Historische canon geen instrument voor identiteitspolitiek

De historische canon van Nederland moet vooral een hulpmiddel voor het geschiedenisonderwijs blijven. Foto: Kasteel Muiderslot. beeld ANP, Robin van Lonkhuijsen

De historische canon van Nederland is een hulpmiddel voor het geschiedenisonderwijs. Bij de herziening ervan moeten politici zich niet met de inhoud bemoeien. De canon is immers niet bedoeld als een instrument voor nationale identiteitspolitiek. Was dat zo, dan kon James Kennedy als voorzitter van de revisiecommissie beter de stekker uit het project trekken.

Het rommelt rond de historische canon. Sinds minister Van Engelshoven van OCW op 31 mei de opdracht tot revisie gaf, laait de discussie over hoe Nederlanders met hun verleden moeten omgaan weer op. Aanleiding is de ongelukkige motivering van de revisieopdracht. Volgens de minister dient de commissie evenwichtig aandacht te besteden aan de verhalen en perspectieven van verschillende groepen in de samenleving. Daarbij moeten ook de schaduwkanten van de Nederlandse geschiedenis voldoende aan bod komen. Kort gezegd: meer vrouwen, minder witte Nederlanders en nadrukkelijker aandacht voor het donkere slavernijverleden.

Partijpolitiek

In de media zijn de woorden van Van Engelshoven inmiddels breed uitgemeten. Daarbij is de herziening van de canon het probleem niet. Punt van discussie is de bemoeienis vanuit Den Haag met de inhoud ervan. Om professor Frits van Oostrom, samensteller van de eerste editie, te citeren: Houd de canon uit de klauwen van de partijpolitiek. Ook de onderwijsorganisaties Verus, ISBO, VGS en LVGS wezen donderdag in een gezamenlijke brief aan de minister op de onwenselijkheid van politieke inmenging.

Hoewel de Tweede Kamer benadrukt dat van politieke invloed geen sprake kan zijn, loopt de minister commissievoorzitter Kennedy toch op z’n minst voor de voeten. Immers: na de revisie zal de vraag zijn of hij meer vrouwen uit het nationale verleden heeft opgenomen en hoe is omgegaan met de schaduwkanten van het optreden van onze voorouders.

Het probleem zit echter dieper dan het feit dat de minister haar boekje te buiten is gegaan door suggesties voor de herziening te doen. Achter haar gewraakte advies steekt de vraag naar de functie van de canon. Op dit punt is het belangrijk om de ontstaansgeschiedenis erbij te betrekken. Na de waarschuwing van de Onderwijsraad dat scholen te weinig aandacht besteden aan de Nederlandse cultuur en geschiedenis is op initiatief van de toenmalige onderwijsminister Van der Hoeven een historische canon opgesteld: vijftig vensters met personen, gebeurtenissen en voorwerpen die samen de geschiedenis van Nederland vertellen. Het project beoogde het vergroten van de kennis van onze geschiedenis en cultuur.

De vraag is of de canon daaraan heeft bijgedragen: het peil van de kennis van Nederlanders over hun eigen verleden is nog altijd bedroevend. Belangrijker is echter te bedenken dat de canon bedoeld is als hulpmiddel voor het onderwijs. De Onderwijsraad vond destijds dat hij een speciale functie zou kunnen hebben bij de inburgering van nieuwe Nederlanders. De commissie richtte zich echter bewust op alle kinderen die het primaire onderwijs bevolken. Nog in 2018 benadrukte commissievoorzitter Van Oostrom in het Historisch Nieuwsblad dat de canon geen wasstraat van de Nederlandse identiteit is: alsof mensen pas echt Nederlander zijn als ze zich de canon hebben eigen gemaakt.

De canon is dus niet bedoeld als identiteitsdocument. Dat dreigt ze, mede door de opmerkingen van de minister, wel te worden: een canon die aan het veelkleurige pallet van Nederlanders bouwstenen moet verschaffen voor hun identiteit. Als het doel is de multiculturele samenleving van een fundament te voorzien, kunnen Kennedy en de zijnen er beter mee ophouden. Het valt immers niet te ontkennen dat het verleden van Nederland in belangrijke mate West-Europees is, en dat het lange tijd vooral mannen zijn geweest die de Nederlandse cultuur hebben gevormd; in elk geval de culturele bovenlaag. En daarbij: in zijn ontstaan is Nederland een protestants-christelijke natie. De overheidsbemoeienis met de komst van de Statenbijbel, een van de canonvensters, is er een teken van. Evenmin valt te ontkennen dat het naoorlogse Nederland in rap tempo geseculariseerd is.

Verhaal

De canon vertelt het verhaal van de Nederlandse geschiedenis. Het samenstellen van zo’n canon is op zich al een hachelijke onderneming. Immers: wat erin komt, is wat mensen vandaag belangrijk vinden. Daarmee zegt de canon even veel over het verleden als over het heden. Zo bezien is de wens van de minister om meer vrouwen op te nemen en meer aandacht te besteden aan de donkere kanten van de vaderlandse geschiedenis begrijpelijk. Het kabinet heeft immers een emancipatieagenda, en schaamte voor het verleden neemt langzamerhand epidemische vormen aan.

De canon is echter niet bedoeld om een identiteit aan te meten. Wie zo met de geschiedenis omgaat, maakt er een echoput van: dan hoor je alleen de eigen stem terug. Meer diversiteit en nog meer aandacht voor zwarte bladzijden is op zichzelf niet zo interessant. De belangrijke vraag is of de canon een eerlijk verhaal presenteert, waardoor mensen het heden van de Nederlandse samenleving kunnen begrijpen. Daarom moet hij vooral een hulpmiddel voor het geschiedenisonderwijs blijven. Het gaat hierbij niet om het verheerlijken van een nationaal verleden, maar om bewustwording van een gedeelde geschiedenis, ondanks alle onderlinge verschillen Het verleden is niet bedoeld om het heden te legitimeren; in dat geval moeten Kennedy en zijn commissie op zoek naar identificatiefiguren in de geschiedenis die samen heel de huidige Nederlandse bevolking kunnen bedienen. Dit is echter een overvragen van de canon, en van Kennedy. Daarom kan de commissie beter alle identiteitspolitiek op een afstand houden.

Vorming

Natuurlijk heeft een historische canon een vormende betekenis. Juist christenen moeten beseffen dat er meer is dan de waan van de dag. Mensen zijn deel van een keten van geslachten. Bijbels gezien kunnen mensen echter hun identiteit niet uit hun verleden halen. Opvoeding is er volgens Psalm 78 juist op gericht dat kinderen niet worden als hun vaders; over zwarte bladzijden gesproken.

Alleen daarom al kunnen ook christenen de historische canon niet gebruiken voor hun eigen identiteitsagenda. Meer verwijzingen naar het christelijke verleden zijn wenselijk, maar niet om het gevoel van een goede oude tijd te cultiveren. Bijbels gezien is het belangrijk te weten waar je vandaan komt; belangrijker is echter of je bij Christus hoort. Over identiteit gesproken.