Meer aandacht nodig voor kinderloosheid in kerk

beeld ANP, Robin van Lonkhuijsen

Kerken mogen meer oog hebben voor kinderloosheid, constateren Henk en Alice van de Werken.

„En hebben jullie ook kinderen?” „Nee, die hebben we niet.” Wij zijn ruim twaalf jaar getrouwd en hadden graag kinderen ontvangen. Elke keer ervaren we gevoelens van verdriet, onzekerheid, pijn en onbegrip. Ook hebben we soms het gevoel er niet bij te horen.

We hebben contacten gehad met andere ongewild kinderloze echtparen. Veel gevoelens herkenden we van elkaar. Dit heeft ertoe geleid dat we ons afvroegen hoe ongewilde kinderloosheid binnen de christelijke gemeente wordt ervaren. We hebben er onderzoek naar gedaan; de conclusies verdienen volgens ons aandacht.

Taboe

Uit het onderzoek blijkt dat de beleving van het gemis van een kind erg hoog is en dat het verdriet erover in de jaren wel wat afneemt, maar zeker niet verdwijnt. Verder zien we dat het vaak niet mogelijk blijkt om verdriet te delen door er met anderen over te spreken. Waar dat wel gebeurt, is dat vooral in contacten met vrienden. Minder dan de helft kan er met hun ouders over spreken. Binnen de christelijke gemeente ervaart maar minder dan een kwart de ruimte om het verdriet te kunnen delen. Hoewel er van tijd tot tijd bekende en minder bekende mensen in het openbaar vertellen dat zij te maken hebben met vruchtbaarheidsproblemen, lijkt er nog steeds een taboe op te rusten.

Dit kan enerzijds veroorzaakt worden door de intieme kant van het onderwerp, waardoor zij die ermee te maken hebben schroom voelen om erover te praten. Een andere kant is dat het niet te begrijpen is voor iemand die er niet mee te maken heeft. Zij kunnen niet invoelen wat er allemaal met je gebeurt als je merkt dat je niet op de normale manier zwanger wordt, welke gevoelens naar boven kunnen komen en voor welke keuzes je gesteld kunt worden.

Meeleven is dan goed, maar hoe? In het algemeen blijkt het vaak meer met ”zijn” en minder met ”spreken” te maken te hebben. De erkenning dat het gemis er is en er voor het verdriet ook een plaats mag zijn, kan in veel gevallen helpend zijn. Maar op goedbedoelde ‘oplossingen’ zit men meestal niet te wachten.

Verlegenheid

Als we gegevens uit het onderzoek op ons in laten werken, komen we tot de conclusie dat er aan verschillende kanten een verlegenheid is rondom het thema: bij kinderloze echtparen zelf, bij de christelijke gemeente en ook bij de wederzijdse ouders van het betreffende echtpaar. We willen hier wat verder op ingaan vanuit onze eigen beleving en die van anderen.

De verlegenheid wordt in de eerste plaats gevoeld door de kinderloze echtparen zelf. Het genoemde taboe speelt daarbij een grote rol. Zij kunnen eenzaamheid ervaren en zich buitengesloten voelen in een christelijke gemeente. Daar geldt het beeld: ”gezin” en de lijn ”ouders, kinderen en kleinkinderen” vaak als normaal. Tijdens de diensten en andere activiteiten komt dat beeld ook veelvuldig naar voren. Driekwart van de echtparen geeft aan dat ze onvoldoende aandacht ervaren binnen de christelijke gemeente. Meer dan de helft geeft zelfs een zware onvoldoende.

Deze echtparen begrijpen best dat meestal een groot deel van de gemeente bestaat uit gezinnen met kinderen en daar mag zeker ook aandacht voor zijn. Zij die dat kunnen, laten dat ook zien door hun steentje bij te dragen aan een vorm van kinderwerk.

Het is voor de openheid van essentieel belang dat kinderloze echtparen zelf open zijn over hun situatie en hun verdriet. De angst om het stempel ”zielig” opgedrukt te krijgen, kan mensen ervan weerhouden om het verdriet (steeds weer) ter sprake te brengen.

Gemeente

In de tweede plaats kan ook de gemeente zelf (gemeenteleden en kerkenraden) verlegenheid ervaren. Men weet niet goed hoe met het verdriet om te gaan en voelt zich machteloos. Dit zou althans geconcludeerd kunnen worden uit de erg lage waardering voor de aandacht voor kinderloosheid in het onderzoek. Er is ook geen ‘goede manier’ die in alle situaties werkt. Niet iedereen is hierin hetzelfde, niet iedereen reageert op dezelfde manier en niet iedereen heeft hetzelfde nodig.

Wij hebben gemerkt dat mensen graag een oplossing willen geven. Dat gaf ons vaak het gevoel dat wij ons moesten verantwoorden. Bijvoorbeeld over de vraag waarom we wel of geen stappen in het medische circuit zetten of adoptie of pleegzorg overwogen. Het meest hebben wij gehad aan reacties van vrienden die gewoon luisterden naar ons verhaal en er voor ons waren.

Doopdiensten en Moeder- en Vaderdag zijn de meest genoemde moeilijke momenten in de kerkelijke gemeente. De meerderheid zou ook meer aandacht in het gebed (ook tijdens normale diensten) en in de preek waarderen.

Kinderloosheid kan ook vragen naar God oproepen. „Waarom gebeurt dit ons?”, „Waarom verhoort God ons gebed niet, geloven wij niet goed genoeg?”, „Kinderen worden een zegen van God genoemd, worden wij dan gestraft?” Het gevaar is niet denkbeeldig dat echtparen (of een van hen) in een geloofscrisis terechtkomen. Als er daarnaast ook nog weinig betrokkenheid vanuit de gemeente ervaren wordt, bestaat de kans dat dit echtpaar van de gemeente vervreemdt of (wat nog erger is) het geloof laat varen.

Ouders

Tot slot kunnen ook ouders verlegenheid ervaren rond het verdriet van hun kinderen. Als het goed is willen ze hen daarin steunen. Maar er kan ook verschil van inzicht zijn over de keuzes die worden gemaakt. Als daarover gesproken wordt, kan dat pijn opleveren, waardoor verwijdering kan ontstaan.

Daarnaast kunnen zij ook hun eigen verdriet hebben omdat ze zelf geen opa en oma worden. Als ze wel opa en oma zijn van een van hun andere kinderen moeten ze hun aandacht verdelen tussen hun kind(eren) die wel kinderen hebben, hun kleinkinderen en hun kind(eren) die geen kinderen hebben.

Contact

Driekwart van de deelnemers aan het onderzoek gaf aan graag ervaringen te delen met lotgenoten, zowel binnen als buiten de gemeente. Onze ervaring is dat het goed is om contact te hebben met anderen die in eenzelfde situatie zitten. Dat kan herkenning oproepen en je kunt elkaar hierdoor versterken en bemoedigen. Wij willen onze ervaring gebruiken om anderen te ondersteunen. Meer informatie hierover is te vinden op werkenaanruimte.nl.

Het zou daarnaast goed zijn als ook binnen de christelijke gemeente ruimte wordt ervaren om rond dit thema met elkaar gemeente van Christus te zijn. Of je nu alleenstaand bent, getrouwd bent, kinderen hebt of niet. Wij willen graag met kerkenraden en gemeenten meedenken in de bezinning hierop.

De auteurs deden onderzoek naar kinderloosheid.