Opnieuw onenigheid rond aanstelling vicevoorzitter Raad van State

„Donner bleef indertijd hardnekkig ontkennen naar de Raad van State te willen, totdat op het laatste ogenblik bleek dat hij wel gesolliciteerd had.” Foto: Donner presenteerde op 12 april het jaarverslag 2017 van de Raad van State. beeld ANP, Bas Czerwinski

Er dreigt tumult te ontstaan rond de benoeming van de vicevoorzitter van de Raad van State, net als in 2010, constateert Bert van Nieuwenhuizen.

De huidige vicevoorzitter van de Raad van State, prof. mr. J. P. H. Donner, treedt in oktober terug wegens het bereiken van de 70-jarige leeftijd. De functie van vicevoorzitter van de Raad van State staat in principe voor iedereen open. De vacature is dan ook recent gemeld in de Staatscourant.

Maar nu blijkt dat de opvolging al geregeld is tijdens de laatste kabinetsformatie. Oud-minister mr. Th. C. de Graaf (D66) zou de CDA’er Donner moeten opvolgen.

De leden en medewerkers van de Raad van State hebben bezwaar tegen deze gang van zaken, die ze archaïsch noemen. Zij hebben oud-minister ir. J. R. V. A. Dijsselbloem (PvdA) gevraagd naar de functie te solliciteren. Deze heeft dat ook gedaan.

CDA-dissidenten

Hierdoor dreigt de opvolging van het leiderschap van het hoogste adviesorgaan van de regering weer in een ruzie te belanden en als achterkamertjespolitiek te worden bestempeld.

Dat was ook al het geval in 2010, bij de opvolging van mr. H. D. Tjeenk Willink (PvdA). Als kandidaten werden toen naar voren geschoven prof. dr. A. H. G. Rinnooy Kan (D66) en prof. dr. E. M. H. Hirsch Ballin (CDA). De toenmalige CDA-leider M. J. M. Verhagen echter bleek de functie tijdens de formatie van het gedoogkabinet met G. Wilders (PVV) al toegezegd te hebben aan Donner, op dat moment minister van Binnenlandse Zaken.

Dat gedoogkabinet met Wilders was zeer omstreden, met name in het CDA. Maar vooral Donner, die heftig ontkende kandidaat voor de Raad van State te zijn, liep zich het vuur uit de sloffen om het gedoogkabinet tot stand te brengen. Hij zette de roemruchte CDA-dissidenten K. G. Ferrier en A. J. Koppejan figuurlijk het mes op de keel, door te dreigen dat ze het CDA zouden moeten verlaten als ze dwars bleven liggen.

Donner lapte hierbij de gulden regel dat Kamerleden mogen beslissen zonder last of ruggenspraak aan zijn laars. Dit viel zelfs de toenmalige koningin Beatrix op. Zij onderhield goede banden met de familie Ferrier. (J. H. E. Ferrier, de vader van het Kamerlid, was de eerste president van de republiek Suriname.) De koningin sprak Donner aan op zijn werkwijze.

Desalniettemin volhardde Donner in zijn kruistocht voor het gedoogkabinet. Hij kwam daardoor zelfs in het openbaar in een pijnlijke woordenwisseling terecht met zijn partijgenote en oud-verzetsvrouw J. van Leeuwen, op het roemruchte CDA-congres van 2 oktober 2010.

Naar de prullenbak

Donner bleef intussen hardnekkig ontkennen naar de Raad van State te willen, totdat op het laatste ogenblik bleek dat hij wel gesolliciteerd had. Omdat hij zelf minister van Binnenlandse Zaken was, kon hij de procedure niet verder afhandelen.

Dat moest toen minister mr. I. W. Opstelten (VVD) voor hem doen.

Opstelten verwees de sollicitaties van Rinnooy Kan en Hirsch Ballin, na keurige sollicitatiegesprekken, naar de prullenbak. Immers: CDA-leider Verhagen lustte deze kandidaten niet. En zo kwam Donner op het pluche.

De leden en medewerkers van de Raad van State willen het ditmaal anders. Geen achterkamertjespolitiek en geen voorgekookte kandidaat. We zijn benieuwd hoe de huidige minister van Binnenlandse Zaken, K. H. Ollongren (D66), hiermee zal omgaan.

De auteur is schrijver van verschillende boeken over bestuurlijk Nederland (uitg. Aspekt).