Johannes nodigt uit om niet ”ik” maar ”Hij” voorop te stellen

De „Ik-ben”-uitspraken in het Johannesevangelie zijn een uitnodiging aan ons om verder te denken en keuzes te maken. beeld RD, Anton Dommerholt

Vrijwel iedereen vraagt zich van tijd tot tijd af: Wie ben ik? Het Johannesevangelie stelt een andere vraag centraal: Wie is Jezus? Volgens de apostel Johannes hebben die twee vragen alles met elkaar te maken. Wie wij zijn, staat niet los van wie Jezus is.

Hoe filosofisch het Johannesevangelie soms ook aandoet, de „Ik-ben”-uitspraken van Jezus hebben heel concrete gevolgen voor wie zich erdoor laat meenemen. Want als Jezus Brood, Licht en Herder is, wie ben ik dan? Dat is de indringende vraag die wordt opgeroepen vanaf het eerste vers van dit Evangelie.

Verbonden met God

Johannes geeft meteen al in het begin van zijn boek een onomwonden antwoord op de vraag wie Jezus was. Jezus was er vanaf het begin, zegt Johannes. Hij was altijd bij God en Hij is God. „De Vader en Ik zijn één”, citeert hij Jezus (Johannes 10:30).

Die stelligheid van Jezus valt niet altijd in goede aarde. Steeds weer botst Hij met de mensen om Hem heen, omdat zij Hem in kaders proberen te vangen die Hij overstijgt. Veel van Zijn tijdgenoten vinden Zijn optreden aanmatigend en zelfs bedreigend. Hoe kan het dat we God Zelf ontmoeten in de persoon van Jezus?

Toch hamert Johannes erop dat dit het geval is. Gods heerlijkheid wordt in en door de Mens Jezus zichtbaar. Dat is volgens Johannes geen bedreiging, maar schept een ongekende mogelijkheid. Zo ongekend zelfs, dat woorden tekortschieten om Jezus te omschrijven. Dus gebruikt Johannes een veelheid aan beelden om zijn lezers mee te nemen en hen te leren inzien dat we in Jezus God Zelf ontmoeten.

Verbonden met ons

In het Johannesevangelie staat de verbondenheid van Jezus met God de Vader centraal. Maar het gaat ook om de verbondenheid tussen Jezus en de mensen die in Hem geloven.

Die verbondenheid komt telkens tot uitdrukking wanneer Jezus in dit Evangelie een zin begint met: „Ik ben...” Zeven keer geeft Johannes met steeds andere beelden aan wat Jezus’ komst voor de mensen betekent. Zeven keer blijkt dat verbondenheid geen eenrichtingsverkeer is. Het is een nooit aflatende beweging van God de Vader, via Jezus, naar de mensen en weer terug.

De „Ik-ben”-uitspraken van Jezus benoemen Zijn betekenis voor de wereld en Zijn verbondenheid met de mensen die in Hem geloven. Tegelijk klinkt de kern van het Evangelie erin mee. Want de woorden „Ik ben” verwijzen naar de Naam waarmee God Zich aan Zijn volk bekendmaakt: „Ik zal zijn die Ik zijn zal” (Exodus 3:14). Zo onderstrepen ze dat Jezus Gods aanwezigheid op aarde zichtbaar maakt.

Hij en ik

Die „Ik-ben”-uitspraken zijn een uitnodiging aan ons om verder te denken en keuzes te maken. Als Jezus Brood, Licht en Herder is, wie ben ik dan? Wil ik eten van het Brood dat leven geeft? Durf ik het aan om het Licht te laten schijnen in mijn leven, ook over delen daarvan die duister zijn? Ben ik het schaap dat naar de Herder luistert en door de Deur naar binnen gaat? Ben ik bereid om me te laten snoeien als een rank aan een wijnstok, als ik daardoor meer en beter vrucht ga dragen? Als Jezus de Weg is, ga ik die dan bewandelen?

Deze vragen zouden kunnen overkomen als een ”opgeheven vingertje”, als een oppervlakkige ”moraal van het verhaal”. Maar dat is beslist niet de bedoeling van Jezus.

Dat wordt het duidelijkst in de uitspraak: „Ik ben de Opstanding en het Leven” (Johannes 11:25). Hier blijkt dat het veel verder gaat dan regels. Het gaat om een allesbepalende keuze over hoe we naar het leven en naar onszelf kijken. Laat ik mijn identiteit en mijn perspectief bepalen door wat ”de wereld” over me zegt, door wat ik kan en bezit? Of laat ik me leiden door mijn verbondenheid met Jezus? Het Johannesevangelie nodigt ons uit om niet ons ”ik” voorop te stellen, maar te beginnen met ”Hij”.

Wie is Hij, Jezus, de Mens in Wie we God ontmoeten? Wie die weg met Johannes aflegt, krijgt er een nieuwe ”ik” voor terug.

De auteur is hoofd Bijbelgebruik van het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) en samensteller van het veertigdagenleesplan van de NBG. Een uitgebreide versie van dit artikel staat in het boekje ”Veertig dagen, veertig vragen” van het NBG. www.debijbel.nl/40dagen40vragen voor de digitale versie ervan, met een leesplan over het Johannesevangelie.