Hemels koninkrijk wordt gebouwd door de gezinnen heen

„Zien we God staan in het Woord?” beeld Henk Visscher

We behoeden onze jongeren voor afval als we tot God komen en geloven „dat Hij ís, en een Beloner is dergenen die Hem zoeken”, stelt Jaap Theunisse.

Aan de hand van statistische gegevens schetst Laurens van der Tang een beeld van de kerkverlating onder (vooral) jongeren (RD 24-6). Hij schrijft: „Er is alle noodzaak voor ouders, scholen en kerkenraden om zich te bezinnen op de vraag hoe potentiële afhakers voor afval te behoeden.” Ik deel zijn bezorgdheid en wil aanhaken bij zijn vraag.

2017-06-24-accTOE1-Jeugdappel-6-FC-V_webVerloren zonen en dochters

Wat betreft de ouders: de Heere gaf ons onze kinderen om hen voor Zijn aangezicht en tot Zijn eer op te voeden. Verschillende vragen komen dan boven. In hoeverre onderschrijven wij de noodzaak van ”eerst bekering en dan verkering”? Hebben wij gebeden om een man of vrouw die de Heere vreest? Is ons huwelijk een drievoudig snoer? Wat baden en verwachtten wij alvorens er nog maar iets van onze kinderen begon te leven? En wat is onze verwachting van een God Die door ons heen Zijn Koninkrijk wil bouwen?

Met het oog op de kerkenraden en herders aan wie de schapen zijn toevertrouwd, kunnen we vragen: Kennen deze herders de stem van de Opperherder? Zijn zij onberispelijk in handel en wandel en zijn hun kinderen gelovig (Titus 1:6-9)? Kennen zij de taal waarin jongeren zich uiten? Hoe zit het met de pastorale vermogens van de kerkenraad?

Vragen die de scholen aangaan, zouden kunnen zijn: Wat bespreken we in de sollicitatiegesprekken? Is er, naast alle andere belangrijke toetsen, ook plaats voor de belangrijkste toets? Wat kennen onze leerkrachten van de nauwe omgang met de Heere? En wat merken onze jongeren daarvan?

Puinruimen

Vaak wordt de klacht geuit dat onze jongeren te weinig ”levende voorbeelden” hebben. Maar als we op genoemde vragen positief zouden kunnen antwoorden, zouden er genoeg van die voorbeelden zijn. Dan zouden onze jongeren godvrezende (groot)ouders, ooms, tantes, leerkrachten en ambtsdragers hebben.

Is dit beeld te rooskleurig? Volgens de Bijbel niet. We zien daarin hoe God het voor ogen heeft. In de omgeving van levende voorbeelden gebeuren er wonderlijke dingen. Denk aan Cornelius de hoofdman, Lydia, de stokbewaarder en Crispus.

En als het nu niet gegaan is zoals het had moeten gaan? Verkering gekregen zonder God, getrouwd zonder de Heere, kinderen gekregen zonder Hem, ouderling geworden en huisbezoeken gedaan zonder een levend geloof, als leerkracht dagelijks het Bijbelverhaal verteld zonder een levende band met de Heere?

Dan wordt het tijd om puin te ruimen. „Heden, zo gij Zijn stem hoort, verhardt uw hart niet (Ps. 95:7 en 8).” Keer je af van alles wat tussen jou en de Heere in staat en geloof Zijn heil- en troostrijk Woord. Zie op Hem Die zei: „Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke (Joh. 7:37).” In vertrouwen op Zijn belofte: „Stromen des levenden waters zullen uit zijn buik vloeien (Joh. 7:38).” Stromend water, dat heilzaam is voor je directe omgeving.

Instrumenten

God wil Zijn Koninkrijk bouwen door de gezinnen heen. Ouders mogen instrumenten zijn van Hem om hun kinderen tot de Heere Jezus te leiden. Zo heeft God ook ouderlingen aangesteld om de kudde te leiden, om tot de lammetjes en de schapen een woord op zijn tijd te spreken. En de dienaren des Goddelijken Woords mogen vrede en het goede verkondigen, zodat hun voeten lieflijk genoemd zouden worden (Rom. 10:15).

Geloven we dit allemaal nog? Beseffen we nog wel dat God een ondubbelzinnige bedoeling heeft als Hij ons Zijn Evangeliewoord zendt? Zien we Hem staan in het Woord? Horen we Zijn welmenende, uitnodigende woorden: „Laat de kinderkens tot Mij komen, en verhindert ze niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods (Mark. 10:14)”? Proeven we de kracht van het woord uit Hand. 16:31: „Geloof in de Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden, gij en uw huis”?

Ik geloof dat we onze jongeren voor afval behoeden als we tot God komen en geloven „dat Hij ís, en een Beloner is dergenen die Hem zoeken” (Hebr. 11:6). Zelfs al hebben we als ouders jarenlang brokken gemaakt en dreigt ons gezin een ruïne te worden. „Welzalig hij die al zijn kracht en hulp alleen van U verwacht” (Ps. 84:3).

De auteur is schipper en vader van zeven kinderen.