Kabinet, kies eindelijk voor betaalbaar wonen

Prinsjesdag de laatste kans voor Ollongren en het kabinet-Rutte III om iets te doen voor huurders en woningzoekenden. beeld ANP, Phil Nijhuis

Het kabinetsbeleid ligt al jarenlang op ramkoers met betaalbaar wonen en het bouwen van voldoende huurwoningen. Het is dringend tijd voor beleid waarbij het recht op een betaalbaar huis centraal staat.

Terwijl er een economische crisis voor de deur staat en veel mensen daardoor een niet al te florissante inkomensontwikkeling verwachten, viel dit jaar de hoogste huurverhoging in zes jaar op de mat. Dat komt omdat dit kabinet zich niet verantwoordelijk toont voor betaalbaar wonen.

De inflatie van vorig jaar speelt een grote rol in de ruimte van de maximale huurverhoging. Voor huurders in een sociale huurwoning geldt dat ze afhankelijk van hun inkomen 2,5 tot 4 procent huurverhoging boven op de inflatie kunnen krijgen.

In de vrije sector geldt geen wettelijk maximum, maar in de huurcontracten in dat segment wordt ook vaak uitgegaan van een paar procent boven op de inflatie. En dat tikt met huren van boven de 1000 euro per maand heel flink aan.

Twee keer langs de kassa

De hoge inflatie in 2019 kwam voor een groot deel door de verhoging van de btw op boodschappen en door de stijgende energiebelasting. Huurders mochten zo twee keer langs de kassa. Eerst in de supermarkt en daarna bij de huisbaas.

De wooncrisis is niet nieuw. De huurprijzen zijn al jaren moeilijk op te brengen door huurders. Onder de kabinetten-Rutte werd het inflatievolgende huurbeleid losgelaten en de verhuurderheffing (een belasting op sociale huur) ingevoerd. De huren stegen hard. De commerciële huursector groeide als kool, zonder dat huurders hier bescherming tegen woekerprijzen kregen. De nood is al erg lang erg hoog. Reeds voor de coronacrisis waren de woonlasten voor 800.000 hurende huishoudens te hoog, becijferde het Nibud.

In 2018 sloot de Woningbond dan ook al een sociaal huurakkoord met corporatiekoepel Aedes. De huren van sociale huurwoningen bij corporaties zouden gemiddeld niet méér stijgen dan de inflatie (tenzij hiervan lokaal afgeweken wordt in overleg met gemeente en lokale huurdersorganisaties). Huurders met een relatief hoge huur en een laag inkomen konden huurverlaging of bevriezing aanvragen.

Zonder die afspraken had de gemiddelde huurverhoging ook bij corporaties dit jaar veel hoger kunnen liggen. De afspraken hebben dit gelukkig beperkt.

Tekort van 30 miljard

Echter, tijdens het sluiten van het huurakkoord was het al duidelijk dat er meer nodig was om de betaalbaarheid te verbeteren. Tegelijkertijd moeten er ook nog woningen worden verduurzaamd. En gebouwd; er is een tekort van 330.000 huizen. Dat kost geld.

Ondertussen plunderde de overheid de kassen van corporaties. Vanaf 2013 werd er door de verhuurderheffing al meer dan 10 miljard euro uit de sector gepompt. Corporaties lopen over een aantal jaren tegen een tekort van 30 miljard euro aan, bleek zelfs uit recent onderzoek van drie ministeries. Het kabinetsbeleid ligt al jarenlang op ramkoers met betaalbaar wonen en het bouwen van voldoende huurwoningen.

Toen het ons de afgelopen jaren als land economisch voor de wind ging, heeft de politiek verzuimd de huursector te repareren, zodat mensen er weer betaalbaar kunnen wonen. Huurders hebben niet meegeprofiteerd van de goede jaren. En nu staan er weer slechte jaren op stapel.

De werkloosheid neemt toe. Veel huurders maken zich zorgen om hun inkomen. Mensen met een flexibel arbeidscontract en zzp’ers maken vaak al minder uren en velen vragen zich af of hun baan volgend jaar nog bestaat. Een economische crisis betekent voor gepensioneerden en uitkeringsgerechtigden ook geen positieve verwachtingen over hun inkomensontwikkeling. De ontwikkeling dat wonen een steeds grotere hap uit het besteedbaar inkomen neemt, zet zich voort.

Huurbevriezing

Toch geeft het kabinet niet thuis als het aankomt op betaalbaar huren. De verhuurderheffing blijft in de boeken staan. De Eerste Kamer nam tot drie keer toe een motie tot huurbevriezing aan. Het leidde zelfs tot een motie van afkeuring. Al zag iedereen die de inflatie van 2019 in zijn achterhoofd had wel aankomen wat er zou gebeuren.

De verkiezingen staan voor de deur en daarmee is Prinsjesdag de laatste kans voor minister Ollongren en het kabinet-Rutte III om iets te doen voor huurders en woningzoekenden. Repareer de koopkracht van huurders, investeer in huurverlaging en een ruimere huurtoeslag. En in het bijbouwen van sociale huurwoningen. De wachttijden zijn al veel te lang, en gezien de economische verwachtingen gaan meer mensen een sociale huurwoning nodig hebben om fatsoenlijk en betaalbaar te kunnen wonen. Door te investeren in nieuwbouw, renovatie en verduurzaming van woningen houden we ook de bouw aan het werk.

115.000 huurwoningen in ruil voor korting verhuurdersheffing

Minister van Volkshuisvesting

De verkiezingen staan voor de deur. Een nieuw kabinet zou met een minister van Volkshuisvesting in moeten zetten op woonbeleid waarbij het recht op een betaalbaar huis centraal staat. Vergroot de sociale huursector. Leg de woekerprijzen in de vrije huursector aan banden. Stop de tijdelijke contracten waarmee een hele generatie jongeren zich als stadsnomade van de ene naar de andere tijdelijke woonoplossing trekt. Toen de vorige minister van Wonen, Stef Blok, afzwaaide, concludeerde hij dat de woningmarkt wel af was. Laat een nieuwe minister dan maar weer bouwen aan Volkshuisvesting.

De auteur is directeur van de Woonbond.