Kabinet moet sparen voor magere jaren

„Om op een volgende crisis voorbereid te kunnen zijn, moeten we nú de voorbereidingen treffen.” Foto: minister Hoekstra van Financiën in de Tweede Kamer op de tweede dag van de Algemene Financiële beschouwingen. beeld ANP, Koen van Weel

Voor euforie over de economie is weinig reden. Terwijl velen doen alsof het geld tegen de plinten klotst, bedreigen veel risico’s onze economie. Om voorbereid te zijn op magere jaren zijn een geringe staatsschuld en voldoende buffers noodzakelijk.

Jarenlang heerste aan de rechterkant van politiek Nederland de opvatting dat financiële degelijkheid noodzakelijk is. Veel politieke partijen stonden vorig jaar tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen wat dat betreft zij aan zij. Zuinig omgaan met meevallers, de staatsschuld verkleinen en buffers aanleggen, waren algemeen gedachtegoed.

365 dagen later lijkt daar weinig meer van over. Zowel het Centraal Planbureau (CPB) als de Raad van State (RvS) kijkt met argusogen naar het huidige begrotingsbeleid. Het verkleinen van de staatsschuld heeft veel minder prioriteit en de heilzame Zalmnorm wordt losgelaten.

De Zalmnorm is het principe dat de overheidsuitgaven worden losgekoppeld van de overheidsinkomsten. Een plafond in de overheidsuitgaven wordt bij de start van een kabinetsperiode afgesproken. Hierna worden inkomstenmeevallers van de rijksoverheid niet gebruikt voor extra uitgaven, maar aangewend voor het aflossen van de staatsschuld.

Zo’n koerswijziging kan natuurlijk goede redenen hebben. In twaalf maanden kan er per slot van rekening veel gebeuren. Maar die redenen zijn op dit moment moeilijk te vinden, of zódanig dun dat ze zo’n draai niet kunnen rechtvaardigen.

Inderdaad, in 2019 is de absolute staatsschuld afgenomen. De komende jaren zal de staatsschuld als percentage van het bruto binnenlands product (bbp), zeg maar de schuldquote, blijven afnemen. Maar we zijn nog lang niet op het niveau van voor de grote financiële crisis van 2008. In 2007 bedroeg de staatsschuld 43 procent van het bbp. De crisis zorgde ervoor dat dit in een paar jaar naar 67,8 procent steeg. Een stijging van 24,8 procent. Meer dan de helft van de huidige schuldquote!

Buitenlandse risico’s

Moet het kabinet dan inzetten op lastenverzwaring? De lastenverlichting achterwege laten? Moeten we toe naar een schuldquote van 0 procent, of 15 procent? Zeker niet. Een beperkte staatsschuld kan geen kwaad, doet zelfs goed. En lastenverlichting is bijna een noodzaak geworden. Maar doen alsof het allemaal niet op kan, doet wel kwaad. Ondanks alle positieve berichten is matiging van de euforie op zijn plaats.

De absolute staatsschuld zal volgend jaar nog gelijk blijven, om in 2021 weer toe te nemen. En dat terwijl er veel buitenlandse risico’s zijn. Denk aan de brexit en de handelsoorlog tussen China en de Verenigde Staten. Die zijn bedreigend voor de economie, ook in Nederland. Verder zal de stikstofproblematiek de nodige negatieve impact hebben op onze economie. Een afnemende dan wel stokkende bbp-groei zal enorme gevolgen hebben voor de schuldquote.

Voldoende buffers

Om op een volgende crisis voorbereid te kunnen zijn, moeten we nú de voorbereidingen treffen. De afgelopen jaren is hier goed aan gewerkt. De gevolgen hiervan zijn te zien in de kleinere staatschuld, zowel absoluut als relatief. Maar het beeld lijkt te ontstaan dat er nu wel voldoende voorbereid is. Nee dus!

Alsof je bij de bouw van een huis de fundering legt, de muren optrekt, maar besluit om het dak, dat nodig is als buien zich aan de horizon samenpakken, nog even te laten zitten. „Want we gaan de goede richting op met de bouw en we hebben het huis nu eenmaal op dit moment al nodig.” Zo werkt het niet. Als er zwaar weer komt, is het met een huis zonder dak snel gedaan. Om op zwaar weer voorbereid te zijn, moet het hele huis af zijn. Om op een crisis voorbereid te zijn, moet je een geringe staatsschuld hebben en dienen er voldoende buffers aanwezig te zijn.

Matiging

Een begrotingsbeleid voeren ten tijde van bezuinigingen is vaak lastig, maar tijdens economische voorspoed is goed begroten minstens zo ingewikkeld. Het is de politieke keuzestress van: waar geven we de extra inkomsten en de meevallers aan uit? Dit zal altijd een afweging van heel veel belangen blijven. Die afweging lijkt bij het huidige kabinet meer gericht te zijn op uitgaven.

Ook in dezen is matiging op zijn plaats. Laten we met elkaar de traditie van financiële degelijkheid in ere houden!

Chris Stoffer is Tweede Kamerlid voor de SGP, Sander Bossenbroek financieel beleidsmedewerker voor de SGP.