Evolutietheorie: niet meer dan creatieve vondst

Bij de evolutietheorie zijn zo veel vragen te stellen. De theorie zit vol aannames en rust op opgeklopte ’bewijzen’. Dr. Wouter Florijn

pleit ervoor de theorie vanuit die invalshoek te doceren. Hij pleit met Luther voor een zekere scheiding van geloof en wetenschap.

In de Accent-bijlage van zaterdag stond in een waardevol interview met VVD-onderwijsspecialist Eric Balemans over onderwijsvrijheid en het lesgeven over de evolutietheorie dit citaat: „Als je het bij elkaar houdt in de biologieles, krijg je ook spanningen, en dan is het nog veel verwarrender. Ik heb zelf biologie gestudeerd aan de Universiteit Utrecht en was daar bevriend met een strenggereformeerde medestudent. Die kwam in gewetensnood bij het vak evolutiebiologie in het tweede jaar. Hij ging naar de hoogleraar om te zeggen dat hij geen tentamen kon doen, omdat hij het allemaal niet geloofde. Toen zei die hoogleraar, heel terecht, dat hij zou toetsen op kennis en niet op de vraag hoe die student er zelf over dacht. We moeten oppassen om te verzanden in discussies over wat waarheid is. Over wat iemand privé aanhangt, zal ik niets zeggen.”

De strenggereformeerde vriend was ondergetekende. Heb ik tegen de hoogleraar gezegd dat ik geen tentamen kon doen in verband met gewetensnood? Ik kan me er niets van herinneren, maar het is een mooi verhaal. Het zou wel passen binnen mijn lijn en mijn geestelijke ontwikkeling.

Eigenlijk staat mij iets heel anders bij: Bij de collegeserie zat ik naast een medestudent die mij ervan beschuldigde dat ik er alleen maar was om de zwakke plekken in de evolutietheorie te zoeken. Ik heb hem toen geantwoord dat dat niet zo was: dat ik wel eens wilde weten wat die evolutietheorie nu volgens dé deskundige en vanuit zijn invalshoek inhield. Ik heb hem gespaard: Het viel mij zo vreselijk tegen. Inderdaad was het tentamen een makkie. Het ging nergens over in mijn beleving.

Pover
Tijdens mijn studie biologie heb ik me er grondig in verdiept en het is pover wat er qua ontstaanstheorie aan feiten aanwezig is. Grove aannames waar de feiten er niet zijn. Labproefjes die werden opgeklopt tot hét bewijs. En dan die bijgevijlde apenkies van Theillard du Chardin, dat liet mij zien hoe fraudegevoelig wij allen zijn.

Toen ik mij realiseerde dat het één groot onherhaalbaar experiment was dat niet verifieerbaar en niet falsificeerbaar was (dus onwetenschappelijk om met Popper te spreken) heb ik besloten mijn aandacht op bewijsbare zaken te richten en de evolutietheorie als een creatieve werkhypothese te beschouwen. Een intrigerende poging om verband tussen de feiten te zoeken en daar erg ver mee te komen!

Iets dergelijks zeg ik tijdens de schaarse keren dat mijn medewetenschapper mij aanvalt op mijn ”geloof”. De perfecte bliksemafleider: Men is dan zeer tevreden, men vraagt niet verder en accepteert mijn stil gebed aan tafel. Ik accepteer hun visie dus accepteren ze de mijne.

Doen ze dat niet, dan kom ik op ’hun’ terrein en heb ik wat evolutionaire probleempjes voor ze waar ik nog steeds geen antwoord op weet, het zou toch kunnen dat nieuwe inzichten zijn doorgebroken (de populaire biologie loopt ver achter op de huidige stand van zaken). Helaas: zij hebben er nooit mee geworsteld en hun kennis van de theorie is meestal rudimentair. Hoe groter de bek, hoe kleiner de hond geldt meestal ook hier. Als creatieve theorie (verzameling van werkhypotheses), maar ook niet meer dan dat, zou ik de evolutieleer tijdens de biologieles behandelen. Maar liever zou ik het over de boeiende natuur zelf hebben.

Luther
Luther gaf (onder meer in zijn preken over het hogepriesterlijk gebed) al duidelijk aan wetenschap en geloof te scheiden. Wil men weten wat ik geloof, dan kan dat ook. Maar de consequenties die ik trek zijn niet waardevrij.

In het dagelijks leven ben ik proefdierdeskundige, een functionaris die proefopzet en ongerief voor proefdieren in de gaten houdt, mooi dat Tineke van den Hoorn -die ook in de Accent-bijlage van zaterdag aan het woord kwam- moeite heeft met genetische modificatie van proefdieren. Dat is een ethisch issue waarbij het veel moeilijker is om wetenschap en geloof te scheiden!

De auteur is als proefdierdeskundige verbonden aan het Gemeenschappelijk Dieren Instituut Amsterdam (GDIA) AMC.