Islam kent geen liefdevolle Vader en geen reddende Zoon

De uitspraak ”Allah is liefde” is volgens de islam onmogelijk. Liefde houdt een bepaalde behoefte in en dat is een teken van zwakte. Foto: Moslims bidden in de Mevlanamoskee in Rotterdam.  beeld Jerry Lampen

De islam kenmerkt zich vanaf haar ontstaan al door verdeeldheid. Daarbij is in de Koran veel ontleend aan de Bijbel. De islam erkent echter niet dat Jezus Gods Zoon is, in Wie Gods liefde zichtbaar wordt.

„Duidelijke antwoorden kreeg ik niet”, vertelt Julien Loye, die als tiener vragen had bij het christelijk geloof en haar verdeeldheid (RD 13-2). Uiteindelijk koos hij ervoor om moslim te worden. Waar Julien in dit interview aan voorbijgaat, is dat de islam ook verdeeld is, in ongeveer 150 groeperingen. Mohammed (570-632) kende het jodendom, het christendom en veel heidense, animistische godsdiensten. Hij wilde één godsdienst met één van de ongeveer 360 goden: Allah. ”Allahoe Akbar” betekent: ”Allah is groter”. Groter dan de andere 360 goden. Deze roep wordt vaak gehoord bij de jihad. De jihad is door Mohammed ingesteld om anderen te dwingen over te gaan tot de islam, desnoods met geweld.

Vervalst

Elke moslim gelooft dat de Koran het echte heilige boek is. De Bijbel zou zijn vervalst door de joden (onder anderen Mozes en David) en christenen (Jezus). Veel staat dan ook anders beschreven in de Koran. Abram moest Ismaël offeren en niet Izak, en Mohammed zou de broer van Jezus zijn.

Volgens de islam werd de Koran in dichtvorm door de engel Gabriël voorgedragen en gegeven aan Mohammed. Hij realiseerde zich dat een boek, de Koran, in zijn hart was neergedaald.

Mohammed zelf was analfabeet. Pas na zijn dood heeft zijn vrouw Aisha samen met andere geestelijken de uitspraken van Mohammed op schrift gesteld. Na 150 jaar verscheen de eerste Koran (600 jaar na Christus), in het Arabisch. Na Mohammeds dood ontstond strijd over zijn opvolging en over de uitleg van de Koran. Het resulteerde er uiteindelijk in dat vier islamitische scholen ontstonden, de sjiieten, hanafieten, hanbalieten en malikieten. Elk islamitisch land behoort tot een van de vier scholen.

Verdoemd

Recent heb ik een boek van een bekeerde moslim, Raschid Idrissi, vertaald: ”De zoon van de imam”. Jarenlang had hij geprobeerd Allah te behagen, uit angst voor straf en om zo een plaats in het paradijs te verdienen. Als iedere moslim geloofde hij dat niet-moslims verdoemd worden. Contact met andere religies is trouwens verboden. Tijdens zijn studie en later door het bezoeken van een Bijbelstudiegroep kon hij de islam vergelijken met het christendom. Hierbij was hij aanvankelijk bang om door Allah vervloekt te worden.

In de Bijbel ontdekte hij details over koningen en profeten die hij uit de Koran niet kende. De geschiedenissen uit de Bijbel bevatten veel meer feiten over landen en steden en zij schilderen de gebeurtenissen exacter dan in de Koran gebeurt. Ook ontdekte Idrissi dat de christenen Jezus Zelf hebben meegemaakt toen Hij op aarde leefde.

De meeste en daarbij ook de mooiste eigenschappen van Allah in de Koran komen feitelijk uit de Bijbel. Dat geldt voor Allah als de ”enige” en ”eeuwige”. Maar al eeuwen voor het ontstaan van de islam geloofde men dit in het jodendom en christendom. De uitspraak ”Allah is liefde” is echter onmogelijk. Liefde houdt een bepaalde behoefte in en dat is volgens de islam een teken van zwakte. De Koran kent Allah alleen als harde, eisende, oordelende en verdoemende God. Mensen zijn slaven van hem. ”Islam” betekent dan ook ”overgave aan Allah”.

Genadeoffer

Niemand kon Julien uitleggen waarom Jezus de Zoon van God is, geeft hij in het interview aan. Jezus Christus wordt binnen de islam niet geaccepteerd als Zoon van God en genadeoffer van de Schepper. Velen lasteren de naam van Jezus. Toch staan de wonderen van Jezus, zoals het opwekken van doden en de genezing van lammen en ernstig zieken, ook in de Koran. Maar in de islam heeft God geen Zoon en is hij geen (liefhebbende) Vader van Jezus Christus. Soera 112: „Allah, is Eén, Hij verwekt niet, noch is Hij verwekt.” En: „Het past niet bij Allah dat hij zich een zoon zou nemen”, staat geschreven op de Omar-moskee in Jeruzalem.

Het antwoord voor Julien en ons lezen we in 1 Johannes 2:18-23: „Wie is de leugenaar anders, dan die loochent dat Jezus Christus is? Dat is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent.” In Johannes 10:30 zegt Jezus van Zichzelf: „Ik en de Vader zijn één.” Gods liefde wordt zichtbaar in de werken van Zijn Zoon. „Zegt u dan tegen Mij, Die de Vader geheiligd en in de wereld gezonden heeft: U lastert God, omdat Ik gezegd heb: Ik ben Gods Zoon? Als Ik niet de werken van Mijn Vader doe, geloof Mij dan niet, maar als Ik ze doe en u Mij niet gelooft, geloof dan de werken, opdat u erkent en gelooft dat de Vader in Mij is en Ik in Hem” (Johannes 10:36-38). Die in de leer van Christus blijft, heeft beiden de Vader en de Zoon.

Idrissi getuigt: „Hij maakte me duidelijk: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij” (Johannes 14:6)

De auteur is coach en docent-auteur. Zij houdt lezingen over de islam en vertaalde onlangs het binnenkort te verschijnen boek ”De zoon van de imam”.