen voor een afweging van enerzijds politieke en economische belangen en anderzijds elementaire mensenrechten, stellen Bas Belder en Martin Janssen.

Begin november werd in Egypte een bus met koptische pelgrims aangevallen. De Egyptische autoriteiten legden de verantwoordelijkheid voor de terreuraanslag bij een cel van de Islamitische Staat (IS). In een daaropvolgende militaire operatie werden negentien IS-leden gedood. Luttele dagen eerder ontstond er groot tumult in Pakistan nadat een rechtbank hier de blasfemiebeschuldiging tegen Asia Bibi ongegrond had verklaard.

In alle grote Pakistaanse steden gingen woedende demonstranten de straat op uit protest tegen deze uitspraak. De regering van Imran Khan zag zich gedwongen om concessies te doen, door Bibi te verbieden het land te verlaten. Dat zet vraagtekens bij de onafhankelijkheid van de Pakistaanse rechterlijke macht.

Blasfemiewet

Het was de ”Tehreek-e-Laibbak Pakistan”-partij die bij de protesten het voortouw nam. Deze partij wordt geleid door Khadim Hussain Rizvi, die zijn politieke loopbaan baseert op de verdediging van de rigoureuze blasfemiewetten in Pakistan.

Deze Khadim Rizvi heeft zich in het verleden vaak denigrerend uitgelaten over christenen. Zo zei hij onder meer dat „Pakistan niet in het leven was geroepen voor christenen, Joden en boeddhisten”. Een uitspraak die aantoont hoe ver Pakistan zich verwijderd heeft van de idealen die zijn staatsstichter Mohammed Ali Jinnah voor ogen stonden. Jinnah droomde immers van een seculier Pakistan waarin alle religies en etniciteiten vreedzaam konden samenleven. Het bleek een utopie te zijn, die in rook (geweld) opging. Een tendens die zich niet tot Pakistan beperkt(e).

De Pakistaanse schrijfster Farahnaz Ispahani publiceerde onlangs het boek ”Purifying the land of the Pure” (De reiniging van het land van de reinen). Het woord ”Pakistan” is afgeleid van ”paki”, wat ”rein” betekent. Farahnaz Ispahani beschrijft in sombere bewoordingen de ontwikkelingen in haar vaderland, waar religieuze haat en geweld vaak de boventoon lijken te voeren.

Geen uitzondering

Haar boek is als een waarschuwing bedoeld, omdat Pakistan geen geïsoleerde uitzondering vormt. Het India van de huidige premier Narendra Modi bijvoorbeeld vertoont nog slechts weinig overeenkomsten met de visie van Gandhi. Zie ook hoe onder president Erdogan de republiek Turkije verandert in de antithesis van wat haar stichter Atatürk beoogde. Om over de transformatie van Iran in een radicale sjiitische theocratie maar te zwijgen. En passant voegt Farahnaz Ispahani trouwens ook het virulente nieuwe antisemitisme in Europa toe aan deze treurige lijst.

Het Pakistaanse leger speelde vanaf de oprichting van Pakistan in 1947 een beslissende rol in deze nieuwe staat. De militaire leiding begreep dat de islam feitelijk de enige factor was die de vele etniciteiten verenigde. Hierdoor kregen islamitische geestelijken een belangrijke stem in de Pakistaanse politiek. Deze alliantie van clerici en generaals culmineerde in 1977 in de staatsgreep van generaal Zia ul-Haq.

Vanaf dat moment kwamen er twee processen op gang. Allereerst de islamisering van de Pakistaanse samenleving en daarnaast de radicalisering van de islam. Geopolitieke belangen voorkwamen dat deze gevaarlijke ontwikkeling in Pakistan werd afgeremd. Het Pakistaanse leger dacht radicale islamisten te kunnen instrumentaliseren in Kashmir, terwijl Saoedi-Arabië in hen een soennitisch bolwerk zag tegen aartsvijand Iran. Het Westen, ten slotte, sloot zijn ogen voor de toenemende schending van de mensenrechten in Pakistan, omdat het land werd gezien als een bondgenoot tegen de Sovjet-Unie, die buurland Afghanistan was binnengevallen.

Overwinnaar

Geopolitieke overwegingen, kortom, bevorderden deze islamitische radicalisering, die binnen Pakistan zelf ver reikende consequenties kreeg. De huidige Pakistaanse premier Imran Khan is een vrucht van dit proces. Zijn partij kwam op 25 juli als overwinnaar uit de bus bij de parlementaire verkiezingen in Pakistan.

Tijdens zijn verkiezingscampagne verklaarde Khan dat het de Salman Rushdie-affaire was geweest die hem duidelijk had gemaakt dat het Westen de islam wilde vernietigen. Hij verdedigde de Taliban en beloofde zijn kiezers dat hij de blasfemiewetten in Pakistan zou handhaven.

Tegen deze achtergrond mag de verontwaardiging in Pakistan over de vrijspraak van Asia Bibi geen verwondering wekken. ”Blasfemiewet” is een vaak weinig tot de verbeelding sprekende juridische term, maar de tragiek van Asia Bibi gaf dit begrip een menselijk gelaat.

De naam van Asia Bibi dient daarom gegrift te zijn in het geweten van de mensheid, in het besef dat wereldwijd talloze anonieme Asia Bibi’s achter de tralies hun doodvonnis afwachten.

Perversie

In Egypte kon de aanval op koptische christenen worden toegeschreven aan de IS, waarvan wordt beweerd dat die een perversie vormt van de islam. De protesten na de vrijspraak van Asia Bibi tonen echter aan dat belangrijke segmenten van de geïslamiseerde Pakistaanse samenleving haar hoofd willen zien rollen. Met als resultaat dat de Pakistaanse regering capituleerde, om de situatie controleerbaar te houden.

Het Westen wordt vaak terecht verweten dat het er in de strijd tegen het terrorisme vreemde bondgenoten op na houdt. Pakistan is zo’n bondgenoot. In de recente affaire rond de Saoedische journalist Khashoggi werd door vele westerse politici en media gesproken over de vaak moeilijke afweging tussen enerzijds politieke en economische belangen en anderzijds ethische normen en waarden. Het trieste lot van Asia Bibi en haar familie, die dagelijks letterlijk doodsangsten uitstaan, zou een gelijke discussie moeten oproepen. Blijft staan de dringende noodzaak van ons aller gebed voor Asia Bibi en alle Asia Bibi’s in de wereld.

Bas Belder is lid Commissie Buitenlandse Zaken van het Europees Parlement. Martin Janssen is politiek adviseur voor SGP-CU in het Europees Parlement en islam-expert.