Geestelijke houding leidt tot geloofwaardige reformatorische organisaties

„De ruimte om binnen ons onderwijs voluit te mogen spreken naar Gods Woord dreigt steeds kleiner te worden.” beeld RD, Anton Dommerholt

Wij onderschatten hoezeer wij onze geloofwaardigheid als reformatorische organisaties en kerken teloor laten gaan als wij strijden op fronten waar geen wezenlijke vijand te bespeuren valt, betoogt P. W. Moens.

Groepsprocessen, polarisatie en samenklontering in de Biblebelt leiden tot onvoldoende urgentiebesef en tot onvruchtbaar gedrag in reformatorische kring. Terwijl de secularisatie steeds gretiger om zich heen grijpt, boeten reformatorische kerken en organisaties in aan geloofwaardigheid. Ook onderwijsorganisaties blijken hiervoor niet immuun. Slechts een waarachtig geestelijke oriëntatie op Gods Woord schenkt perspectief.

Aanbeland bij het eind van 2017 kijk ik dankbaar terug op de wijze waarop in het afgelopen jaar honderd jaar onderwijsvrijheid is herdacht. In brede christelijke kring is er aandacht besteed aan het voorrecht dat er al een eeuw lang Bijbelgetrouw onderwijs mag worden gegeven. Zo’n gezamenlijke herdenking verenigt en doet je realiseren dat je, ondanks allerlei theologische accentverschillen, veel gemeenschappelijk hebt met christenen uit andere kerkelijke denominaties. Je herkent elkaar vanuit het gemeenschappelijke verlangen om onze jongeren te vormen vanuit de Bijbel en om hen voor te bereiden op een plek in een seculiere samenleving.

Dit soort bemoedigende gebeurtenissen zijn er gelukkig vaker. Ik noem slechts de totstandkoming van de ”Bijbel met uitleg”. Talloze predikanten uit de breedte van de gereformeerde gezindte hebben samengewerkt om het Woord van God op begrijpelijke wijze uit te leggen. De uitgave voorziet in een grote behoefte.

Ook de wijze waarop er binnen de SGP interkerkelijk wordt samengewerkt, is zo’n mooi voorbeeld. Dit betekent: als we dicht bij de kern blijven (het doorgeven en vertolken van Gods boodschap), weten we elkaar blijkbaar goed te vinden. Zolang we ons maar oriënteren op het hart van het christelijk geloof! Dit is naar mijn mening een belangrijke les die we onszelf vaker mogen inprenten.

Profileringsdrang

Helaas kenmerkt onze gezindte zich niet in alle opzichten door een constructieve bejegening van elkaar. In de Biblebelt verliezen we ons zomaar in onderling gekrakeel. Blijkbaar menen we ons die luxe te kunnen permitteren. Dat is om meerdere redenen een grote vergissing.

Uit het recente rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) blijkt dat het draagvlak in onze samenleving voor christelijke waarden en normen vrijwel is verdampt. Of het nu gaat om homoseksuele relaties, de evolutietheorie, abortus, euthanasie of voltooid leven, het zijn voor het overgrote deel van onze samenleving onaantastbare verworvenheden.

Er is bovendien steeds minder begrip en tolerantie voor de minieme minderheid die hierover anders denkt. Ik noem alleen maar de venijnige kritiek dat reformatorisch onderwijs eigenlijk indoctrinatie van kinderen betekent. De ruimte om binnen ons onderwijs voluit te mogen spreken naar Gods Woord dreigt steeds kleiner te worden.

Gelet op deze dreiging van buitenaf doet het pijn als ik zie dat reformatorische onderwijsbestuurders en toezichthouders, onder wie voorgangers, onderling wantrouwen ademen. Discussies over de identiteit van een school zijn niet altijd verheffend. Bijvoorbeeld wanneer op oneigenlijke wijze kerkelijke twisten geïmporteerd worden op het terrein van de school. Het leidt tot een wedloop, waarbij de een niet onder wil doen voor de ander. Niet zelden heeft dit niets te maken met trouw aan de Bijbel, maar met profileringsdrang van de eigen denominatie.

Waar is de ootmoed? De houding dat de een de ander uitnemender acht dan zichzelf? Wie van eigen zondigheid overtuigd is, klaagt meestal niet over de ander maar over zichzelf.

Urgentie

Gelet op de dreiging van buitenaf, de benauwende ontwikkelingen in de samenleving, kunnen wij ons dit gedrag en de verdere verdeeldheid niet permitteren. Zijn wij ons hier werkelijk van bewust? Met de mond beamen wij dit zonder twijfel grif, maar dit moet dan ook ons handelen en de omgang met elkaar bestempelen. Concreet en tastbaar. Anders zijn onze klaagzangen over de seculiere tijdgeest slechts holle woorden. Ik mis in mijn werkomgeving helaas te vaak dit besef van urgentie. Dit moet veranderen! Wij onderschatten hoezeer wij onze geloofwaardigheid als reformatorische organisaties en kerken teloor laten gaan als wij strijden op fronten waar geen wezenlijke vijand te bespeuren valt.

Natuurlijk deel ik de zorgen om de interne uitholling en verwereldlijking binnen de eigen gezindte. Dit legitimeert wel een bepaalde bezorgdheid maar geen verdere verdeeldheid. Laten we ook beseffen dat de verdere verdeeldheid haar weerslag heeft op het verlies aan intern gezag, bij de jeugd én bij de ouderen.

Houding

Gedurig mis ik in onze gezindte de evenwichtige, maar ook besliste inbreng van mensen zoals wijlen ds. A. Vergunst. Er bestond geen twijfel over zijn principiële overtuiging. Maar hij paarde die overtuiging aan de gave om onderscheid te maken tussen hoofd- en bijzaken. Ook bij andere kerkelijke denominaties herkende hij het verlangen om te gehoorzamen aan Gods Woord, al legde hijzelf de accenten anders.

Deze houding, gevoed door ootmoed en het besef van eigen tekort, verdient navolging. In het voetspoor van ds. G. H. Kersten, die tijdens een SGP-rede (1937) sprak: „Wij voeren geen kerkelijke politiek. In eenheid wensen wij op te trekken met allen die de hervormde belijdenis van onze vaderen erkennen als gegrond te zijn op Gods Woord. Van hervormden tot oud gereformeerden zijn hier één.” Dit onderstreept het belang van eerlijke ontmoeting en respect.

Een waarachtig geestelijke concentratie op het Woord van God en een gelovige oriëntatie op de verzoening in Christus plaatst veel onderlinge discussies in het juiste perspectief. Onze seculiere tijd laat niet toe om hiermee te treuzelen. Wij zijn geroepen om in de omgang met elkaar iets te vertonen van de gestalte van Christus (Joh. 13:14, 15). Aan Wie anders zouden kerken en reformatorische organisaties hun geloofwaardigheid moeten ontlenen?

De auteur is voorzitter van het college van bestuur van de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs.