Niet links, niet rechts, maar christelijk humaan

„Als christenen moeten wij ons totaal en zonder reserve verzetten tegen het hele humanistische systeem, ongeacht of het door conservatieve of door liberale elementen wordt beheerst.”  beeld ANP, Bart Maat

Bij het bepalen van hun houding tegenover andere partijen kunnen CU, SGP en CDA leren van Francis A. Schaeffer. Deze christen-denker waarschuwde fel voor het in het Westen beeldbepalende humanisme.

Over de verhouding tussen christelijke politieke partijen en de seculiere politiek wordt volop gediscussieerd. De snelle opmars van Forum voor Democratie (FVD) heeft de vraag hoe ze moeten omgaan (en samenwerken) met andere partijen extra actueel gemaakt.

ChristenUnie, SGP en (in mindere mate) CDA maken verschillende afwegingen. De achterban van SGP en CDA ervaart op bepaalde terreinen verwantschap met rechtse partijen als VVD en FVD, terwijl de CU-achterban meer sympathie heeft voor linkse partijen als GroenLinks en PvdA.

Invloed hebben is ook voor christelijke partijen belangrijk (geworden). Dit heeft geleid tot een pragmatischer opstelling, waarbij voor thema’s en wetsvoorstellen gezocht wordt naar wisselende meerderheden met andere partijen. Hierdoor kunnen CU en CDA samen met VVD en D66 in een coalitie zitten, en SGP en FVD in dezelfde Europese fractie. Deze openheid en dit pragmatisme hebben wat moois. De christelijke partijen kruipen niet weg in hun eigen zuil en waarschijnlijk is hun invloed nu groter dan getalsmatig te verwachten zou zijn.

Vervreemding

Toch is er soms sprake van een bepaald onbehagen. Het ene moment voelen we verwantschap met Thierry Baudet, als hij het christelijk onderwijs het beste van Nederland noemt (RD 29-6) en zijn partij neerzet als een brede, liberaal-conservatieve beweging (Zomermanifest FVD). Het andere moment ervaren we vervreemding, bijvoorbeeld als Lodewijk Asscher (PvdA) de vrijheid voor orthodoxe scholen wil inperken en opmerkt dat „kinderen soms beschermd dienen te worden tegen hun ouders” (RD 18-6). Verwantschap als SP en SGP samen optrekken rond zondagsarbeid, vervreemding als coalitiegenoot D66 op „voltooid leven” blijft hameren.

Moeten christen-politici kiezen voor pragmatisme óf getuigenis? Of voor pragmatisme én getuigenis?

Referendum

De in 1984 overleden Amerikaanse christen-denker Francis A. Schaeffer beschrijft in zijn boek ”Een Christelijk Manifest” hoe in de 20e eeuw het humanistische wereld- en mensbeeld sterk aan invloed won. Dit gaat ervan uit dat de werkelijkheid bestaat uit materie, energie en toeval. Er is geen hogere ”creator”, geen plan en geen doel. Volgens Schaeffer staat deze humanistische totaalvisie diametraal tegenover de christelijke denkwereld.

Het logische gevolg van het humanisme is het ontbreken van absolute waarheden. De begrippen goed en kwaad zijn subjectief en hangen af van cultuur en context. Wetgeving wordt gemaakt op basis van de op dat moment geldende stemming en meerderheden.

Schaeffer zag scherp dat dit denken in de jaren 60 tot 80 van de vorige eeuw in het Westen overal ingang vond. Dit werd in de decennia erna niet minder. Een voorbeeld van de humanistische visie is het stokpaardje van de FVD (in het verleden het kroonjuweel van D66): het bindend referendum. Dit is het ultieme middel voor het ontwikkelen van wetgeving gebaseerd op de voorkeuren van de (dan geldende) meerderheid.

Het gevolg hiervan is dat de ruimte voor minderheidsstandpunten kleiner wordt. Denk aan Asschers uitspraak over orthodoxe scholen of aan de ”weigerambtenaar”.

Grondgedachten

Schaeffer heeft een duidelijke mening over hoe christenen zich moeten verhouden tot de humanistische beweging: „...ook al zijn er enorme verschillen tussen conservatieven en liberalen, uiteindelijk is er geen verschil tussen hen als ze beiden vanuit een humanistische levensbeschouwing werken. Als christenen moeten wij ons totaal en zonder reserve verzetten tegen het hele humanistische systeem, ongeacht of het door conservatieve of door liberale elementen wordt beheerst. Christenen moeten zich niet met enigerlei groep verbinden, alleen maar op basis van de naam die zo’n groep draagt” (”Een Christelijk Manifest”, pag. 85-86).

Schaeffer maakt geen onderscheid tussen rechtse en linkse partijen. Het gaat hem om wat de grondgedachten van deze groeperingen zijn. Ook Stefan Paas wijst erop dat christelijke politici zich niet moeten focussen op linkse of rechtse politiek (RD 28-6). Ze moeten vooral gericht zijn op de navolging van Christus. Dat is christelijke humaniteit.

”Open vensters”

Als theoloog en apologeet gaf Schaeffer een profetisch getuigenis, maar was hij niet te radicaal? Het kan zeker verstandig zijn om anno 2019 samen te werken met andere partijen, maar laten we dan wel zorgen dat daarmee geen te nauwe verbinding ontstaat. Dat is de les die Schaeffer ons leert.

Schaeffer roept ook op om tijden van ”open vensters” optimaal te benutten. Hij zag begin jaren 80 onder president Reagan voor Amerikaanse christenen ruimte ontstaan om een duidelijk tegengeluid te geven tegenover de heersende humanistische opvatting. Zo kun je ook de huidige Amerikaanse tijd als een periode van een ”open venster” duiden. De behoudende stroming krijgt bijvoorbeeld weer meer invloed in de rechterlijke macht.

Is in Europa het opkomende eurorealisme mogelijk ook een ”open venster”, waarin we de ruimte hebben om op te komen voor echte humaniteit en echte vrijheid, geënt op dé blijde boodschap? Maar hoe benutten we deze ruimte? Augustinus geeft op deze vraag een antwoord: „Laten we (liever) goed leven, dan worden de tijden vanzelf goed. Wij zijn de tijden. Zoals wij zijn, zo zijn de tijden” (Sermo 80, 8).

De auteur houdt zich bezig met politiek en apologetiek.