Liever ”Stille nacht” dan een kersthit in de winkelstraat

De kans dat we bij het gemiddelde publiek in een winkelcentrum een gevoelige snaar bereiken is met bekende kerstmelodieën nu eenmaal groter dan met een koraalbewerking van een psalm. beeld ANP, Robin van Utrecht

Oeroude kerstliederen hebben zich zo in het collectieve geheugen genesteld, dat moderne kersthits niet in de buurt van deze ”evergreens” komen. Ze zijn een goed middel voor evangelisatie.

De kersttijd komt er weer aan. Ook voor diegenen die niet exact de kalender van het kerkelijk jaar volgen, is die niet te missen. Winkelstraten worden opgetuigd en kerstmuziek klinkt overal.

Een heel repertoire aan kerstliederen wordt over het winkelend publiek uitgegoten. Er klinken zowel religieuze kerstliederen die over de geboorte van Jezus Christus gaan als zogenoemde profane liederen. Daarnaast is er ook beroemde klassieke muziek die speciaal voor Kerst is gecomponeerd, zoals het prachtige Weihnachtsoratorium van Bach. Graag ga ik in op de liederen rond de geboorteviering van Christus.

In het verleden zijn er bewust pogingen gedaan om deze christelijke erfenis uit het publieke domein te verwijderen. Zo diende een bekend liedje als ”O, dennenboom, O, dennenboom, wat zijn uw takken wonderschoon” in Duitsland onder het nationaalsocialisme om echt christelijke kerstliederen te verdringen.

De religieuze kerstliederen in Nederland omvatten een breed repertoire. Hun afkomst en ouderdom zijn divers. ”Hoe leyt dit kindeke hier in de kou” en ”Nu zijt wellekome, Jesu, lieve Heer” stammen uit het begin van de nieuwe tijd na de Nederlandse opstand tegen Spanje onder Willem van Oranje.

”Stille nacht, heilige nacht” werd begin negentiende eeuw geschreven. Het werd voor het eerst opgevoerd in de St. Nikolauskerk in Oberndorf, Salzburgerland, op eerste kerstdag 1818. Voor die tijd een modern lied, de begeleiding werd zelfs gedaan met gitaar.

Het lied werd al snel een van de populairste kerstliederen. Dat is het nog steeds, al lijkt de Nederlandse protestantse versie zoals wij die kennen eigenlijk helemaal niet op het origineel. De Vlaamse vertaling, die de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland gebruikt, komt het dichtst bij de oorspronkelijke Duitse zetting. Waarschijnlijk lag en ligt nog steeds de Rooms-Katholieke terminologie gevoelig. Het zingen over bijvoorbeeld het „goud(blonde) haar van het lieflijk Kindje” ligt niet zo goed in protestantse hoek.

Gevoelige snaar

Het is mooi dat deze oeroude kerstliederen zich blijkbaar zo in ons collectieve geheugen genesteld hebben, dat de moderne kersthits niet eens in de buurt van deze ”evergreens” kunnen komen. Bijna iedereen kan ”Stille nacht” en ”Nu zijt wellekome” meeneuriën of zelfs zingen.

Blijkbaar raken deze liederen ons, of we nu in Jezus Christus geloven of niet. Is het erg dat deze liederen zomaar in elk willekeurig winkelcentrum gespeeld worden? Ik hoor ze liever dan liedjes over een konijn die Kerst niet overleeft. Laten we het maar gewoon zien als een stukje evangelisatie.

Waarom zouden wij als christenen alleen in de kerk de kerstliederen zingen? De kans dat we bij het gemiddelde publiek in een winkelcentrum een gevoelige snaar raken, is met bekende kerstmelodieën nu eenmaal groter dan met een koraalbewerking van een psalm, hoe mooi die ook kan zijn. ”Stille Nacht” kan dus wat mij betreft prima in een niet zo stil winkelcentrum. Hoe misplaatst dit soms ook kan klinken. Als iemand staat te evangeliseren, vinden we dat toch ook bewonderenswaardig? Of zit daar wellicht een interessante paradox?

Of het nu uit een geluidsbox in een commerciële ruimte komt, of dat we als kerkleden gaan staan zingen, het effect lijkt me hetzelfde. Sterker nog, als we persoonlijk aanwezig zijn, kunnen we de context van de kerstliederen nog uitleggen ook. Of schamen we ons daarvoor?

De auteur studeert cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit.