Geweld: niet in Jezus’ naam

$localValues.name
beeld EPA, Ryan Stone EPA, Ryan Stone
2

Als christenen herhaaldelijk moslims ertoe oproepen afstand te nemen van geweld dat met een beroep op de Koran wordt bedreven, zouden ze zelf het voortouw moeten nemen en zich duidelijk dienen te distantiëren van geweld dat met een beroep op de Bijbel wordt gerechtvaardigd.

JA

De verschrikkelijke moordpartij in Orlando (VS), waarbij tientallen doden te betreuren waren, is bedreven door een moslim. Zowel in Europa als zeker in Amerika gaan echter er stemmen op dat het net zo goed een evangelische of orthodoxe christen had kunnen zijn die in de betreffende homobar voor zo veel dood en verderf zorgde. Hebben immers ook christenen niet een klimaat van homohaat geschapen door hun felle verzet tegen het homohuwelijk en de emancipatie van alternatieve vormen van seksualiteit? Worden abortusartsen in Amerika niet bedreigd door gewelddadige activisten die zich christenen noemen? Dat roept dan toch de verdenking op dat het christelijk geloof net zoals de islam agressie opwekt en tot gewelddadigheid motiveert. Een bekend schrijver als Maarten ’t Hart beweerde zelfs nog onlangs voor de radio dat alle behoudende christenen op één lijn kunnen worden gesteld met de taliban.

Nu is het helaas waar dat de naam van Christus herhaaldelijk betrokken wordt bij uitingen van felle haat tegen en afkeer van bijvoorbeeld homoseksuelen en transgenders. Het is diep beschamend wanneer zogenaamd christelijke haatpredikers zelfs begrafenissen van vermoorde homoseksuelen verstoren met hun leuzen en spandoeken. Deze fanatici schrikken er niet voor terug om over het diepe leed van hun naasten heen te walsen en zout te strooien in vers geslagen wonden. Bovendien claimen ze dat ze in Gods naam het oordeel kunnen aanzeggen over de slachtoffers.

Inderdaad, christenen hebben net als moslims de plicht om openlijk afstand te nemen van dit religieus gemotiveerde geweld. Hier worden de grenzen van de vrijheid van meningsuiting en van godsdienstvrijheid ten principale overschreden. Mensen die vandaag zo’n spandoek met haatteksten dragen, kunnen morgen naar een mitrailleur grijpen en om zich heen gaan schieten. Hun verbaal geweld verschilt slechts gradueel, niet principieel van het geweld van de schutter in Orlando. Hoe vaak ze ook bij hun optreden naar Jezus verwijzen of Bijbelteksten citeren, het heeft niets te maken met het authentieke christelijke geloof. Als christen sta ik om Christus’ wil pal tegenover hen en naast de nabestaanden van de slachtoffers in Orlando.

NEE

En toch gaat het te vlug wanneer zo’n oproep om afstand te nemen van geweld in één adem, en zonder nader onderscheid te maken, zowel aan christenen als aan moslims wordt gericht. Het is verblijdend dat wereldwijd vele moslims via sociale media laten weten: „Not in my name.” Daarmee zeggen ze dat de godsdienst van IS, Hezbollah, al-Qaida, Boko Haram en andere radicale groeperingen niet hún godsdienst is. Ze geven aan dat de echte islam van deze moordlustige interpretaties onderscheiden moet worden.

Kunnen deze sympathieke moslims echter ook zeggen: „Not in Muhammad’s name?” Laat eindelijk eens zonneklaar uitgesproken worden dat een beroep op Mohammed vals is wanneer in de naam van de islam mensenrechten worden vertreden en mensenlevens worden veracht. En als het zo is dat Mohammed niet kan worden vrijgepleit van geweld, laat dat dan erkend worden en helder worden gemaakt dat hij in dat opzicht geen navolging verdient.

Als christenen wereldwijd moeten we uitspreken: „Not in Jesus’ name.” Nergens en nooit heeft Christus opgeroepen tot gewelddadigheid. Het beroep dat in de geschiedenis op woorden van Hem is gedaan om geweld te legitimeren, is aantoonbaar onjuist. Hij heeft de liefde tot de naaste, inclusief de vijanden, niet alleen nadrukkelijk geleerd, maar ook consequent voorgeleefd.

Gelovigen die in Zijn voetspoor gaan, hebben inderdaad morele overtuigingen die ingaan tegen de visie van de geseculariseerde meerderheid in het Westen, onder meer op het punt van huwelijkstrouw, beleving van seksualiteit en bescherming van ongeboren of ten einde neigend menselijk leven. Daar is niets mis mee. Ze hebben het volste recht om openlijk voor deze overtuigingen uit te komen in de publieke ruime. Ze dienen gevrijwaard te worden van onzinnige vergelijkingen en beschuldigingen zoals een radicale secularist als Maarten ’t Hart die uit. Ze weten zich geroepen om in hun levenspraktijk, juist ook in de omgang met andersdenkenden, te laten zien dat de Bijbel hen inspireert tot liefde en bewogenheid, en dat iedere interpretatie van de Bijbel die in strijd is met Jezus’ liefdevolle barmhartigheid, totaal de plank misslaat.

DUS

Christen dienen zich net als moslims te distantiëren van religieus gemotiveerd geweld. Ze doen dat des te overtuigender omdat ze niet alleen kunnen zeggen: „Niet in mijn naam”, maar vooral: „Niet in Jezus’ naam.”

Dr. J. Hoek, emeritus hoogleraar systematische theologie.