Hoe het kerkgebouw gered moet worden

beeld ANP ANP

De plaatselijke overheid moet haar verantwoordelijkheid nemen rond kerkgebouwen en een kerkenvisie schrijven, betoogt Bert-Jan Brussaard.

Met regelmaat staan ook in deze krant zorgwekkende berichten dat kerkgebouwen hun deuren noodgedwongen moeten sluiten. Onlangs (in december 2014) sprak aartsbisschop Wim Eijk nog de verwachting uit dat over tien tot vijftien jaar nog slechts 20 van de 300 rooms-katholieke kerkgebouwen in het bisdom Utrecht hun oorspronkelijke functie hebben. Regelmatig moet ook tot sluiting van protestantse kerkgebouwen worden overgegaan, zoals recentelijk in Den Haag en Groningen.

Specifiek voor de ‘kerkenstad’ Utrecht geldt de verwachting dat op termijn 70 procent van de kerkgebouwen de komende jaren met leegstand en exploitatie­problemen te kampen zal krijgen. Dit jaar zullen al vijf rooms-katholieke kerkgebouwen de deuren moeten sluiten (Joseph­kerk, Jacobuskerk, Nicolaas/Monica-kerkzaal, Antoniuskerk en Dominicuskerk).

Deze gebeurtenissen staan niet op zichzelf. Door de secularisatie verschijnt in veel kerkgebouwen nog maar een handjevol kerkgangers. Kerkelijke huwelijken worden steeds minder gesloten en het aantal doopplechtigheden neemt in een hoog tempo af. Er is bij veel kerken een schrijnend tekort aan vrijwilligers. Behalve dit ‘religieuze’ verlies zijn er ook maatschappelijke en sociale gevolgen. Er dreigt een ongekende teloorgang van cultureel erfgoed. Kerkgebouwen spelen immers een belangrijke rol in het beeld van een dorp of stad, als karakteristieke monumenten van bouwkunst die door kerkgangers én niet-
kerkgangers worden gewaardeerd.

Kerkenvisie

Als CDA-fractie in de gemeenteraad van Utrecht trekken wij ons de dreigende sluiting van kerkgebouwen in onze stad zeer aan. Hoewel de ‘exploitatie’ van een kerkgebouw in de eerste plaats een taak is van de kerkelijke gemeente, menen wij dat ook de plaatselijke overheid een belangrijke rol moet vervullen bij het behoud van kerkgebouwen. Om deze reden hebben wij het stadsbestuur in Utrecht gevraagd om een zogeheten kerkenvisie op te stellen. Hierin moet de gemeentelijke visie op het religieus erfgoed in Utrecht worden verwoord, met speciale aandacht voor de verwachte leegstand en de wijze waarop de plaatselijke overheid eigenaren van kerkgebouwen kan faciliteren.

Onderdeel van deze kerkenvisie zou moeten zijn:

1. Kerkenregeling: tot voor kort kende Utrecht een verstandige subsidieregeling die het onderhoud van monumentale kerk­gebouwen mede mogelijk maakte. Helaas heeft het huidige college van B en W (D66, GroenLinks, VVD en SP) hier een abrupt einde aan gemaakt. Waar de ‘exploitatie’ van (monumentale) kerk­gebouwen al heel lastig blijkt te zijn vanwege hoge onderhouds- en verwarmingskosten en dalende opbrengsten door dalend kerk­bezoek, is dat door het schrappen van de kerkenregeling nog eens verergerd. Daarom is geldelijke steun in de vorm van een gemeentelijke of provinciale subsidie voor bijvoorbeeld het onderhoud van de monumentale gebouwen onmisbaar. Terwijl Utrecht zich nationaal en zelfs internationaal steeds meer profileert als kerkenstad, doet het college er bitter weinig aan om die reputatie in stand te houden. Sterker nog, men lijkt er zelfs trots op te zijn een nieuwe bijdrage te hebben geleverd aan de secularisatie. Waar Utrecht vroeger als lichtend voorbeeld gold van een stad waar werd ingezet op behoud van de eredienst, ligt deze tijd helaas ver achter ons.

2. Adviesfunctie: de kerkenvisie moet ook een draaiboek bevatten waarmee de kennis en expertise van de gemeentelijke afdelingen worden gebundeld om eigenaren van kerkgebouwen beter te kunnen ondersteunen bij onderhoud, renovatie of exploitatie van kerkgebouwen, al dan niet met herbestemming. Het probleem is dusdanig dat de plaatselijke en de provinciale overheid hier een taak in zouden moeten hebben. Ook zien we een actieve rol voor de plaatselijke overheid weggelegd bij bemiddeling en het in contact brengen van eigenaren van kerkgebouwen met zogeheten nieuwe geloofsgemeenschappen (bijvoorbeeld migrantenkerken) die regelmatig om nieuwe kerkruimte verlegen zijn.

3. Promotiefunctie: de plaatselijke overheid heeft ook een rol bij de promotie van de culturele en toeristische waarde van kerken. Tevens kan de plaatselijke overheid een actieve rol oppakken door zelf ook gebruik te maken van kerkgebouwen, bijvoorbeeld voor vergaderingen. Op deze manier wordt direct bijgedragen aan de positieve exploitatie van kerkgebouwen.

4. Wegnemen van belemmeringen: de plaatselijke overheid moet het eigenaren van kerkgebouwen gemakkelijker maken door belemmeringen weg te nemen, als eigenaren van kerkgebouwen dat wensen. Een voorbeeld is de in sommige gevallen belemmerende gemeentelijke monumenten­status. Deze zorgt voor veel extra kosten en vormt voor veel eigenaren een blok aan het been bij de exploitatie van de gebouwen. Een gebouw moet desgewenst van die status kunnen worden ontdaan.

Verantwoordelijkheid

In de toekomst zullen, zoals gezegd, helaas veel kerk­gebouwen in ons land leeg komen te staan. Voor het behoud van deze kerk­gebouwen (met én zonder religieuze functie), is een om­vattende visie van de plaatselijke overheid onontbeerlijk. De plaatselijke overheid kan dit niet aan gebouwen­eigenaren overlaten, maar moet hierbij haar eigen rol en verantwoordelijkheid nemen.

De auteur is raadslid voor het CDA te Utrecht.