Nederlandse economie functioneert niet zonder flexibiliteit

De overheid zou ervoor moeten zorgen dat werkgevers- en werknemersorganisaties flexibiliteit juist faciliteren. beeld ANP, Lex van Lieshout

Denken dat iedereen kan en wil werken met een vast contract is onrealistisch.

De politiek maakt keer op keer dezelfde fout door wetten uit te rollen waarin de wensen van de moderne BV Nederland nauwelijks zijn verwerkt. Zo faalden de Wet werk en zekerheid (WWZ) en de Wet DBA (deregulering beoordeling arbeidsrelaties) omdat ze niet aansloten op de wensen vanuit de arbeidsmarkt.

De drang naar flexibiliteit kun je niet beteugelen met regels. Met de WWZ en de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) richt de overheid een ouderwetse arbeidsmarkt in, waarbij het vaste contract centraal staat. Maar de roep om het vaste contract gaat ons de komende jaren alleen maar tegenwerken. Dit zal juist leiden tot werkgevers die moeilijk kunnen omgaan met de conjunctuurgolven, tot lagere arbeidsparticipatie en tot hogere werkloosheid.

We vergeten namelijk dat veel beroepen flexibel van aard zijn en steeds meer beroepen flexibel worden. Uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden van onderzoeksorganisatie TNO blijkt dat voornamelijk werkenden tot 24 jaar geen of weinig behoefte hebben aan zekerheid. Sterker nog, meer dan de helft van deze leeftijdsgroep heeft expliciete behoefte aan flexibiliteit. Den Haag ziet ook dit totaal over het hoofd.

Ruimte

Het flexibele contract is niet alleen voor opdrachtnémers prettig. Ook voor opdrachtgévers kan het fijn zijn om een flexibele schil te hebben. In sommige sectoren is het zelfs nodig. Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) onderzocht de wensen van werkgevers. Onzekerheid over de toekomstige hoeveelheid werk en personeelsomvang en een tijdelijke behoefte aan specialistische kennis zijn dé redenen waarom werkgevers flexibiliteit willen.

Flexibiliteit biedt ruimte om te kunnen inspelen op de hoogte- en dieptepunten van de economie en de arbeidsmarkt. In diverse branches, zoals de horeca en de handel, is het flexcontract een belangrijke manier om mensen aan het werk te helpen. Ook voor mensen die langere tijd werkloos zijn, kan flexibiliteit een geschenk blijken. Het is voor hen dé manier om weer aan de slag te gaan. Het is bovendien niet gezegd dat een flexibel contract in beton gegoten is. Twee derde van de uitzendkrachten blijft na de uitzendperiode werken bij het bedrijf. Via een uitzendbaan, als oproepkracht of via een tijdelijk of vast contract. Van de uitzendkrachten maakte 16 procent in 2017 zelfs de overstap naar een vast contract. Dat was niet gelukt zonder flexibiliteit in het begin.

De cijfers liegen er niet om: het aandeel werkgevers dat gebruikmaakt van tijdelijke contracten is van 30 procent midden jaren negentig gestegen naar bijna 57 procent in 2015. Ruim 20 procent van de werkende Nederlanders werkt op basis van een flexibel arbeidscontract, volgens de Flexbarometer. Naar verwachting stijgt dit aandeel alleen nog maar.

Meer zekerheid

Welke kansen liggen er bij economische voorspoed en waar houd je rekening mee bij tegenspoed? Veel ondernemers houden zich bezig met de conjunctuur van de arbeidsmarkt en worstelen met wet- en regelgeving. Ondernemers willen hun personeel juist werkzekerheid bieden bij tegenspoed en dat kan alleen met flexibele contracten. Gaan de zaken iets minder, dan is het mogelijk dat werknemers minder uren gaan werken in plaats van hun baan te verliezen.

Kortom, flexibiliteit biedt medewerkers zekerheid op het gebied van werk, arbeidsparticipatie en inkomen, en zorgt ervoor dat bestaande kennis bij bedrijven niet verloren gaat. De overheid zou haar verzet moeten staken en ervoor moeten zorgen dat werkgevers- en werknemersorganisaties flexibiliteit juist faciliteren.

De auteur is CCO van Brisker Group, een HR-dienstverlener.