Flexibilisering slecht voor jongeren

beeld ANP ANP

Jongeren stellen hun intrede in het gewone gezinsleven steeds langer uit, constateert Sara-May Leeflang. En dat ligt voor een groot deel aan de arbeidsmarkt.

Jongeren stellen huisje-boompje-beestje steeds langer uit. Het CBS kwam op 6 maart met de statistieken naar buiten. Niet alleen hoog opgeleiden, maar ook laag en middelbaar opgeleiden wachten steeds langer met belangrijke zaken zoals het kopen van een huis, trouwen en het krijgen van kinderen.

Hoe dit komt? Volgens jongerenbeweging Young & United is de sociaaleconomische positie van jongeren de laatste decennia behoorlijk verslechterd. Jongeren zijn volgens de wet op hun 18e volwassen, maar de politiek onthoudt jongeren tot hun 27e de rechten die bij hun status als volwassen en serieuze burgers horen.

Van deze jongeren wordt verwacht dat zij als volwassen burgers deelnemen aan de maatschappij, maar ondertussen moeten zij tot hun 23e genoegen nemen met een minimumloon, wordt hun verteld financiële steun bij de ouders te zoeken, hebben ze geen volledig recht op de bijstand en bewegen zij zich op een arbeidsmarkt waar vergeleken met de jaren 80 de flexibilisering enorm is toegenomen. Op deze manier wordt het hun moeilijk gemaakt om een zeker bestaan op te bouwen en dus stellen steeds meer jongeren huisje-boompje-beestje uit.

Woensdag presenteerde Young & United daarom samen het FNV het boek ”WTFACT” waarin met behulp van wetenschappers en twintigers de valkuilen van hedendaagse wet- en regelgeving worden blootgelegd. We willen opkomen voor onze eigen generatie. Want jongeren worden niet als volwaardige volwassenen meegeteld.

Flexibilisering

Er lijkt onder jongeren een tweedeling te ontstaan. Aan de ene kant is er een groep die propageert dat jongeren zolang mogelijk moeten genieten van hun vrijheid en het volwassen worden moeten uitstellen. De wereld ligt aan hun voeten en zij kunnen kiezen en worden wat ze willen. Maar dit zijn vaak jongeren die financieel kunnen terugvallen op hun ouders en zich zo stages en vrijwillige werkervaringsplekken kunnen veroorloven. Aan de andere kant zijn er jongeren die een zeker bestaan voor zichzelf willen opbouwen maar hierin vastlopen, omdat zij niet terug kunnen vallen op financiële steun van hun ouders. En dan komen ze erachter dat ze vanwege de sociale regelgeving ook niet in aanmerking komen voor de bijstand. Zo vallen ze tussen wal en schip.

Voor beide groepen twintigers geldt dat ze zich steeds later settelen. Dat komt voor een deel door de toenemende keuzemogelijkheden, maar vooral de economische crisis en flexibilisering op de arbeidsmarkt spelen een grote rol. Volgens arbeidssocioloog en medeauteur van ”WTFACT” Fabian Dekker vormt die flexibilisering een groter probleem dan we denken. Volgens zijn bevindingen heeft de economische crisis in 2008 vergeleken met de crisis in de jaren 80 gezorgd voor een verdubbeling van flexibilisering op de arbeidsmarkt. En dat is volgens hem om verschillende redenen een probleem. „Deze generatie krijgt een lager loon, er is sprake van minder scholing omdat bedrijven geen zzp’ers scholen, er ontstaan problemen op de woningmarkt en problemen met het pensioen en er is een grotere kans op werkloosheid.”

Veel jongeren kunnen nauwelijks hun kosten dekken en dus ook niet investeren in hun eigen toekomst. Volgens Trudi Knijn, medeauteur van ”WTFACT”, wordt de sociale onzekerheid onder jongeren vergroot doordat in 2004 de leeftijdsgrens voor een bijstandsuitkering is verhoogd naar 27 jaar. Tot die leeftijd is het recht op een bijstandsuitkering conditioneel en afhankelijk van deelname aan scholing en leer-werktrajecten. Die condities zijn goed bedoeld, maar desastreus voor veel jongeren, voornamelijk laagopgeleide en allochtone.

Meritocratisch

De huidige maatschappij kenmerkt zich als meritocratisch. Je moet jezelf maken en scheppen. Lukt het je niet om uit te groeien tot een succes, dan ligt de verantwoordelijkheid daarvoor helemaal bij jezelf. Het huidige kabinet herhaalt keer op keer het mantra van zelfredzaamheid, maar negeert intussen de kwetsbare groepen. Want niet iedere jongere van 18 tot 27 jaar kan terugvallen op zijn of haar ouders.

Zijn jongeren in Nederland nou echt zo zielig? Nee. Jongeren in Nederland hebben het goed, vergeleken bij jongeren in Griekenland, Spanje en Portugal. Daar is de flexibilisering in deze leeftijdscategorie nog groter. Maar de vrees van Fabian Dekker voor de inkomens van laag en middelbaar opgeleiden, voor wat er gebeurt met jongeren die niet kunnen terugvallen op hun ouders en toch financieel zelfredzaam moeten zijn, is terecht.

Trudi Knijn pleit dan ook voor een terugkeer naar het collectieve. Om de geest van de jaren 70 een beetje terug te krijgen wil zij één les uit die tijd meegegeven: „We waren ons er meer dan de jeugd van tegenwoordig van bewust dat we samen moesten optrekken tegen onrechtvaardigheid en ongelijkheid en we hadden niet de illusie dat we er door elkaar te bestrijden in een geweldige competitie individueel beter op zouden worden.” Jongerenbeweging Young & United heeft haar advies opgevolgd. De vraag is nu, of de politiek ernaar zal luisteren.

De auteur (27) is freelance journalist en oprichter van website deTwintiger.nl.