Journalist hoeft niet per definitie cynicus te zijn

Constructieve journalistiek is een relatief jonge beweging die van journalisten een betrokken en minder afstandelijke houding vraagt. Foto: Buitenlandse journalisten op Schiphol, de dag nadat een toestel van Malaysia Airlines onderweg van Amsterdam naar Kuala Lumpur is neergestort in Oekraïne (17 juli 2014). beeld ANP, Evert Elzinga

Wat is nieuws? Welke gebeurtenissen zijn het waard om in een nieuwsmedium, zoals een krant of website, te melden? Hierover zijn hele journalistieke handboeken volgeschreven. Onder journalisten wordt wel gezegd: Het aantal slachtoffers van een ramp, gedeeld door het aantal kilometers dat die locatie verwijderd is van Hilversum, bepaalt de nieuwswaarde. En Engelstalige vakgenoten drukken zich al even cynisch uit: „If it bleeds, it leads.” Oftewel, als er maar genoeg bloed vloeit, wordt een nieuwsitem vanzelf leidend. En dan zal het dus hoog scoren op de lijst van best gelezen onderwerpen op het web.

Wat is nieuws? Die vraag hield me bezig toen ik onlangs met een bus vol kinderen uit Wit-Rusland onderweg was naar mijn woonplaats Veenendaal. In de kerkelijke gemeente waarvan ik lid ben, halen we iedere twee jaar een groep van ongeveer 25 kinderen op uit het zuiden van dat land. Dat gebied is in 1986 zwaar getroffen door de kernramp in het naburige Tsjernobyl. De gevolgen van de radioactieve neerslag zijn nog steeds merkbaar. Zo is het aantal mensen dat op jonge leeftijd aan kanker sterft schrikbarend hoog. Door kinderen zeven weken lang een plek te geven in gastgezinnen proberen we hen een onvergetelijke tijd te geven. De ervaring wijst uit dat dit voor hun gezondheid erg goed is. Verder hopen we dat het verblijf in een christelijk gezin op hen een blijvende indruk maakt.

Onderweg kwamen diverse mails en appjes vanaf de redactievloer binnen op mijn smartphone. Wat zullen we doen met dit nieuwsbericht? Zullen we nog een reactie vragen aan die bepaalde deskundige? Dat soort vragen. Tijdens het beantwoorden ervan dwaalden mijn gedachten af naar een gebeurtenis eerder die week. We waren te gast bij een gezin waarvan een dochter met ons mee naar Nederland zou gaan. Haar 14-jarige broer –laten we hem vanwege privacyredenen Dmitri noemen– was een paar jaar geleden ook een periode van bijna twee maanden in ons dorp geweest. Graag liet hij ons even zijn slaapkamer zien. Op zijn bureau stond een klein rijtje boeken. Een daarvan was de Russische kinderbijbel die hij in Nederland had gekregen. Aan de wand hing een kleurplaat, met daarop de tekst ”Lees je Bijbel, bid elke dag”. Gemaakt in Veenendaal. Zou het gestrooide zaad bij Dmitri wortel schieten?

Genève, ruim een week later. Honderden journalisten van over de hele wereld zijn aanwezig bij een conferentie over constructieve journalistiek. Dat is een relatief jonge beweging in ons vak, die van journalisten een betrokken en minder afstandelijke houding vraagt. Constructieve journalisten moeten niet minder kritisch zijn dan hun traditionele collega’s, is de boodschap. Wel zouden ze zich meer moeten bekommeren om het welzijn van hun publiek en een bijdrage moeten leveren aan positieve veranderingen in de samenleving. Een journalist hoeft niet per definitie een cynicus te zijn. Collega’s van gerenommeerde mediabedrijven als Die Zeit, de BBC en The Guardian laten mooie voorbeelden zien. Tijdens een van deze presentaties schiet me Dmitri in gedachten, met zijn kinderbijbel en kleurplaat op de muur. De Heere bouwt Zijn Koninkrijk. Dat gebeurt meestal in stilte en met beperkte misddelen. Opbouwend, constructief, van de hoogste orde. Meer dan nieuwswaardig. En dus het signaleren waard; ook in een nieuwsmedium als deze krant.

De auteur is adjunct-hoofdredacteur van het Reformatorisch Dagblad.