In elke uitgave van Christenen voor Israël staat Heere Jezus centraal

Een regenboog boven Tel Aviv. beeld iStock

Wie de wonderen ziet die God aan Israël doet, is getuige van lijden en verlossing, reageert Roger F. G. van Oordt. En daarin staat de Heere Jezus centraal.

Lijden en verlossing liggen dicht bij elkaar. Onbegrijpelijk. Zo geeft God door de dood heen het leven in Zijn Zoon. In elke uitgave van Christenen voor Israël (CvI) staat de Heere Jezus centraal. De kritiek van ds. A. Jonker (RD 1-6) dat de Messias door CvI niet bij Naam genoemd wordt, is onterecht: Zijn Naam wordt telkens opnieuw genoemd. Hij heeft de verlossing bewerkt voor Israël en de gemeente. Zijn genadegaven en trouw zijn onveranderlijk.

We zijn als christenen geroepen om onze medegelovigen te bemoedigen, om Israël te troosten en om te vertellen over de heerlijke werken die God doet in onze dagen. We getuigen van de hoop die in ons is. Daar schamen we ons nooit voor, ook niet in Israël.

De dagen voorafgaand aan de feesten van Israël zijn dagen van inkeer en verootmoediging. De kerk deed dat oorspronkelijk ook, maar na verloop van tijd is daar helaas nog maar weinig van over. We hebben net Pinksteren achter de rug. De dag voorafgaand aan Pinksteren is oorspronkelijk de dag dat de kerk haar zonden beleed. We hebben de Heilige Geest bedroefd en verootmoediging is nodig om vervolgens met een toegewijd hart Pinksteren te kunnen vieren.

De geschiedenis van de christelijke landen ten aanzien van het Joodse volk is een geschiedenis van vernedering, verdrukking en moord op de geliefden van God om der vaderen wil. We hebben ons hoogmoedig gedragen ten aanzien van het Joodse volk en hebben de waarschuwing van Paulus uit de Romeinenbrief om ons niet te beroemen tegen de edele takken uit de olijfboom genegeerd.

Een zware schuld ligt er op de kerk die juist in de geest van Pinksteren beleden zou moeten worden. Hoe kan God Zich over ons ontfermen en een werk van vernieuwing doen in Zijn kerk, als we niet in het reine zijn gekomen met wat wij Zijn volk hebben aangedaan? De rechtvaardige Daniël beleed de zonden van zijn volk en God zag in ontferming neer. Maar in onze kerken is het stil...

Troost

Christenen voor Israël helpt al jarenlang bij het plaatsen van monumenten bij Joodse massagraven. Anderhalf miljoen maal voltrok zich de tragedie: een Joodse man, vrouw of kind – systematisch afgeslacht door de kogel of levend begraven. In Uman, niet ver van de Oekraïense hoofdstad Kiev, bevindt zich zo’n massagraf. Hier liggen duizend kinderen van drie tot tien jaar, door de nazi’s en de Oekraïense politie in januari 1942 uit het getto gehaald om in een kuil in het bos vermoord te worden.

Drie weken geleden, meer dan 75 jaar na dato, stonden we daar. Samen met een handjevol Oekraïense en Duitse christenen, een rabbijn uit Israël en een paar overlevenden. We mochten als Christenen voor Israël een klein beetje troost bieden en een ”yad ve shem”, een plaats en een naam geven aan wat daar had plaatsgevonden.

Helaas wordt er nauwelijks gesproken over de vele wonderen die er vandaag de dag in Israël gebeuren. Om er een paar te noemen: in 1881 emigreerde Eliezer Ben-Yehuda vanuit Wit-Rusland naar Jeruzalem om de Hebreeuwse taal te onderwijzen aan de terugkerende Joden (op de vlucht voor de Jodenvervolging in Oost-Europa). Het Hebreeuws was een dode taal die alleen nog in de synagogedienst gebruikt werd. Ben-Yehuda was ervan overtuigd dat het herstel van het Joodse volk in het land niet kon zonder een eigen taal. Onbegonnen werk, menselijkerwijs gesproken. Hij reisde stad en land af om Hebreeuws te leren aan hen die terugkeerden. Het wonder geschiedde: het Hebreeuws werd weer de levende taal van het terugkerende Joodse volk.

In de jaren veertig van de vorige eeuw werden de Dode Zeerollen gevonden. Een complete Jesajarol, honderden jaren ouder dan de tot dan toe bekende oudste handschriften. De profeet Jesaja profeteerde over de komende Messias en de terugkeer van het Joodse volk.

Tijdens de oorlogen in 1948 en 1967 bewaarde God Israël tegen de Arabische mogendheden. In de jaren 90 vond de terugkeer plaats van het Joodse volk uit het noorden, de voormalige Sovjet-Unie: maar liefst 1,5 miljoen van de 6,5 miljoen Joden die nu in Israël wonen.

De oude stad van koning David werd opgegraven. Daar werden zegels van koopakten gevonden met daarop de namen van mensen aan het hof van koning Zedekia die genoemd werden in Jeremia 38. De profeet Jeremia mocht profeteren dat God Zijn volk zal herstellen in het land, en dat Hij dat doet met heel Zijn hart en ziel (Jeremia 32).

Alle kranten bij elkaar zouden te klein zijn om alle wonderen te bevatten die God in Zijn grote genade aan Israël bewijst. We zouden elke zondag over dat wonder van Gods trouw moeten horen. Wat een enorme troost en bemoediging.

De auteur is directeur van Christenen voor Israël.