Pairen past niet goed bij verantwoordelijkheid politicus

„Mede omdat een raadslid de hele gemeente vertegenwoordigt, moet bij een stemming niet lichtvaardig voor pairen gekozen worden.” Foto: de Aaltense gemeenteraad vergadert in aanwezigheid van publiek. beeld ANP, Vincent Jannink

Bij langdurige afwezigheid van een Kamer- of raadslid mag niet lichtvaardig tot pairen worden overgegaan, meent Peter van den Berg.

De Eerste Kamer was de afgelopen tijd uitgebreid in het nieuws vanwege het donordebat. In de wandelgangen en verslaglegging in de media kwam het relatief onbekende begrip ”pairen” om de hoek kijken: „Aanvankelijk was het de bedoeling dat de Eerste Kamer vandaag zou stemmen, maar dat is vanwege de ingewikkelde materie verschoven naar volgende week. De afwezige Barth was in dat geval van plan om te pairen.” (NOS, 7-2).

Pairen behoort tot het ongeschreven staatsrecht. Dit bestaat uit gedragspatronen, gewoontes en mondelinge afspraken tussen bijvoorbeeld het parlement en de regering of tussen parlementaire fracties. Deze ongeschreven regels zijn dus niet vastgelegd in wetten, reglementen of verordeningen. Er is in Nederland geen officiële definitie van het begrip pairen. Ook is er niet heel veel over bekend.

Vertaald naar de Nederlandse situatie komt het erop neer dat, wanneer een Kamerlid aan de ‘rechter’ zijde van het parlement ziek is, er ‘geregeld’ wordt dat een Kamerlid van ‘links’ niet meestemt, en omgekeerd. Het gaat natuurlijk niet om een situatie waarin iemand in een vergaderweek een midweek vrij plande. Te denken valt dan aan een parlementair werkbezoek in het buitenland of een langdurige ziekte. Het gaat dus om situaties waarbij er sprake is van iets onverwachts of ernstigs en waarbij het vaststond dat die ene absentie de uitslag beslissend zou beïnvloeden.

Nog enigszins vers in het geheugen ligt wellicht het pairen tijdens de ernstige ziekte van Eerste Kamerlid G. Holdijk (SGP), waarbij een GroenLinks-Kamerlid voor stemde hoewel hij tegen was. Pairen is in gemeenteraden een minder bekend fenomeen.

Niet bindend

Doorgaans zijn de meeste stemverhoudingen in een gemeenteraad niet heel spannend. Meestal zal er gestreefd worden naar een breed politiek draagvlak, als er besluiten moeten worden genomen. Zelf heb ik de afgelopen zestien jaar maar een enkele keer meegemaakt dat bij een motie of amendement de stemmen staakten.

Pairen is in zo’n situatie niet aan de orde; in een volgende raadsvergadering is in principe weer de voltallige gemeenteraad aanwezig. Tenzij een of meer raadsleden langdurig ziek zijn. Zeker bij het staken van stemmen zou men dan aan deze mogelijkheid kunnen denken.

In deze situatie kan de vraag gesteld worden hoe pairen zich verhoudt tot het ”stemmen zonder last” (artikel 27 Gemeentewet). Dit houdt in dat anderen aan een Kamerlid of gemeenteraadslid geen opdracht kunnen geven om voor of tegen een voorstel te stemmen.

Maar wat wordt er afgesproken als er gepaird wordt? Een raadslid of Kamerlid dat zegt hiertoe bereid te zijn maar dit uiteindelijk toch niet doet, is moreel gebonden aan een afspraak en schendt het vertrouwen. Juridisch is zo’n afspraak echter niet bindend.

Vertrouwen

Uit een beperkt onderzoek blijkt dat raadsleden pairen als een interessant fenomeen zien. Toch vindt het maar af en toe plaats, in wat grotere gemeenten. Vooral omdat stemverhoudingen doorgaans duidelijk zijn.

Daarbij komt dat het bij een grote diversiteit aan fracties lastig is te pairen. Omdat het om een ongeschreven regel in het staatsrecht gaat, moet er wel een bepaalde cultuur en zeker ook voldoende vertrouwen zijn, wil dit instrument bruikbaar zijn. Als het om een politiek heikel punt gaat, moet je als individueel raadslid wel kunnen uitleggen waarom je wilde pairen. Dat kan namelijk wat ‘schuren’ met de beloftes uit je verkiezingsprogramma of met de politieke lijn die de fractie tot dan toe heeft bewandeld. En om de meningsvorming nog wat complexer te maken: als volksvertegenwoordiger sta je er voor de hele gemeente.

Serieus werk

Terug naar de Eerste Kamer. Ook daar werken ze met vaste vergaderschema’s en vergaderdagen, die je in je agenda kunt zetten. En belangrijke debatten, zoals dat over de zogenoemde donorwet, kun je niet zomaar vanwege een korte vakantie verzuimen.

In zulke gevallen het instrument pairen van stal halen, doet afbreuk aan het serieuze werk en ambt van Eerste Kamerleden: wetten toetsen op bijvoorbeeld rechtmatigheid. Bij debatten die ook nog eens een bijzondere maatschappelijke relevantie hebben en waar velen zich bij betrokken weten, moet je daar zijn waar je afgevaardigd bent. En dat is niet op je vakantieadres.

De auteur is gemeenteraadslid voor de Protestantse Combinatie Waddinxveen en redacteur van het Zakboek Raadsleden.