Onderwijs is gebaat bij klaslokaal als werkplaats

„Binnen de groep als gemeenschap in het klaslokaal besteedt de leerkracht aandacht aan zowel het onderwijzen van de leerstof als de vorming van de leerling.” beeld Shutterstock

De kunde van het lesgeven is het juiste moment aanvoelen om leerstof uit te diepen en waar mogelijk te verbinden met Gods Woord en de belijdenisgeschriften. Deze bekwaamheid vraagt om balanceren binnen de didactische driehoek in de gemeenschap in een klaslokaal.

Premier Rutte spreekt bij het versoepelen van coronamaatregelen over het balanceren op een evenwichtsbalk. Dit geldt ook voor de scholen, nu die weer open zijn. In het onderwijs gaat het namelijk elke dag om het vinden van het juiste evenwicht. Niet op een evenwichtsbalk, maar binnen de didactische driehoek van leerkracht, leerling en leerstof. Gezonde spanning binnen deze driehoek ontstaat alleen in directe aanwezigheid van én gerichtheid op elkaar.

Veel leerkrachten zullen terugkijken op een intensieve periode, waarin ze gebruik hebben gemaakt van en ervaring hebben opgedaan met nieuwe digitale en creatieve werkvormen.

Focus op leerstof

Het is begrijpelijk dat de balans daarbij overhelde naar de leerstof. De focus lag de afgelopen weken, toen de scholen gesloten waren, sterk op het doorgaan met de methodelessen en het bereiken van vakinhoudelijke doelen. Hulde aan alle ouders en verzorgers voor hun inzet om, naast de opvoeding en alle andere taken, hun kind(eren) te onderwijzen en te begeleiden. Waardering voor de leerkrachten die dit mogelijk maakten.

Vorming

Nu de scholen weer open zijn, heeft iedere leerkracht de opdracht het juiste evenwicht te hervinden. Zorgvuldig ”balanceren” binnen de genoemde didactische driehoek is daarbij van belang. Dit balanceren zorgt (weer) voor gezonde spanning tussen leerkracht, leerling en leerstof.

Ondanks alle digitale en creatieve werkvormen die ingezet worden, ontstaat deze spanning alleen in directe aanwezigheid van én gerichtheid op elkaar. Ofwel in het klaslokaal achter de (gesloten) deur, waar de groep als gemeenschap centraal staat en niet in de eerste plaats de individuele leerling met zijn of haar eigen wensen en behoeften. Binnen die gemeenschap besteedt de leerkracht aandacht aan zowel het onderwijzen van de leerstof als de vorming van de leerling.

Tijdruimte

Wilna Meijer, universitair docent pedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen, beschrijft hiervoor een mooi beeld: de tijdruimte van opvoeding en onderwijs. Zij gebruikt als metafoor dat het in het onderwijs niet alleen gaat om het stellen van doelen, maar ook om het ”openen van deuren”. Dan bestaat onderwijs niet uit een vaste opeenvolging van activiteiten en het stringent vasthouden aan een methode. Het aspect van vorming vraagt letterlijk om tijd en ruimte binnen de gemeenschap in het klaslokaal. Vorming gaat niet voorbíj aan de leerstof met de bijbehorende doelen; het vindt juist plaats binnen de driehoek van leerkracht, leerling en leerstof.

Werkplaats

De kunde van het lesgeven is het juiste moment aanvoelen om leerstof uit te diepen en waar mogelijk te verbinden met Gods Woord en de belijdenisgeschriften. Deze kunde vraagt om balanceren binnen de didactische driehoek.

In dit verband past de metafoor van de werkplaats. In het klaslokaal als werkplaats wordt geoefend, gesmeed en gekneed. De christelijke onderwijzer creëert tijd en ruimte om bezig te zijn met de vorming van de leerlingen, vanuit de hartelijke wens dat deze werkplaats een middel mag zijn om leerlingen te onderwijzen in ”de vreze des Heeren” (Efeze 6:4).

De werkplaats kan ook worden getypeerd als oefenruimte voor jongeren op weg naar hun zelfstandigheid, zoals ds. M. Golverdingen dit benoemt in ”Inspirerend onderwijs” (2003). Daarvoor is het cruciaal om als leerkracht present te zijn, te zien, te ervaren en op te merken wat er gebeurt in deze werkplaats.

Goud wordt pasmunt

Alex de Bruijn riep de scholen op tot bezinning over het waarom en het waartoe van ons onderwijs (RD 23-4). Die oproep vraagt om bijval, nu en in de toekomst. De achterliggende periode heeft ons geleerd dat de hectiek en omstandigheden daarbij niet leidend moeten zijn, hoe begrijpelijk ook in bepaalde situaties. Duidelijk werd (weer) hoe nodig het is om op grond van Gods Woord en onze belijdenisgeschriften na te denken over de essenties van goed en verantwoord onderwijs binnen de genoemde didactische driehoek. Van belang is de ontwikkeling van een Bijbels gefundeerd richtinggevend kader voor de vormgeving en inrichting van christelijk (basis)onderwijs.

2020-04-22-OPN1-Herinrichting_scholen-8-FC-V_webOnvermijdelijke herinrichting biedt scholen ook kansen

Vroegere en recente denkers uit de christelijke traditie hebben ons wat dat betreft goud nagelaten. Dat goud kan tot pasmunt gemaakt worden voor nu en de toekomst. Om het met de woorden van ds. M. Golverdingen in genoemde publicatie te zeggen: „dat het rijke gereformeerde, opvoedkundige erfgoed ook voor de situatie van vandaag naar voren moet komen.” Dit alles met de wens en bede dat de school niet alleen een werkplaats is voor de leerkracht en de leerling, maar vooral ook van de Heilige Geest.

De auteurs zijn leden van de projectgroep ”Naar een duurzaam en verantwoord onderwijsconcept’ van KOC Diensten.