Leren van corona

Een onlinevergadering gaat sneller en kost geen reistijd. Foto: digitale vergadering van de EU-top. beeld ANP, Sem van der Wal

Wie had eind februari kunnen bedenken dat we twee weken later niet meer naar de kerk, naar school, naar ons werk zouden kunnen? We hebben nu ruim drie maanden gewerkt aan ”het nieuwe normaal”. Geleidelijk komt er verlichting. Het onderwijs start weer op. Grote kerken mogen na 1 juli zelfs meer dan honderd kerkgangers verwelkomen. Maar de onzekerheid blijft. Komt er een tweede golf? Een effectief medicijn laat wellicht nog jaren op zich wachten. De crisis is niet over. We zitten er nog middenin. Misschien is de vakantie het juiste moment om na te denken over de lessen die we eruit kunnen trekken. Ik noem er alvast drie.

De eerste les is dat veel dingen minder vanzelfsprekend zijn dan we altijd dachten. Dat geldt zowel voor het automatisme van school en werk als voor de dagelijkse routine van het boodschappen doen en voor de feestjes die we vierden. Veel dingen waren zo vanzelfsprekend dat niemand zich afvroeg of het ook anders zou kunnen.

Inmiddels weten we: veel dingen kunnen anders. Waarom zou je niet een deel van de week thuis kunnen werken? Daar word je wellicht minder afgeleid dan op kantoor. De gemiste reistijd kan gebruikt worden om lichamelijk en geestelijk in conditie te blijven. Hetzelfde geldt voor school. Een deel van de leerlingen is prima in staat om in minder tijd de leerstof zelfstandig tot zich nemen. Door leerlingen gedeeltelijk thuis te laten werken, kunnen ze hun eigen tempo aanhouden en wordt ook het lerarentekort kleiner. Ten slotte heeft de coronacrisis bewezen dat je elkaar niet altijd fysiek hoeft te ontmoeten voor zakelijke afspraken. Een onlinevergadering gaat sneller en kost geen reistijd. Onze kostelijke levenstijd kan veel efficiënter ingedeeld worden.

De tweede les is niet in tegenstelling met de eerste maar een aanvulling erop: het echte leven bestaat niet uit een rekening van winst en verlies maar uit intermenselijk contact. Aangejaagd door economische wetmatigheden, is onze samenleving op drift geraakt in een collectief najagen van geld en goed. Alsof je menszijn evenredig toeneemt met de mate waarin je consumeert. Ik pleit niet voor terugkeer naar de armoede van voorbije eeuwen of andere continenten. De vraag van Agur uit Spreuken 30 om een bescheiden hoeveelheid brood mag ons tot voorbeeld zijn. Geluk heeft niet te maken met ”hebben” maar met ”zijn”. Het doet ertoe wie je bent. En wie je bent, word je in de relatie tot de ander, je medemens, en de Ander, je Schepper. Als die les geleerd wordt, mag het economisch slecht gaan, maar neemt de rijkdom toe.

De derde les is de belangrijkste: met alle technisch vernuft van de wereld blijven we kleine en afhankelijke mensen. Hoogmoedig als we zijn, zoeken we steeds weer vastheid in kunnen en bezitten. Corona heeft daarin geblazen en houdt de wereld in zijn wurggreep. Niemand weet hoe lang het duurt of hoe ernstig het wordt. Plotseling werd de wereld geconfronteerd met controleverlies.

Overigens is dat niks nieuws. Elk stervensproces is een coronacrisis in het klein: alle grip kwijt. Een samenleving die ”in control” wil zijn, verbloemt de dood. De realiteit van het leven vraagt juist deze in de ogen te kijken. En bescherming te zoeken in de schuilplaats van de Allerhoogste. In de ontmoeting met Hem ben je wel veilig en word je ook echt mens. Een coronavakantie is misschien bij uitstek geschikt om tot onszelf in te keren.