Overheid moet inzetten op zorg in pleeggezinnen

„Zorg in gezinnen is niet alleen beter voor kinderen maar ook goedkoper.” beeld iStock

Los het tekort aan pleegouders niet op met opvang in instellingen, maar investeer in gezinsvormen, stelt Gerard de Jong.

In het hoofdredactioneel commentaar van 3 juli staat dat het aantal pleegouders niet eindeloos kan blijven groeien en dat daarom opvang in instellingen ook een overheidstaak blijft. Maar: opvang in gezinnen is aantoonbaar beter voor kinderen. Daarom is de taak van de overheid niet het openhouden van instellingen maar het mogelijk maken van opvang in gezinnen. Daarvoor moet er extra geïnvesteerd worden in behoud van de bestaande pleeggezinnen en in alternatieven voor pleeggezinnen, zoals de opvang in gezinshuizen en andere gezinsvormen.

Een kind dat tijdelijk niet thuis kan wonen, kan het beste opgroeien in een ander gezin. Dat blijkt uit onderzoeken die gedaan zijn naar de ontwikkeling van kinderen. Mede door inspanningen van de Alliantie Kind in Gezin is daarom in de Jeugdwet vastgelegd dat opvang in een pleeggezin of gezinshuis de voorkeur heeft, als een kind uit huis wordt geplaatst.

Helaas blijkt uit recente cijfers van het CBS dat er in de afgelopen jaren meer kinderen uit huis zijn geplaatst, maar dat de opvang in gezinsvormen niet meegroeit: het aantal kinderen dat in instellingen geplaatst wordt, neemt naar verhouding toe. Ook de cijfers over pleegzorg schetsen een somber beeld. Vorig jaar was voor het eerst sinds 2011 de uitstroom van pleegouders groter dan de instroom. Daardoor dreigt er een tekort aan pleegouders. Het behalen van de ambitie van de Jeugdwet wordt daardoor nog moeilijker.

Betere ondersteuning

Een tekort aan pleeggezinnen kan voorkomen worden door uitstroom tegen te gaan. Daarvoor is betere begeleiding en ondersteuning van pleegouders nodig. Te vaak nog geven pleegouders aan dat ze zich niet gehoord en niet serieus genomen voelen.

Trage besluitvorming en bureaucratie spelen hierbij een rol: pleegouders hebben regelmatig het idee dat ze van het kastje naar de muur gestuurd worden. Het kan dan gaan over relatief eenvoudige zaken, zoals het openen van een bankrekening voor een pleegkind, maar ook om daadkracht bij het bieden van aanvullende zorg voor het kind. Pleegouders ervaren een gebrek aan kennis bij gemeenten, wijkteams, pleegzorgwerkers en gezinsvoogden.

Als deze knelpunten worden aangepakt, houden pleegouders het beter vol en kan uitstroom tegengegaan worden. Dat maakt het pleegouderschap ook aantrekkelijker voor nieuwe pleegouders. Zo snijdt het mes aan twee kanten.

Meeleefgezin

Maar als we kinderen echt zo veel mogelijk in gezinnen willen opvangen, is er meer nodig dan alleen voldoende pleeggezinnen. Minder kinderen in instellingen betekent ook dat kinderen met zwaardere problematiek een plek in een gezin moeten krijgen. Dit vraagt meer van gezinnen. Pleegouders hebben kennis van de problematiek nodig om de juiste zorg te kunnen bieden. Investeren in gerichte scholing is daarom noodzakelijk, evenals informatie die beschikbaar is op het moment dat zij die nodig hebben.

Gezinshuizen, waar ten minste één van de ouders een professionele zorgachtergrond heeft, kunnen ook een belangrijke rol in de opvang van deze kinderen spelen, met een sterker pedagogisch gezinsklimaat. Zo vullen gezinsvormen elkaar aan en kan er passende zorg aan meer kinderen geboden worden. Ondersteuning en aanvulling zijn ook op andere manieren mogelijk: een weekendpleeggezin kan bijvoorbeeld een pleeggezin ontlasten en een meeleefgezin kan ouders die moeite hebben met de opvoeding helpen om de zorg voor een kind te dragen.

Om dit te bereiken, is er een belangrijke rol weggelegd voor gemeenten. Zij kunnen investeren in de gezinnen die bijdragen aan een belangrijke maatschappelijke opdracht. Dat begint met het uitoefenen van regie om jeugdhulp in gezinsvormen echt in te bouwen in het gemeentelijk sociaal beleid.

Daarna kunnen zij goede randvoorwaarden creëren door budget in te zetten voor toegang tot specialistische hulp, of zoiets simpels als een abonnement op het zwembad. Dit hoeft niets extra’s te kosten, want zorg in gezinnen is niet alleen beter voor kinderen maar ook goedkoper.

Het gezegde ”It takes a village to raise a child” (kinderen opvoeden doe je niet alleen maar met je hele omgeving) krijgt in dit verhaal een nieuwe betekenis: gezinnen kunnen samen de zorg dragen voor kinderen die niet meer thuis kunnen wonen. De taak van de overheid en vooral de gemeente is niet het openhouden van instellingen, maar het inzetten en verder ontwikkelen van zorg in gezinnen.

De auteur is voorzitter van de Alliantie Kind in Gezin.