Laat noodhulp geen hulpindustrie worden

„De meest kwetsbaren in een crisis zijn vaak het moeilijkst te bereiken, maar dit mag ons niet ervan weerhouden om naar hen toe te gaan. Hun nood bepaalt onze hulp.” beeld ANP, Arie Kievit

Mensen in nood reduceren tot beelden van armoede en rampspoed ontdoet hen van hun waardigheid. Stel daarom de mens zelf centraal bij noodhulp.

Het aantal mensen in nood is de afgelopen jaren enorm gestegen, de noodhulpsector is meegegroeid. Dat brengt het risico met zich mee dat noodhulpinstanties gaan werken als een groot bedrijf. Zo ontstaat er een zogenaamde ‘hulpindustrie’. Tel daarbij op dat in een noodsituatie de druk om snel te zijn groot is. Vaak is er in dergelijke situaties ook een chronisch tekort aan middelen. Beide factoren belemmeren een persoonlijke benadering van de medemens in nood. Het hart van de hulp is niet geld, gezondheidszorg, water, sanitair of onderdak – het zijn de mensen. Daarom geloof ik dat we in de noodhulp terug moeten naar de basis. We moeten zorgen dat we ons werk blijven doen voor mensen in nood, voor hen zijn we er. Een noodhulporganisatie mag niet domweg een leverancier van goederen, hulpmiddelen en kennis zijn. Respect is de kern van een mensgerichte benadering. Ook als grote groepen mensen hulp nodig hebben, kunnen ze hun waardigheid behouden als we onze hulp afstemmen op de nood van de mensen en hen zelf laten beslissen hoe ze de ontvangen hulp gebruiken.

Geldhulp is daarvan een mooi voorbeeld. Het biedt families een respectvolle manier om te betalen voor huur, eten of gezondheidszorg en beslissingen te nemen over wat ze dringend nodig hebben. Zo krijgen mensen zelf de keuze en beslissen anderen niet voor hen.

Succesverhaal

Mensgerichte hulp gaat ook over kwaliteit en verantwoording. Hulpverleners moeten continu blijven vragen om feedback. Zij moeten ingaan op kritiek en blijven investeren in nieuwe, innovatieve manieren om beter te kunnen helpen. Goede afstemming met de gemeenschappen en hen betrekken bij de beslissingen, het ontwerp, de uitvoering en de bewaking van de projecten is daarom belangrijk.

Een mooi voorbeeld hiervan is het herstelproject van Medair na de aardbeving in Nepal. Medair en een plaatselijke partner hebben nauw overlegd met de gemeenschap voordat ze aan het project begonnen. Ze kozen voor een traditionele Nepalese manier van samenwerking, ”armah parmah”, bij de herbouw van de huizen. Het is een groot succesverhaal van een herstellende gemeenschap: de mensen voelen zich gewaardeerd, hun tradities worden in ere gehouden en de resultaten van de gezamelijke inspanning overtreffen alle verwachtingen.

Unieke verhalen

Mensen op de eerste plaats zetten, betekent ook op zoek gaan naar mensen in nood, ongeacht wie of waar ze zijn. In het Disasters Report 2018 roept de Internationale Federatie van het Rode Kruis de internationale gemeenschap op om niemand te vergeten bij noodhulp, zelfs als het moeilijk is om mensen te bereiken. De meest kwetsbaren in een crisis zijn vaak het moeilijkst te bereiken, maar dit mag ons er niet van weerhouden om naar hen toe te gaan. Hun nood bepaalt onze hulp, niet de hindernissen die we op weg naar hen moeten overwinnen.

Mensgerichte hulp gaat verder dan fysieke hulp bieden. Je moet de tijd nemen om te luisteren, om de unieke verhalen van mensen te horen, hen te troosten, samen te lachen en te huilen en vooral van hen te leren. Het is cruciaal om mensen te laten merken dat we om hen geven, dat hun levens en verhalen belangrijk zijn en dat we hun mening en inzichten waarderen. Een van mijn Medair-collega’s beschreef op een prachtige manier wat mensgerichte hulp is: „Het is het verschil tussen dekens droppen uit een C-113 en op de grond aanwezig zijn, de angsten en noden van de mensen zien en hen in de ogen kijken terwijl je die deken uitdeelt. Het is contact maken van mens tot mens, de ander zien staan en waarde geven, dat maakt ons werk anders.”

Veerkrachtig

Daarnaast gaat mensgerichte hulp niet alleen over de directe interactie met mensen in een crisis, maar ook over hoe hulpverleners over hen vertellen. Mensen in nood reduceren tot beelden van armoede en rampspoed kan misschien werken om medelijden op te wekken, maar ontdoet hen wel van hun waardigheid. In de communicatie moeten mensen in een crisis een platform krijgen om hun verhalen te delen. Zij zijn zo veel meer dan hun nood. Ze zijn ontzettend sterke en veerkrachtige mensen, met dromen die ook gehoord moeten worden.

De hulpindustrie wordt misschien gedwongen om naar middelen, budgetten, kantoren, processen en taakverdelingen te kijken, maar noodhulp is veel meer dan doelen halen. Het vergt openstaan voor feedback, een constante drive om hulpverlening te verbeteren, kwetsbaar en eerlijk zijn, tijd nemen voor de verhalen van mensen en hun bredere context begrijpen. Onze eerste en laatste gedachte in de noodhulp moet altijd de levens van de mensen in nood aangaan. We moeten het respect voor mensen hoog houden en hen kracht geven wanneer ze onder moeilijke omstandigheden moeten leven.

De auteur is directeur bij de christelijke hulpverleningsorganisatie Medair.