Feest voor de preek heeft de Bijbel als bron

De prediking als het huwelijksaanzoek van de hemelse Bruidegom is een bron van vreugde en verwondering. Foto: kansel in Groningse Martinikerk. beeld RD, Anton Dommerholt

Een preekfestival, dus een feest voor de preek?! Kan deze combinatie van preek en feest eigenlijk wel? Een aantal overwegingen kan helpen een woord op de juiste waarde te schatten.

Volgende week dinsdag vindt in Amersfoort een ”preekfestival” plaats, georganiseerd door verschillende opleidingen en organisaties die iets tot uitdrukking willen brengen van de grote waarde van de preek. Waarom?

Al te stellig wordt soms de indruk gewekt en vervolgens versterkt (door het napraten van elkaar) dat de preek zijn langste tijd wel gehad heeft als middel om het Evangelie van Gods genade te communiceren. Er is sprake van een wat verzuurd klimaat rond de preek in brede delen van de kerken in Nederland. Dat mag en moet anders. Daarom een preekfestival.

De preek is van alle tijden. In de eerste plaats omdat ze vanuit theologisch perspectief onopgeefbaar is: Gods Woord wil klinken en gehoord worden. Bovendien blijkt de preek als rede vanuit retorisch perspectief bezien nog altijd een krachtig middel om anderen te laten delen in wat men op het hart heeft, ook in een zogenaamde visueel ingestelde cultuur. Daarom een dag over de prediking, over ambt en ambacht.

Bron van de preek

Wanneer iemand tegenwerpt dat dit wel waardevolle dingen zijn, maar dat het woord ”festival” te uitbundig (of zelfs losbandig?) klinkt, dan is enig tegenwicht wel op zijn plaats. Toegegeven, het is komen overwaaien uit de Engelse taal. Daar wordt gekozen voor de aanduiding ”Festival of Preaching” om het feestelijke van de prediking aan te duiden. Maar hoe breng je kort op formule in onze taal dat het bij het verschijnsel preek werkelijk om een vreugdevol gebeuren gaat? Ja, en dan moet het ook nog een beetje eigentijds klinken. Daarom een preekfestival: een feest voor de preek.

Vreemde combinatie? Dat valt wel mee als je er even verder over doordenkt, wanneer je gevoelsmatig het woord niet mooi vindt vanwege de preek als bediening van het Woord van God. Er lijkt iets van de bijzondere plek van de prediking, van de heiligheid te verdwijnen. Misschien speelt ons ook parten dat we ernst verwarren met somberheid en daarom bij een festival niet kunnen denken aan de ernst van de prediking: over leven en dood.

Laten we echter bedenken dat de bron van de prediking een zaak van vreugde is, een feest. De reden van de preek? Er is „een zeker koning, die zijn zoon een bruiloft bereid had” (Mattheüs 22:1-4)! Om die reden gaan de boden van de koning eropuit. De prediking staat in het licht van een bruiloft, een feest.

Nog een andere reden om de preek te verbinden met een feest? De vreugde van Jezus over het welbehagen van de Vader als de bron van de preek: „Ik dank U, Vader, Heere van hemel en aarde...” (Mattheüs 11:25). En daarom: „Kom allen tot Mij.” Waar komt de preek vandaan? Wie zich daarover leert verwonderen, kan wel spreken over het feest van de prediking. In de woorden van een mens klopt het hart van God.

Bron van het feest

Het feest als bron voor de preek. De preek put uit deze feestbron. Omgekeerd is de preek zelf ook een bron van vreugde, een bron voor het vieren van een feest. Te denken is aan de vreugdebode uit Jesaja 52: „Hoe lieflijk zijn op de bergen de voeten van hem die het goede boodschapt...” En dan volgt een beschrijving van de jubel en vreugde.

Onze feestdagen, waar we onbekommerd het woord feest bij gebruiken, zijn alleen welsprekende dagen in het licht van het Woord dat ons verkondigd is. We hebben geen „kindje in de kribbe”, maar het lied over „het Woord is vlees geworden.” Zo ontvangen we bij alle feestdagen de feiten én de prediking ervan. Daarom op zondagen meer dan een leeg graf: de Levende Heiland die als de Goede Herder Zijn stem laat horen.

Is het nog nodig om de preek als een bron van feest te zien? In de Heidelbergse Catechismus is er sprake van „het beginsel van de eeuwige vreugde in mijn hart” en van „de eeuwige sabbat die in dit leven aanvangen.”

De prediking als het huwelijksaanzoek van de hemelse Bruidegom is een bron van vreugde en verwondering. Om nog eens een oud, maar ook wel heel treffend woord van stal te halen: wat een verwaardiging! Je bent het op geen enkele manier waard en toch valt je de eer te beurt dit aanzoek te ontvangen. Verbazingwekkend.

Preek als feest

Hoe komt het dat de preek soms in zo’n negatief daglicht staat? Dat is allereerst een vraag voor de predikers. Dan zijn we niet klaar met een „het Evangelie is nu eenmaal niet naar de mens.” Zijn we dienaren van het Woord?

De preek opgenomen in het geheel van de liturgie heeft iets van een lied, in aanklacht en vrijspraak. De preek als feest, omdat de vensters geopend worden naar de echte wereld: de wereld waarin Christus reeds is ingegaan als de Eerste van allen, de nieuwe wereld.

De auteur is hoogleraar praktische theologie aan de Theologische Universiteit Apeldoorn.