Onze tijd vraagt om binding met de wereld

Onze tijd vraagt ecologische waarden opnieuw te ontdekken, vormen van verbonden leven, een symbiotisch bestaan in een nieuw verbond tussen mens en natuur. beeld Getty Images

Er is een tijdperk aan het kantelen. Die omwenteling gaat moeilijk, als het keren van een mammoettanker. Het christendom kan van betekenis zijn om de kracht te geven voor een nieuwe levensstijl, waarin mensen de wereld liefhebben.

We leven in een tijd van extremen en we weten het. De extremen zijn de signalen, de tekenen die laten zien dat er een tijdperk aan het omkantelen is. Dat tijdperk noemen we tegenwoordig het antropoceen. Dat is het tijdperk sinds de industriële revolutie waarin de mens de ecologische omstandigheden voor het leven op aarde verandert. Hij onderwerpt de fysieke natuur en bouwt systemen die gericht zijn op welvaartsvergroting, groei van kapitaal, excessieve productiviteit. Met behulp van wetenschap en techniek ontwerpt hij een werkelijkheid waarvan hijzelf het centrum vormt. Zo komt alles in dienst te staan van de mens en zijn belang. De prijs van dit alles wordt afgewenteld op de niet-menselijke wereld van planten, dieren en de fysieke leefomgeving. Het antropoceen is het tijdperk waarin de mens de wereld als zijn eigendom beschouwt.

De aarde kan het gedrag van mensen niet langer aan. De extremen maken dat duidelijk en worden zichtbaar in de klimaatcrisis. Achter deze ecologische extremen zitten extremen in menselijk gedrag. De klimaatcrisis is „de klop op de deur van onze beschaving”, schreef Naomi Klein. Ook op dit vlak wijzen de extremen ons op een meer omvattende crisis. Er zijn nieuwe vormen van onverdraagzaamheid, polarisatie, extreem geweld. Ook de samenleving bereikt een kantelpunt.

Er waart een ondergangsstemming rond in de cultuur. Ik noem dat ecologische paniek. Dat is het besef dat de systemen die zorgen voor vitale verbindingen en het leven op aarde ondersteunen, uiteenrafelen en de wereld meesleuren in een negatieve spiraal.

Deze extreme ontwikkelingen geven aan dat er verandering op til is, een kanteling van de tijden. Juist hierover zal de politieke strijd van de komende tijd gaan. Er wordt teruggevochten door mensen die omkijken naar het antropoceen en de politieke veronderstellingen daarvan maar moeilijk kunnen loslaten. Liberalisme en kapitalisme ontkomen echter niet aan zelfonderzoek.

Heer en meester

Het eerste grondmotief van het antropoceen bestaat in de opvatting van de wereld als een leeg blad. De mens kan de wereld naar zijn hand zetten. De horizontale mens is heer en meester op aarde. Met zijn zogenaamd neutrale en technicistische benadering brengt de mens de wereld echter veel schade toe.

Het tweede grondmotief van het antropoceen is de beleving van een ongebreidelde vrijheid. De mens die de aarde aan zich onderwerpt, kan met haar doen wat hij wil. Vrijheid in de westerse wereld is steeds meer de vrijheid geworden van het individu om zijn authentieke zelf uit te leven en daarbij zo min mogelijk belemmeringen te ondervinden.

Een derde grondmotief is de connectie tussen menselijke groei versus macht en bezit als teken van succes. Economische groei wordt voorgesteld als oplossing voor onze problemen. Dit motief zet ons aan meer te gebruiken van de aarde dan ons toekomt. Wat we gemeenschappelijk zouden moeten bezitten, komt in handen van een beperkte groep ‘succesvolle’ rijken en machtigen.

Opvallend aan al deze drie motieven is dat ze niet ecologisch zijn. Ze verbreken verbindingen: met God, met de medemens en met de aarde. We moeten op weg naar wat we een nieuw ecoceen zouden kunnen noemen, een nieuwe bloei voor de levensomstandigheden op aarde. Onze tijd vraagt ecologische waarden opnieuw te ontdekken, vormen van verbonden leven, een symbiotisch bestaan in een nieuw verbond tussen mens en natuur. We moeten ons leven veranderen.

Nieuwe koers

De kanteling van antropoceen naar een nieuw ecoceen is als het keren van een mammoettanker. Het is moeilijker zelfs. Terwijl de coördinaten van de nieuwe koers nog niet bekend zijn, moet een wending worden gemaakt.

Interessant zijn de coördinaten die de Franse denker Bruno Latour geeft. Was het de reflex uit het antropoceen dat we religie achter ons moeten laten, Latour meent dat religie het tegengif in zich heeft tegen een verkeerde houding. Het gaat erom dat we leren wat het betekent te leven op een bepaald territoir, een ruimte die we delen met anderen, en die ruimte samen leefbaar maken. Het christendom gaat niet alleen over de redding van de ziel, is niet primair moraalpolitie, maar leert ons te leven op deze planeet.

Ik neem deze benadering over. Ze erkent dat we in een bedreigde wereld leven, waarin onrecht en bederf rondgaan. Maar het wijst er ook op dat mensen een rol hebben te spelen en weet hebben van een levensreddende kracht. Dat is de liefde. Er wordt van ons gevraagd de wereld op een nieuwe manier lief te hebben. We dienen ons te voegen naar het regime van de liefde om het leven op aarde te dienen.

Cultuuropdracht

Voor christenen betekent dit de opgave te komen tot een nieuwe interpretatie van de cultuuropdracht uit Genesis 1. In een tijd waarin ontwikkeling het centrale cultuurwoord was, werd gesproken over ”alles uit de wereld halen wat erin zit”. Nu gaat het om verzorgen, bewaren, herstellen, ruimte geven, ecologische ontwikkeling mogelijk maken. Heeft God niet de wereld lief? Is niet het eerste gebod in het paradijs dat we voor de aarde en het leven op aarde zorgen? Wat hebben we daarvan gemaakt? Moest Christus ook hiervoor niet op aarde komen om de wereld te redden? Zijn Koninkrijk begint al hier en nu en vernieuwt het leven op deze aarde. Daarbij worden mensen ingeschakeld, zondaars, die iedere dag opnieuw moeten leren de wereld lief te hebben.

Het christendom kan een rol spelen om de kracht te geven voor een nieuwe levensstijl, waarin mensen weten wat het is de wereld lief te hebben, stappen terug te doen, andere stijlen van consumptie en productie te ontwikkelen, de aarde weer de ruimte te geven en een nieuwe werkelijkheid en een nieuwe politieke ethiek te helpen ontstaan.

Bewaar het wonder

Ik geef zeven basisprincipes voor een politieke ethiek voor onze tijd. Onder politieke ethiek versta ik een ethiek die gehanteerd kan worden met het oog op de complexe ecologische vraagstukken van vandaag.

Heb de wereld lief. Liefhebben is op een nieuwe manier verantwoordelijkheid nemen. Gaat het in de politiek over klimaat, natuur, ecologie, dan moet iedere beslissing op kleine schaal (bedrijf, land, instelling) afgestemd zijn op de grootste schaal, die van de wereld zelf.

Bewaar het wonder. Erken dat de natuur in zichzelf waarde heeft en een leven brengende dynamiek in zich draagt. Laat deze zoveel mogelijk in haar eigen wetmatigheid haar werk doen.

Verstoor niet. Stop met het toepassen van middelen en technieken die het leven schaden en vernietigen. Sluit met techniek aan op wat de natuur aanreikt.

Herstel het leven waar dat kan. Landen en lokale gemeenschappen moeten zich in hun beleid en inspanningen richten op concreet herstel van de natuur. Dat is een politiek imperatief. Het herbebossen van de aarde, het schoonmaken van rivieren, meren en zeeën, het herstel van de bodem is hiervan een begin.

Stem af op een nieuwe levensstijl. De generaties van de toekomst zullen andere keuzes moeten maken en een nieuwe levensstijl moeten ontwikkelen. Deze maakt niet minder gelukkig, integendeel, maar kan vooral met minder toe. Er zal een nieuw patroon van reizen, wonen, consumeren ontstaan.

Leef lokaal. Een samenleving die zoveel mogelijk lokaal functioneert, produceert en consumeert anders. Voedsel, kleding of energie hoeft niet de hele wereld over getransporteerd te worden.

Maak mensen verantwoordelijk. Daar waar mensen mondig en liefdevol betrokken zijn bij alles wat hun leven raakt, ontstaan de beste voorwaarden voor een bloeiende samenleving. Geef mensen de vrijheid om verantwoordelijk te zijn voor hun eigen leven, hun omgeving, hun sociale bestaan.

Als dit verantwoordelijk leven is in tijden van ecologische crisis, dan moet de politiek hierbij ter zijde staan. De politiek heeft een eigen verantwoordelijkheid de wereld te bewaren. Daarbij moet ze haar ethische principes expliciteren. Het bovenstaande geeft hieraan richting. Het kan een leidraad zijn bij de kanteling die komt.

De auteur is rector van de Theologische Universiteit Kampen en oud-senator voor de ChristenUnie. Dit artikel is een samenvatting van de donderdag in Utrecht gehouden Groenlezing 2020, georganiseerd door het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie.