Gelovige gemeenschap die Evangelie uitdraagt beste wapen tegen vervolging

„Wanneer een kerk vanuit de gemeenschap is georganiseerd, is het bijna onmogelijk om haar het zwijgen op te leggen.” Foto: Koreaanse christenen. beeld SDOK

Alleen de geestelijke wapenrusting uit Efeze 6 verschaft een weerbaarheid die onmisbaar is voor elke christen. Ook in een land als Nederland, waar de fronten op een ander vlak liggen dan in landen waar fysieke vervolging voorkomt.

Binnenkort komt zeker de vraag: moeten we langer doorgaan met alleen online kerkdiensten of durven we het aan om onder voorwaarden weer als gemeente samen te komen?

Veel vervolgde christenen zullen andere vragen stellen. Met name zij die niet anders weten dan dat het verboden is om christelijke samenkomsten te beleggen. Ze stellen dat er een veel belangrijkere vraag is dan of we online of offline zullen samenkomen: is je kerk georganiseerd rond het kerkgebouw of rond de kerkleden en vormt de gemeenschap rond Christus het centrum?

Preekstoel centraal

Eric Foley, directeur van een partnerorganisatie van SDOK in Zuid-Korea, schreef hierover recent erg treffend in een artikel waarin hij de vraag stelt: „Is onze kerk georganiseerd vanuit „pulpit down” of vanuit „household up”?

De meeste kerken in het Westen zijn georganiseerd rond kerkgebouwen met een preekstoel, „pulpit down”, zoals hij dat noemt. Christenen komen op zondag bij elkaar in een gebouw met een preekstoel. Die vormen het centrum van het kerkelijk leven. Maar een kerk die „pulpit down” georganiseerd is, is gemakkelijk door de overheid te stoppen. Het maakt daarbij niet uit of je online of offline samenkomt.

We zien dit bijvoorbeeld in China. Terwijl Nederlandse christenen in deze coronatijd uitwijken naar online kerkdiensten, kregen Chinese kerken te horen dat het ook verboden was om online diensten te organiseren. Chinese kerken die alleen werken vanuit „pulpit down” zijn volledig lamgelegd. Maar kerken die „household up”, dus vanuit de gemeenschap georganiseerd zijn, worden niet getroffen door de overheidsmaatregelen. Hoewel hun voorgangers gevangen zitten en kerkelijke gebouwen in beslag genomen zijn, groeien deze kerken! Hoe is dat mogelijk?

Planten

Het antwoord op deze vraag ligt aan de manier waarop deze kerken georganiseerd zijn. In landen waar het christelijk geloof streng verboden is, worden geen kerken geplant. In plaats daarvan verspreiden christenen het Evangelie via buren en bestaande netwerken. Dat kan binnen de familie zijn, maar ook via contacten op het werk, op school en in de buurt.

Dit principe komen we in de Bijbel ook tegen. Als in de tijd van Jezus over een huishouden wordt gesproken, wordt niet gedoeld op een gezin of directe familieleden. Die kring is veel breder. Het huishouden betrof ook de aangetrouwde familie, slaven en andere mensen die voor je werkten. Het ging om een groep mensen die van elkaar afhankelijk waren voor het dagelijkse levensonderhoud. Aan het hoofd van ieder huishouden stond een gezaghebbend persoon, de pater familias. Dit zien we ook in de Vroege Kerk.

Het doel van de eerste christenen was niet het hoofd van de gemeenschap ervan te overtuigen dat hij een kerk moest stichten of de deuren van zijn huis open moest zetten voor zondagse samenkomsten. Het ging hun er veel meer om dat het Evangelie geplant werd in elk gezin binnen de gemeenschap, zodat mensen tot bekering zouden komen. Dit was niet alleen tot zegen van de eigen gemeenschap, maar zorgde ook voor verandering van hun relaties met hun buren en zelfs hun vervolgers.

Gearresteerd

Voor hen gold een kerk als een verzameling huishoudens waarin het Evangelie een levende werkelijkheid was geworden. Een voorganger was het hoofd van de familie en had zijn familie geleerd het Evangelie te delen, God te dienen en de naaste lief te hebben. Omdat hij ook in geestelijk opzicht goed voor zijn gezin zorgde, kreeg hij de verantwoordelijkheid om eveneens andere huishoudens toe te rusten.

Wanneer een kerk zo vanuit het principe „household up” wordt gebouwd, is het bijna onmogelijk om haar het zwijgen op te leggen. Zelfs als de dominee in de gevangenis zit, blijft elk huishouden functioneren. Zelfs als de leider van een huishouden wordt opgesloten, houdt de kerk niet op te bestaan, maar nemen andere leden van de gemeenschap de taken van de voorganger over. En zelfs als alle leden van een huishouden gearresteerd worden, gaan andere huishoudens door en groeien ze zelfs. Elk lid van het huishouden is getraind en toegerust om het Evangelie te prediken en de gemeente te dienen.

Groei

Wij kunnen het ons moeilijk voorstellen dat je een sterke christen kunt zijn als niet de zondagse samenkomst het centrum van alles vormt. Besef wel dat in véél landen christenen niet op zondag kunnen samenkomen zoals wij gewend zijn. In landen als Noord-Korea en Saudi-Arabië is dit onmogelijk, zowel offline als online. Voor deze christenen betekent het woord kerk de dagelijkse transformatie van elk huishouden naar een gemeenschap waarin Christus het middelpunt vormt.

Opmerkelijk is dat de kerk juist in dit soort landen het snelst groeit. Christenen hier zijn standvastiger dan christenen op plekken met alle vrijheid om te geloven. Dit komt doordat ieder huishouden en elk lid van dat huishouden niet alleen geleerd heeft het Evangelie uit te leggen, maar ook in staat is om andere taken te vervullen die horen bij de dienst van God.

De kerk bouwen via „household up” is niet nieuw. De blauwdruk van dit principe vinden we in het Nieuwe Testament en het vormt het uitgangspunt van christenen in veel gesloten landen. Hun geloof is gericht op het verspreiden van het Evangelie binnen het eigen netwerk. In huiskamers komen gelovigen bij elkaar, ze lezen de Bijbel, fluisterend of hardop, memoriseren Bijbelverzen en passen de Bijbelse boodschap toe op hun dagelijkse leven.

Deze christenen hebben te maken met vervolging door de overheid of de lokale gemeenschap. Toch volgen ze Jezus, die gezegd heeft: „In de wereld zult u verdrukking hebben, maar heb goede moed: Ik heb de wereld overwonnen” (Johannes 16:33).

Weerbaarheid

Vervolgde christenen houden ons een spiegel voor. In plaats van te vragen: „blijven we als kerk alleen online actief of beginnen we weer met het houden van normale diensten?” worden we geprikkeld om na te denken over een andere vraag. Hoe kunnen we onze „pulpit down”-kerken omvormen tot gemeenschappen die „household up” opgezet zijn?

Tijdens lezingen en presentaties die we als SDOK geven, wordt weleens de vraag gesteld: „Hoe kun je je het beste op vervolging voorbereiden?” Om die vraag te kunnen beantwoorden, moeten eerst andere vragen worden beantwoord. Zorg ik in geestelijk opzicht goed voor mijn eigen gezin, de mensen in mijn directe omgeving? Leg ik hun uit wat de Bijbelse boodschap betekent voor de praktijk van het dagelijkse leven en zoeken we als gezin dagelijks naar manieren om het Evangelie met anderen te delen? Weerspiegelen we het beeld van Christus in de manier waarop we met elkaar en met mensen in onze directe omgeving omgaan?

Alleen dan ben je geestelijk weerbaar en toegerust in de geestelijke strijd die we alleen kunnen winnen met de geestelijke wapenrusting waar Efeze 6 over spreekt. Het is een weerbaarheid die onmisbaar is voor elke christen, ook in een land als Nederland, waar de fronten op een ander vlak liggen dan in landen waar fysieke vervolging voorkomt.

André van Grol is directeur van SDOK, Richard Groenenboom werkt bij deze organisatie als woordvoerder.