Niet: altijd online, maar: altijd onderweg

Pelgrim in medialand
beeld iStock

Regelmatig ontmoet je ze, ouders die werkelijk radeloos zijn. Diep teleurgesteld in hun kinderen. Intens verdrietig over zonden die ze begaan. Waarom lukt het ouders niet hun kinderen in het gareel te houden?

Niet zelden wijzen ze dan naar de moderne media: smartphones, games, Facebook, YouTube, Netflix enzovoort. Heel begrijpelijk, want die media brengen de zondige wereld binnen handbereik. Wat moeten ouders doen? Zich terugtrekken op een eiland? Het gebruik van nieuwe media, koste wat het kost, vermijden? Tijdens de afscheidslezing van het lectoraat nieuwe media, vorige week woensdag, kwam die vraag ook aan de orde. De korte samenvatting daarvan was: mijden is onmogelijk en matigen is onmisbaar.

Mijden

Dat eerste punt, is dat correct? Is het werkelijk niet mogelijk om je te onttrekken aan al dat mediageweld?

Wie heel consequent internetgebruik wil mijden, moet een grote sprong terug in de tijd maken. Het digitale datanetwerk is de ruggengraat van onze samenleving. Wil je dat principieel ontlopen, dan moet je overal contant betalen in plaats van te pinnen, niet zelf tanken bij een onbemand benzinestation, je OV-chipkaart opladen bij een speciaal servicepunt, je huisarts vragen om je gegevens alleen in geschreven vorm te bewaren, de belastingaangifte op papier blijven doen, de slimme meter van het energiebedrijf weigeren, een bank zoeken met papieren overschrijvingskaarten, geen kranten meer lezen en geen vliegtuig instappen. Dat is nog maar het begin. Scholen en werkgevers zonder computers zijn dun gezaaid en er is nauwelijks meer een hedendaagse computer werkend te krijgen zonder internetverbinding.

Natuurlijk zijn er allerlei omwegen mogelijk. Je kunt ervoor kiezen om zélf geen internet te gebruiken maar dat anderen voor je te laten doen. Amish die geen e-mails mogen verzenden, vragen dat aan een bevriende niet-amish. Dat lijkt op de constructie van orthodoxe joden die op sabbat aan een niet-jood vragen om het licht uit te schakelen. Maar daarmee keur je goed dat anderen gebruikmaken van het netwerk.

Keuzes

In de praktijk is er maar een enkeling te vinden die zich zo afzijdig houdt. De meeste ouders maken de keuze om het gebruik van computer, smartphone, internet en sociale media toe te staan, maar daar wel restricties aan te verbinden. Dat kan de keuze zijn om het thuis zonder internet te doen (zoals leden van de Vereniging zonder Internet) of het gebruik ervan voor kinderen uit te stellen (zoals vaak in oudercollectieven wordt bepleit). Andere ouders bieden hun kinderen beperkte internettoegang en begeleiden dat strak. In sommige gezinnen krijgen kinderen veel meer ruimte en wordt er regelmatig over het onlinegedrag gesproken.

Zo maakt ieder z’n eigen afweging. Desondanks zijn veel ouders teleurgesteld en hebben ze het gevoel dat ze tekortgeschoten zijn in de mediaopvoeding of strenger hadden moeten zijn. Hadden ze dan toch die apparaten buiten de deur moeten houden?

Niet zwart-wit

Bovenstaande redenering gaat ervan uit dat het mijden van media onmogelijk is omdat iedereen ermee te maken heeft. Maar iemand kan tegenwerpen dat het belachelijk is om het internetgebruik van een slimme elektriciteitsmeter te vergelijken met dat van een tiener die naaktfoto’s doorstuurt via Snapchat. Of een vergelijking te maken tussen een pinbetaling in de supermarkt met het abonnement op filmdienst Netflix.

Inderdaad, dat ligt ver uiteen. Toch is dat juist karakteristiek voor het mediagebruik in de 21e eeuw. In de 20e eeuw was het relatief eenvoudig om een zwart-witkeuze te maken: wel of niet krant, wel of niet radio, wel of niet tv, wel of niet internetaansluiting. Vandaag is op dat internet een wereldwijd web gebouwd met duizenden mogelijkheden. Als je die op een rij zet, vormen ze samen een heel geleidelijke overgang: van de slimme meter, via de file-informatie op de TomTom, de geboortemelding van een kalfje, de bewakingscamera bij de voordeur, de foto op de smartphone, de app van Buienradar, het lesrooster op Magister, de bestelling bij een webshop, het bericht op de familie-app, de Maxi-Cosi op marktplaats.nl, het nieuwsbericht op nu.nl, de onlinecursus op YouTube, het liveblog van CNN, een spelletje Tanki Online, de verjaardagsuitnodiging op Facebook, de foto’s daarvan op Instagram, de tien seconden durende video ervan op Snapchat, tot een eigen vlog die uitlegt hoe je zo’n Snapchatvideo importeert in Instagram. De meeste lezers zullen ergens onderweg het punt gepasseerd zijn waar ze ervaring mee hebben opgedaan.

Opvallend is dat deze reeks volstrekt verschilt van het traditionele mediagebruik. Je kunt niet eenvoudig een knip aanbrengen, bijvoorbeeld tussen nuttig gebruik en gebruik voor ontspanning en vermaak. Er zijn nauwelijks scherpe grenzen meer. Waar ligt de grens tussen consumeren en produceren? Tussen actief en passief mediagebruik? Tussen gratis en betaald? Tussen gebruik in besloten kring en openbaar? Tussen media met en media zonder seculiere invloed? Tussen media van 5-plus, 12-plus, 18-plus en 65-plus? Tussen media voor smartphone, laptop, pc, smartwatch, 3D-bril of Xbox?

Er bestaan dus geen heldere ‘breuklijnen’ die helpen bij de persoonlijke afwegingen. De een zal de deur dicht willen doen na de TomTom, de ander bij Tanki Online. Maar waarom precies daar? De TomTom bevat immers ook vermaak: die noemt bij ”point of interest” de bioscoop, je kunt op dat apparaat googelen en er muziek of een preek mee beluisteren. Er zijn dus andere criteria nodig voor verantwoord mediagebruik. We zijn ”geen baas over de knop”, maar iedereen voelt aan dat dat bij een TomTom tot andere conclusies leidt dan bij een smartphone.

Pelgrim in medialand

Binnen het lectoraat hebben we dit uitgewerkt tot het Media Attitude Model. Dat gaat uit van het begrip pelgrimschap. Het is voor ons omgaan met media van groot belang of we deze wereld beschouwen als een leuke plek om te verblijven of als een woestijn waar we doorheen reizen op weg naar onze eeuwige bestemming. Dat laatste is het uitgangspunt, zo behoort een christen te leven. Dat heeft grote invloed op zijn mediagebruik, want die media kunnen hem daarbij helpen of juist hinderen.

De Amerikaanse predikant Jonathan Edwards schreef hierover: „Ons hele leven moeten we gebruiken om deze reis te maken. We kunnen niet vroeg genoeg beginnen, als kind al. (...) Iemand die op reis is, woekert met zijn tijd om zijn reisdoel te bereiken. (...) Hoe plezierig het ook is als een begeerte wordt vervuld, we moeten haar aan de kant leggen als een hindernis, een struikelblok op de weg naar de hemel. (...) Onze wereldlijke genoegens en bezittingen moeten we op zo’n manier en met zo’n blik gebruiken dat ze ons helpen verder te komen op onze weg naar de hemel. Met dat doel moeten we eten, drinken, ons kleden en genieten van gesprekken met vrienden.”

Vermaak

In ons boek ”Pelgrim in medialand” is dit uitgewerkt aan de hand van Calvijns beschrijving over matigheid in de ”Institutie” (boek III, hoofdstukken 9 en 10). Dan is er ruimte voor het gebruik van media voor ontspanning of vermaak (”oblectatio”, zegt Calvijn), maar er is wel een scherpe grens: sluit alles uit „waarnaar je zorg of genegenheid uitgaat en wat je kan afleiden of weerhouden van het overdenken van het hemelse leven en van de aandacht en zorg voor onze ziel”. Anders verworden hulpmiddelen tot hinderpalen.

Wie nieuwe media naast deze maatstaf legt, ziet direct dat de vorst van de duisternis daarin een machtig arsenaal ter beschikking heeft. Sociale media en smartphones zijn nog geschikter dan kleding, sieraden of auto’s om ons te verstrooien, te vermaken, onszelf te etaleren of tot zonde te verleiden.

Bekering

Is die ”radeloze ouder” hier nu mee geholpen? Niet meteen. Ouders en jongeren willen graag een concreet lijstje van welk medium, welke app, welk game er wel of niet mag. Maar dat kent het Media Attitude Model niet, en het bestáát ook niet. Er zijn tal van adviezen, ouders kunnen contracten maken met hun kinderen, hulpmiddelen van stal halen, digiloze dagen invoeren, maar die gedijen alleen op een goed ”fundament”. Daarom is media-opvoeding zo moeilijk. Sterker nog: onmogelijk, want er is een wonder nodig om pelgrim te worden, het wonder van wedergeboorte en bekering. En toch durven we de lat niet lager te leggen.