Hoe ziet de kerk van de toekomst eruit?

beeld Sjaak Verboom Sjaak Verboom

Hoe ziet de kerk van de toekomst eruit? Dr. Arjan Plaisier geeft tien kenmerken.

1 De kerk van de toekomst is kerk met meer vrijmoedigheid om van het geloof te getuigen en het geloof ter sprake te brengen. Het is een kerk waarvan de last van de verlegenheid en de drang om zich in het defensief te begeven, is afgenomen. De kerk is te lang in een hoekje gaan zitten en is geïntimideerd door een seculiere maatschappij. De kerk heeft zich te lang aangepast aan de maatstaf van wat in die seculiere maatschappij wel of niet als geloofwaardig kan worden bestempeld. De kerk die in dit hoekje zal blijven zitten, heeft geen toekomst. Daarom hoop ik op en bid ik om een kerk van de toekomst die onbekommerd gelovig durft zijn. Geloof in God is niet langer iets waar we ons voor hoeven te verontschuldigen.

2 De kerk van de toekomst is een kerk met ”meer Christus”. Het is een kerk die Christus als Heer belijdt en die zich lichaam van Christus weet. Alleen God is niet genoeg. Dat is te vaag, te algemeen. Dat raakt te weinig aan het hart. Dat dringt te weinig door in de schaduw van het leven en de duisternis van het bestaan. Te lang is Christus verzwegen. Daardoor is God ook een God op afstand geworden. Het verzwijgen van Christus heeft de kloof tussen deze wereld en God vergroot. Die kloof ontstaat op het moment dat je uit het oog verliest dat God door Christus de kloof heeft overbrugd in de menswording van God Zelf.

3 De kerk van de toekomst is een kerk die meer van het kerkvolk is. De kerk is als lekenbeweging begonnen, ook al zijn er altijd ambten geweest en zullen er ambten blijven. Die ambten zijn ervoor om de gemeente bij het heil te houden en om te voorkomen dat de kerk een religieuze club wordt. Dat laat onverlet dat de kerk veel meer dan nu een geloofsgemeenschap zal zijn waar geloof en leven worden gedeeld. Dat vraagt meer dan nu dat er momenten zijn van ”toe-eigening” van het geloof. Het is te voorzien dat hier kleinschaligheid voor nodig is. Die kan eventueel samengaan met grootschalige erediensten.

4 De kerk van de toekomst is meer oecumenisch. Het is een kerk die aan de bestaande scheuringen voorbij aan het komen is. Het is een kerk die ”postdenominatie” is. Niet dat de kerken meteen in een organisatorisch verband tot eenheid zullen komen, maar wel zal er een levend besef zijn van het gedeelde ”algemene” of ”katholieke” geloof. Kerken die zich vastbijten in de eigen confessionaliteit zullen alleen een eigen achterban bedienen. Zeker op het protestantse erf is een ”samen tot Christus gaan” nodig. Cultuurverschillen en nestgeur zijn factoren waar rekening mee moet worden gehouden, maar in het geweld van de tijd zullen ze steeds relatiever worden.

5 De kerk van de toekomst is een kerk die ook in Nederland verder gaat verkleuren. Deze verkleuring heeft alles te maken met de niet meer weg te denken presentie van migrantenkerken. Deze kerken, die veelal uit de niet-westerse wereld komen, zijn de levende tekenen dat het zwaartepunt van het christendom naar het zuiden en ook het oosten verschuift. Met de verkleuring zal de kerk ook katholieker en evangelischer worden. Het gevestigde protestantisme zal alleen een toekomst hebben wanneer het zich hiervoor openstelt. Omgekeerd zal het gevestigde protestantisme een rol kunnen blijven spelen als het gaat om theologische verdieping en doordenking van de vragen van kerk en seculiere cultuur.

6 De kerk van de toekomst zal meer een lappendeken van kerkvormen zijn. De kerkorde van de Protestantse Kerk geeft hier ruimte aan en belast plaatselijke gemeenten niet met al te uniforme regelgeving. Traditionele kerkvormen blijken sterk te zijn, maar vragen wel om een geloofwaardige ambtsbediening. Daarnaast zijn er leefgemeenschappen, pioniersplekken die laagdrempelig zijn en gericht op een groep die door traditioneel kerk-zijn moeilijk wordt bereikt. Binnen deze veelheid van kerkvormen wordt er gezocht naar een levende, ”mooie”, kwalitatief goede liturgie, waarin de lofprijzing en de verkondiging van het heil in woord en teken de brandpunten zijn.

7 De kerk van de toekomst zal een kerk zijn waar meer bekeerlingen tot de gemeente behoren en minder mensen door geboorte. Dat zal met name de gevestigde kerken verder in getal doen afnemen. De doop zal zeker nog aan kinderen worden bediend, maar in toenemende mate ook aan volwassenen. Er zal een intensere discussie over de kinderdoop plaatsvinden. Er zullen wegen gevonden moeten worden om het sterke van de kinderdoop (God is ons voor, relativering van onze keuze) te verbinden met het verlangen naar een doopervaring.

8 De kerk van de toekomst zal een diaconale kerk zijn, waarin meer dan voorheen de betekenis van met elkaar leven zal worden beleefd. Diaconie is niet een product van de kerk voor buiten. Het is in de eerste plaats het leven van gelovigen met elkaar door gaven (geestelijk en materieel) met elkaar te delen. De kerk is zelf een samenleving. Deze samenleving staat open voor iedereen. Het spreekt vanzelf dat er een ”spillover” is van dit met elkaar samenleven en elkaar dienen naar de maatschappij.

9 De kerk van de toekomst zal een leefgemeenschap zijn waarin bewuster de christelijke waarden geleefd zullen worden. In de samenleving zullen er altijd tekenen van waarheid, goedheid en schoonheid zijn. Tegelijk is onze postmoderne samenleving een samenleving die in de greep van vreemde goden komt, die natuurlijke levensverbanden onder druk zet en de menselijkheid bedreigt. De kerk is geroepen een levende tegengemeenschap te zijn.

10 De kerk van de toekomst ligt in Gods hand. De kerk bouwt geen eigen rijk op aarde. Beleidsplannen zijn op het randje omdat ze te vaak suggereren dat de kerk maakbaar is. We leven onder een open hemel en verwachten de Heer. Tot die tijd zullen we met liefde en wijs beleid voortgaan, in het geloof dat God ons door Zijn Geest onderweg steeds die gaven geeft, die nodig zijn.

De auteur is oud-scriba van de Protestantse Kerk in Nederland. 
Dit artikel is een bewerking van de lezing die hij afgelopen zaterdag hield op een symposium in Den Haag over het onderwerp ”Hoe ziet de kerk er over 100 jaar uit”.