Niet zwijgen in de kerk over racisme

Racisme
„Er zijn voorbeelden van zwarte burgers die het wel redden, zoals Ben Carson, Trumps minister van Volkshuisvesting. beeld EPA, Stefani Reynolds

Welke politieke positie men ook kiest, de racistische onlusten in Amerika roepen verbijstering op. Hoe kon het zover komen? En over de VS: Wat een land! Maar racisme is niet alleen een kwaad dat in Amerika voortwoekert. Veel burgers in ons land, ook christenen, zijn niet van racistische smetten vrij.

Officieel, op papier, is in Amerika alles keurig geregeld. Iedere Amerikaanse staatsburger, van welke huidskleur ook, heeft gelijke rechten. In 1964 werd in de Civil Rights Act vastgelegd dat er geen onderscheid gemaakt mag worden op grond van huidskleur.

De werkelijkheid is echter dat er nog steeds onderscheid is tussen beide groepen. Lang niet overal hebben Afro-Amerikanen dezelfde mogelijkheden als de witte Amerikanen. Statistisch is bewezen dat de Afro-Amerikanen minder perspectief hebben dan hun witte medeburgers. En zwarten die wel hun kansen pakken, botsen vaak tegen een muur van onmogelijkheden.

Natuurlijk, dit is een grove schets. Er zijn voorbeelden van zwarte burgers die het wel redden, zoals Ben Carson, Trumps minister van Volkshuisvesting. Hij is ook zeker niet de enige. Op hoge posten in politiek, bedrijfsleven en wetenschap kun je in Amerika niet-blanken ontmoeten. Maar gelet op het procentuele aandeel dat de Afro-Amerikanen onder de totale bevolking hebben, zouden veel meer zwarten op hogere posities moeten zitten. Er is sprake van onbalans.

Neerbuigendheid

Maar dat is niet het enige. Van tijd tot tijd schrikt de Amerikaanse samenleving (en de rest van de wereld) op door racistische onlusten. Dat gebeurde ook dit jaar, nadat George Floyd op 25 mei was overleden bij zijn arrestatie. Daardoor zijn er in de VS spanningen en lopen op verschillende plaatsen protesten uit op rellen. Met als gevolg dat het probleem van het racisme nu ook een dominant thema is in de verkiezingsstrijd voor het presidentschap.

Het is te gemakkelijk om te zeggen dat dit typisch Amerika is en dat de rassenrellen vooral worden aangejaagd door linkse rakkers die uit zijn op de destabilisatie van de Amerikaanse samenleving. Daar zit een element van waarheid in. Antiregeringsgroepen misbruiken de frustraties en het verdriet van de Afro-Amerikanen om chaos te scheppen. Maar daarmee is niet alles gezegd.

Racisme is een kwaad dat de Amerikaanse samenleving besmet heeft. Dat uit zich niet alleen in bruut politieoptreden, zoals tegen George Floyd. Er is veel vaker sprake van meer verhuld racisme, ook wel institutioneel racisme genoemd. Dat betekent dat (vaak onbewust) witte burgers de zwarten met een zekere neerbuigendheid behandelen. Soms gebeurt dat zelfs op een vriendelijke manier, zo van: „Tsjonge, dat een zwarte dokter zó kundig is...” Afro-Amerikanen die je daarover spreekt, zeggen dat die benadering hen pijn doet, ook al beseffen ze dat zo’n uitspraak ook een zekere waardering inhoudt.

Een misvatting is het te denken dat racisme een typisch Amerikaans probleem is. Premier Rutte zei begin juni in dit verband: „Ook mensen in ons land maken mee dat zij niet worden beoordeeld op hun toekomst maar op hun verleden. Mensen die niet als individu worden aangesproken maar op de groep waar ze uit voortkomen.” En hoeveel Nederlanders zullen, als ze eerlijk zijn, niet moeten toegeven dat ze anders tegen niet-blanken aankijken dan tegen witte mensen?

Vergezicht

De vraag is gewettigd hoe dit ligt binnen orthodox-protestantse kring. Daar moet men in het algemeen niet veel hebben van demonstraties tegen racisme. Vaak wordt daar snel het stempel ”links gedoe” op gedrukt. Maar is het veroordelen van het racisme eigenlijk geen onbetaalde rekening van de reformatorische kerken? Zeker, het gaat allereerst en vooral om de persoonlijke verzoening van de zondaar met God door het bloed van Christus. Maar hebben de kerk als geheel en de leden ook niet de taak om het kwaad in de samenleving te benoemen en aan de kaak te stellen? Mag de kerk dan zwijgen als medemensen, schepselen van God, gediskwalificeerd en gediscrimineerd worden?

Geen reformatorisch christen (om maar dicht bij huis te blijven) kan toch ontkennen dat zwarte medemensen ook schepselen van God zijn, geschapen (ja inderdaad!) naar Zijn beeld? Ook voor deze zwarte mensen is Christus gekomen. En straks, in het nieuwe Jeruzalem, zullen de Filistijn, de Tyriër en de Moor ook een plaats hebben. Mensen met een zwarte huid in lange witte klederen, dat is het vergezicht dat in Psalm 87 wordt bezongen. Mogen christenen dan hier op aarde onbewogen blijven als zwarte medemensen worden achtergesteld? Kunnen witte christenen het zich veroorloven om negatief te doen over medemensen met een zwarte huid?

Ernstig misverstand

Een negatieve houding valt uiteraard niet te rijmen met het zingen van Psalm 87 op Pinksteren. De dichter bedoelde met de Moren waarschijnlijk Ethiopiërs, mensen met een behoorlijk donkere huidskleur. De kanttekening verwijst naar het Hebreeuwse woord Cusch. De Cuschieten zijn de nakomelingen van Cusch, zoon van Cham en kleinzoon van Noach. Deze namen herinneren meteen aan de vervloeking over het nageslacht van Cham.

Daarover bestaat een ernstig misverstand. Bij zorgvuldig nalezen van Genesis 9 en 10 blijkt dat die vloek helemaal niet gaat over de donkere nakomelingen van Cusch. Noach vervloekt niet Cham maar een van diens zonen, Kanaän (Genesis 9:25). Cusch is een broer van Kanaän (Genesis 10:6). De nakomelingen van Kanaän woonden niet in Ethiopië maar in of rond het huidige Israël, met bekende steden als Gaza, Sidon, Sodom en Gomorra. Het zijn de nakomelingen van Kanaän - de Jebusieten, Hevieten en Amorieten, die later door het volk Israël moesten worden uitgeroeid. Met andere woorden: de vloek van Noach rustte niet op de zwarte nakomelingen van Cusch maar op de Kanaänieten.

Het trieste is dat op grond van de verkeerde toepassing van de vloek van Cham eeuwenlang niet-blanken als minderwaardig werden gezien; ja, dat zwarte Afrikanen werden weggevoerd uit hun geboorteland om als slaaf te worden verkocht in Amerika. Nederlanders, ook gereformeerde vaderen, hebben daar een aandeel in gehad. Dat is schuld. Dat valt nooit meer te herstellen. Maar laten we aan het begin van de 21e eeuw wel radicaal een streep zetten onder deze verkeerde grondhouding om vijandig en negatief of neerbuigend onze zwarte medemens te benaderen. Want: ook die is een mens van gelijke bewegingen als wij, geschapen om God te eren en te dienen.