Jongere heeft meer toerusting voor christelijke levenshouding nodig

Veel reformatorische jongeren leven in twee werelden. Zij hebben daarom meer en beter onderwijs nodig in het volgen van Jezus, stelt Pierre J. Beaujon.

Als ik aan mijn leerlingen vraag waarom lezen in de Bijbel zo belangrijk is, krijg ik de meest uiteenlopende reacties. Het grootste gedeelte zegt spontaan: „Om bekeerd te worden.” Anderen zouden niet eens weten waarom Bijbellezen zo belangrijk is. Ze doen het nooit. Ja, gezamenlijk aan tafel of tijdens de kerkdienst of bij kerkelijke activiteiten en natuurlijk bij de dagopening op school. Maar uit zichzelf in de Bijbel lezen? Nee, dat is hun niet aangeleerd. Slechts een klein aantal leest trouw de Bijbel en zoekt Gods leiding daardoor.

„Kun je dan wel een christen zijn, als je de Bijbel niet leest?” Over die vraag hebben de meeste leerlingen nooit nagedacht. Hoe kom je te weten wat het christelijk leven inhoudt als je de Bijbel nooit leest? „Ja”, zeggen sommigen, „dat moet je gegeven worden.” Ik ben soms verbijsterd door de antwoorden van leerlingen, die dat oprecht menen. Als ik hun vraag hoe anderen dan weten dat ze christelijk zijn, is het standaardantwoord: „Doordat we op zondag naar de kerk gaan.” Verder komt het vaak niet.

Daarop stel ik nog een vraag: „De Heere Jezus roept ons op om Zijn getuigen te zijn. Maar zijn wij dat ook?” De verontwaardiging op sommige gezichten spreekt boekdelen: dat doe je toch niet? Dat is de taak van de predikant of evangelist!

Waar staat dan deze generatie, opgroeiend met de postmoderne tijdgeest, voor? Volgens het postmodernisme is er geen absolute waarheid, heeft het leven geen doel en is niets zeker in dit leven. Door de invloed hiervan leven veel reformatorische jongeren in twee werelden en hebben zij moeite met een oprecht geloof dat hun hele leven doorstraalt. Op zondag wordt van hen verwacht dat ze zich christelijk gedragen, maar van maandag tot en met zaterdag kunnen ze met onkerkelijken meedoen. Velen wachten op bekering, maar maken ondertussen geen ernst met een christelijke levensstijl. Het uitdragen van het geloof komt dan al helemaal niet aan de orde.

Fundamentele fout

Deze levenshouding ontdekt ons aan een fundamentele fout. In het onderwijs aan jongeren ligt te veel nadruk op Wet en Evangelie, en worden het christelijke leven en het uitkomen voor het geloof uit het oog verloren. Hoe belangrijk Wet en Evangelie ook zijn, er is meer nodig dan dat.

Deze generatie jongeren heeft behoefte aan onderwijs in de praktijk der godzaligheid. De Reformatie ging over de orthodoxie, maar het was de Nadere Reformatie, in de lijn met het puritanisme, die de orthopraxis uitgewerkt heeft. De reformatoren hebben de leer vastgesteld, de nadere reformatoren hebben die vertaald naar de praktijk van het leven. Deze geloofspraktijk hebben jongeren nodig: hoe leef ik het christelijk geloof uit in deze tijd?

Christelijk leven begint met het lezen en bestuderen van de Bijbel, die van Christus getuigt, opdat we Hem mogen leren kennen en volgen. Het onderzoeken van de Schriften is een opdracht (Joh. 5:39). Zo leren we in gehoorzaamheid aan Zijn Woord te leven en daarin te groeien. Want heiliging is een levenslang proces.

Christus heeft niet de opdracht gegeven om bekeerlingen te maken, maar discipelen. Het accent van Zijn opdracht valt niet op bekering, maar op het volgen van Hem. Een discipel is een volgeling, iemand die leeft naar het voorbeeld van Christus. Dat is wat ouders, leraren, predikanten aan deze jongere generatie bij moeten brengen, en niet alleen de leerstellingen.

Dat onze jongeren ambivalent in hun geloof staan, zegt in de eerste plaats wat over de jongeren. Maar het is de oudere generatie die daarin steken laat vallen. Wij zijn degenen die het voorbeeld moeten geven. Wij behoren aan onze jongeren te laten zien wat de loyaliteit aan Christus voor ons waard is.

Laat de jongeren zien dat de oudere generatie het christelijk leven serieus neemt. Zij behoort jongeren het volgen van Christus voor te leven.

Radicaal

Een discipel is gehoorzaam aan Gods Woord. We kunnen ons de dwaasheid van de autonome mens niet permitteren. Het past een christen niet om selectief met de Bijbel om te gaan, delen van de Schrift die hem wel bevallen te aanvaarden en wat hem niet aanstaat te verwerpen. De roeping tot discipelschap is radicaal en eist het hele leven op. „Een dubbelhartig man is ongestadig in al zijn wegen” (Jak. 1:8).

Wij worden in deze tijd geroepen om de menigte die het kwade doet, niet te volgen (Ex. 23:2). We behoren neer te werpen „alle hoogte die zich verheft tegen de kennis van God, en alle gedachte gevangen te leiden tot de gehoorzaamheid van Christus” (2 Kor. 10:5).

Juist in deze tijd moeten christenen weerstand bieden aan de verleiding om mee te gaan met de waan van de dag. Zij moeten juist opkomen voor wat zij ten diepste geloven. En dat kan alleen door goede discipelen van de Heere te zijn, steeds in de Bijbel te lezen en Gods Woord te bestuderen. Het is de kennis van de Bijbel die jongeren, door de werking van de Heilige Geest, de vrijmoedigheid geeft om op te komen voor de Bijbelse standpunten en om anderen voor te leven en op te wekken Christus Jezus te volgen.

De auteur is docent in het voortgezet onderwijs.