Leidinggevende taken in kerk weggelegd voor de man

Beeld Arie van der Spek/ripepublishing.com Arie van der Spek/ripepublishing.com

De Bijbel leert uitdrukkelijk dat leidinggevende taken in de christelijke gemeente alleen zijn weggelegd voor mannen, reageert dr. P. de Vries op dr. Almatine Leene (RD 26-4).

Raakt de openstelling van de ambten voor de vrouw het Schriftgezag? In het interview naar aanleiding van haar proefschrift verdedigt Almatine Leene dat dit niet het geval is. De interviewer stelt eigenlijk geen kritische vragen bij haar positie en laat na in te brengen dat hier bepaald niet alleen de zogenaamde zwijgteksten in het geding zijn. Wie eerlijk naar het Schriftgetuigenis luistert, moet concluderen dat hier wel degelijk het Schriftgezag in het geding is.

Man en vrouw zijn beiden naar Gods beeld geschapen. Op beiden rust de taak de aarde te bebouwen en te bewaren en zich te vermenigvuldigen. Daarbij is de man 
het hoofd van de vrouw. In Genesis 2:23 lezen we dat Adam de vrouw haar naam geeft. Het geven van een naam houdt voor de oosterling een positie in die heerschappij aangeeft. Paulus merkt in 1 Tim. 2:13 op dat Adam eerst geschapen is en daarna Eva.

Met de zondeval is de heerschappij van de man niet vervallen. Was Adam eerst gevallen, dan zou dat als argument kunnen gelden. Dat is echter niet het geval (vgl. 1 Tim. 2:14). Met de zondeval is zowel over de taak van de man om te arbeiden als die van de vrouw om kinderen te baren een zware schaduw gekomen. Duidelijk is echter dat het verschil in taak tussen man en vrouw dat er vanuit de schepping is, door de zondeval niet verandert. De zondeval heeft wel tot gevolg gehad dat macht en heerschappij misbruikt plegen te worden. Dat geldt ook voor de heerschappij van de man over de vrouw.

Ook het Evangelie heft de scheppingsorde niet op. Zoals God het hoofd van Christus is, is Christus het hoofd van de man en de man het hoofd van de vrouw. Daarom wijst Paulus in 1 Kor. 11 erop dat de vrouw als teken van gehoorzaamheid aan de man en vooral als teken van gehoorzaamheid aan en liefde tot Christus een hoofdbedekking dient te dragen in de samenkomsten van de gemeente.

Als het gaat om de wijze waarop de man heerschappij heeft over de vrouw en de vrouw haar man gehoorzaamt, noemt Paulus de verhouding tussen Christus en Zijn gemeente als voorbeeld (vgl. Ef. 5:25v., Kol. 3:18v.). Wanneer Paulus in Ef. 5:21 oproept elkaar onderdanig te zijn in de vreze Gods, bedoelt het niet dat mannen en vrouwen aan elkaar onderdanig moeten zijn. Blijkens het vervolg gaat het erom dat de vrouwen aan de mannen onderdanig zijn, de kinderen aan hun ouders en de knechten aan hun heren.

De Heilige Geest werkt zowel in mannen als vrouwen het geloof en leert zowel mannen als vrouwen de dingen die boven zijn te zoeken. Daarin is geen onderscheid (vgl. Gal. 3:28, Kol. 3:11v.). Echter, in het gezin heeft de vrouw een andere taak dan de man. Aansluitend bij het Oude Testament brengt Paulus in 1 Tim. 2:15 naar voren dat een getrouwde vrouw de bereidheid moet hebben kinderen te ontvangen en in de vreze des Heeren op te voeden.

Juist als het gaat om de taak van de vrouw in het gezin moet de christelijke gemeente in onze tijd een tegencultuur vormen. De buitenwacht moet merken dat het voor een christelijke vrouw een vreugde is om huisvrouw en moeder te zijn. Ik ga nu voorbij aan het feit dat niet elk huwelijk met de kinderzegen wordt bekroond en het verdriet dat dat met zich mee kan brengen.

Meer nog dan vroeger, toen de samenleving als geheel nog door christelijke normen en waarden was gestempeld, is het zaak dat de vrouw die kinderen heeft, haar taak als moeder ernstig neemt. In het gezin moet en vooral mag zij de gaven die de Heilige Geest haar heeft geschonken, ontplooien.

De Schrift spreekt vooral vanuit de getrouwde man en vrouw als het gaat over hun verschillende posities en taken. Het Schriftgetuigenis over man en vrouw in hun onderlinge verhouding kan daar echter niet toe worden beperkt. Heel uitdrukkelijk gaat de Schrift ervan uit dat alleen mannen leidinggevende taken in de gemeente hebben. Nadrukkelijk komt dat naar voren ten aanzien van opzieners, ouderlingen en diakenen. Wellicht was het wel zo dat de diakenen bijgestaan werden door vrouwen in het verlenen van diaconale hulp. De gaven van de Heilige Geest zijn niet bedoeld om de scheppingsorde omver te werpen maar binnen het kader daarvan te gebruiken. Wie dat anders wil, geeft de Schrift op ten gunst van een eigentijdse, seculiere zienswijze.

Almatine Leene is niet de eerste die met een beroep op de gaven van de Heilige Geest het Bijbelse getuigenis met betrekking tot de positie van man en vrouw wil openbreken. Zij legt een theologische constructie over het werk van de Heilige Geest over concrete Schriftgegevens. Echter, theologie is er niet om concrete Schriftgegevens krachteloos te maken, maar om die te verhelderen en het onderlinge verband tussen Schriftgegevens aan te geven.

Ontwikkelingen binnen de Gereformeerde Kerken in Nederland en de middenorthodoxie van de Nederlandse Hervormde Kerk komen met dezelfde argumenten op gang in wat nu nog gereformeerde gezindte heet. Mijn bede is dat wij in leer en leven het ons toevertrouwde pand bewaren en zo ook anderen daarvoor winnen. Dan hebben zowel mannen als vrouwen een hoge roeping.

De auteur is docent Bijbelse theologie aan het Hersteld Hervormd Seminarie.