Niet terug naar de Romeins-katholieke kerk

„De reformatoren wilden niet terug naar de Romeins-Katholieke kerk zoals die in hun dagen verworden was, wel naar de katholieke kerk van alle eeuwen en plaatsen.” Foto: het Reformatiemonument in Genève. beeld RD

Dr. E. E. Bouter roept protestanten ertoe op een beweging te vormen binnen de Rooms-Katholieke Kerk. Zo’n oproep is onterecht, reageert prof. dr. Johannes van Oort.

Op een CSFR-conferentie sprak dr. E. E. Bouter onlangs tijdens een forumdiscussie over ”Eén algemene Kerk” (RD 29-11). Zijn betoog roept nogal wat vragen op. Allereerst zijn stelling dat er in de Reformatie een wissel omging van Kerk naar Woord. Reformatoren hebben dit nooit gezegd of bedoeld. De essentie van de Reformatie was: hervorming van de Kerk door opnieuw te luisteren naar het Woord. Zoals de oudste kerkgeschiedenis, Lukas’ Handelingen, beschrijft, zo zag men ook toen: de Kerk is creatura Verbi, schepping van het Woord, en niet andersom.

iStock_000046306956_Full_webLaat protestanten beweging vormen in Rooms-Katholieke Kerk

In de vroegste kerk waren de apostelen niet, zoals dr. Bouter stelt, „dragers van persoonlijk gezag.” Zij waren degenen die in opdracht van iemand (Iemand) een boodschap doorgaven. Zo werd de term ”apostel” gebruikt in de klassieke wereld, in het jodendom, in de vroegste christelijke gemeenten. Geen enkele christelijke apostel handelde op eigen gezag. Ze hadden zelfs geen kerkelijk ambt (vgl. 1 Kor. 12:28) maar stonden in het ambt van Christus tot opbouw van de Kerk.

Nu zal dr. Bouter met apostelen ”de twaalf” bedoelen, maar voor hen geldt precies hetzelfde. Dat sommigen beschouwd werden als ”pilaren” (Galaten 2) voegt daar niets aan toe: ook toen was de een standvastiger dan de ander, maar nooit op eigen gezag.

Wanneer dr. Bouter stelt dat de Kerk „pilaar en vastigheid der waarheid” (1 Timotheüs 3:15) is, wijs ik graag op de context van deze uitdrukking. Als betekenis licht dan op: het huis of huisgezin van God (oikos theou) is de gemeente van de levende God (ekklesia theou dzoontos). Die gemeente/Kerk heeft tot taak om pilaar (stulos, drager) en vastigheid (hedraiooma, beschermer) van de Waarheid te zijn. Zij rust daarop, niet andersom.

Augustinus

De redenering van dr. Bouter is in al deze gevallen typisch rooms-katholiek. Zij doet de Reformatie in haar essentie geen recht. Uit de aard van de zaak is de versplintering in allerlei kerken en groeperingen verschrikkelijk, een aanfluiting zelfs. Alle reformatoren wilden hervorming van de katholieke kerk, nooit stichting van een nieuwe.

Bij Calvijn is reformatie „selon la coustume de l’Église ancienne”: hervorming „naar het voorbeeld van de oude kerk.” Men wilde het juk van eeuwenlange verduistering door pausen, concilies en (niet in de laatste plaats) scholastisch denken van zich af schudden. Naast de weer in de grondtalen gelezen Schriften vormden de kerkvaders de grote inspiratiebron. Voor Luther gold: „Sanctus Augustinus (...) weiset uns zur Schrift”; vergeleken met hem zijn de in scholastiek gevangen theologen „dwazen” (stulti).

Paus Benedictus XVI

Kenmerkend is dat alle reformatoren zich als voluit katholiek beschouwden. Ze wilden niet terug naar de Romeins-katholieke kerk zoals die in hun dagen verworden was, wel naar de katholieke kerk van alle eeuwen en plaatsen. Slechts die kerk was voor hen de ware. Men wist: de apostolische vader (en martelaar) Ignatius van Antiochië had rond 115 al gesproken over ”de katholieke kerk”. Daarmee bedoelde hij: de kerk die overal verspreid is, de universele kerk. Deze betekenis had (en heeft) het woord katholiek ook in het Apostolicum (de Twaalf Artikelen) en bijvoorbeeld de belijdenis van Nicea-Constantinopel.

Katholiek valt niet samen met rooms-katholiek. Dat hebben pausen vanaf Leo de Grote (circa 450) wel steeds gepropageerd. Wie preken en brieven van deze Leo leest, raakt verbaasd en ontsteld over zijn aanmatigende taal en optreden. Dat werd in de eeuwen daarna niet beter: met Gregorius VII (1073-1085) werd de bisschop van Rome de stedehouder van Christus (let wel: niet van Petrus maar van Christus!) op aarde. In de nieuwe tijd werd hij ook onfeilbaar (1870) en in die hoedanigheid verkondiger van dogma’s zoals Maria’s tenhemelopneming (1950). Eerder al verkondigde de paus Maria’s onbevlekte ontvangenis (1854).

Ik lees met verbazing dat een predikant van de Protestantse Kerk in Nederland stelt dat protestanten „heel goed een beweging kunnen vormen binnen de Rooms-Katholieke Kerk.” Zelfs een beweging die „rechtstreeks onder de paus gaat vallen.” Is dan die paus niet langer onfeilbaar en moet de stedehouder van Christus de eenmaal afgekondigde dogma’s (bijvoorbeeld ook de transsubstantiatie) niet langer handhaven?

Dr. Bouter noemt paus Benedictus XVI als zijn ideale voorbeeld. Inderdaad, Joseph Ratzinger weet een en ander van de Reformatie. Jarenlang was hij het hoofd van de Congregatie van de Geloofsleer (de vroegere inquisitie).

Het lijkt mij goed dat ook vandaag beseft wordt hoe de Romana zich ontwikkelde. Zij is een katholieke kerk, maar werkelijk niet de enige. Het begrip katholiek is oud en was, voordat het in het Westen populair werd, juist in het Oosten bekend. Katholiek zijn de oosters-orthodoxe kerken, bijvoorbeeld die van Jeruzalem. Katholiek is, naar haar belijdenis, ook de Protestantse Kerk in Nederland, lokaal deel van de wereldwijde katholieke Kerk. Een oproep dit steeds bewust te belijden en ernaar te leven, lijkt mij meer gepast. In de geest van dr. Bouters favoriete theoloog Oepke Noordmans trouwens: een Hervormde Katholieke Kerk.

De auteur doceerde patristiek (geschiedenis Vroege Kerk) in Utrecht en Nijmegen.