Evangelie maakt niet gelukkig, maar moedig en zalig

„In deze wereld zijn we in angst. Maar Jezus zegt: Heb goede moed! Ik heb de wereld overwonnen.” Foto: zonsopgang boven de Mount Hood en de Amerikaanse stad Portland (Oregon). beeld iStock

Daar waar God in ons heerst, zijn we minder vatbaar voor de macht, de eisen en de oordelen van mensen en van deze wereld, benadrukt Els van Dijk.

Er was eens een predikant die net bevestigd was voor het evangelisatiewerk in een verpauperde wijk van een stad ergens in Amerika. Op een morgen stond hij bij het raam van de hal van de kerk en keek hij uit over de straat. Daar zag hij drugshandelaars en junks bij elkaar staan en blowende en drinkende jongeren rondhangen. De tranen rolden over zijn wangen.

De koster kreeg het op een gegeven moment in de gaten en probeerde hem te troosten met de woorden: „Ach, dominee, trek het u niet aan, over een halfjaar bent u daar wel aan gewend.” Waarop de predikant zei: „Ja, dat weet ik. Daarom huil ik juist.”

Onverschilligheid

Het is niet vanzelfsprekend meer dat we geraakt worden door alle gebrokenheid, de pijn, de onmacht en het verdriet waarmee we geconfronteerd worden in deze wereld. Bewogenheid is ons niet aangeboren, is niet vanzelfsprekend. Het zit ook niet in het DNA van onze samenleving.

Bij de Heere Jezus zien we echter ontferming, heilige verontwaardiging en boosheid als Hij ziet dat de voortgang van het Koninkrijk belemmerd wordt en mensen niet tot hun bestemming komen. Is dat bij ons ook zo? Ik vrees van te weinig of misschien wel helemaal niet. Het lijkt wel of iedereen alles best vindt. Of in elk geval de handen vol heeft aan zichzelf.

We winden ons wellicht nog op over heel veel (opvallend) kwaad in deze wereld. Kwaad dat zich vertoont in allerlei vreselijke gedaanten. In terrorisme, uitbuiting, wantoestanden in de financiële wereld, onderdrukking en misbruik op welke manier dan ook. Maar is de moderne gedaante van het kwaad niet oppervlakkigheid, onverschilligheid en gedachteloosheid? Het kwaad, zegt de joodse filosofe Hanna Arendt, zit in iedere weigering om zelf na te denken, in iedere vraag die uit gemakzucht niet wordt gesteld. Het kwaad kan zelfs schuilgaan achter het masker van de waarheidsliefde, waarachter mensen zich verbergen om constant rond te kunnen snuffelen in de fouten van anderen, om daar vervolgens verontwaardigd over te raken. Maar raakt het ons dat er echt iets aan de hand is in deze wereld?

Zingeving

Veel mensen zijn met zichzelf bezig en hun eigen mate van geluk. In deze tijd wordt gezegd dat geluk maakbaar is en dat je er vooral heel erg je best voor moet doen. Je móét gelukkig zijn! Geluk als dictaat. Geluk dat een directe relatie heeft met materieel welzijn, met succes.

De populaire psychiater Dirk de Wachter noemt het idee dat het leven vooral leuk moet zijn de ziekte van deze tijd. Materieel hebben we het nog nooit zo goed gehad. Maar waarom zijn we dan zo erg in nood? Waarom zijn wij zo vermoeid, nemen we zoveel pillen en heeft iedereen een diagnose? „We zijn te geobsedeerd door geluk”, meent hij. „En dat lijkt mij een vergissing.”

Hij beschrijft de westerse mens als overprikkeld, egocentrisch en overmoedig. Ieder heeft voor zich de taak om gelukkig te worden. En als dat niet lukt, is het je eigen schuld. Maar dat is één grote leugen, die leidt tot prestatiedruk en de ervaring dat het leven één grote wedstrijd is. Veel mensen zijn gericht op het hier en nu en op het eigen geluk. Dat betekent dat alles wat te maken heeft met zingeving, met van betekenis willen zijn, Jezus willen volgen, Zijn handen en voeten willen zijn, vervangen is door uiterlijkheden, materiële zaken en oordelen van anderen. En dat maakt somber en depressief.

Slim en oprecht

Het Evangelie wijst een heel andere weg. Die van verlossing en bevrijding en van een zaligheid die gekoppeld is aan heel andere zaken dan materiële. Niet de weg van het dikke ik, maar van het uitgezonden worden in deze wereld. We moeten niet blijven steken bij de diagnose van het kwaad, maar (zoals Augustinus zei) geloven in het einde ervan. Omdat God sterker is dan welk kwaad dan ook en omdat Hij ons wil gebruiken om het kwade te overwinnen door het goede te doen. Dat raakt het hart van een mens.

Het is vreselijk als we wereld- gelijkvormig worden in ons gedrag, in ons denken of in ons voelen. Maar ingrijpender is het als dat wat deze wereld dicteert ook ons verlangen, ons hart bepaalt. Dan worden verlangens naar succes, status of geluk belangrijker dan verlangen naar God en Zijn toekomst.

In deze context zijn de woorden die Jezus in Matth. 10:16 spreekt indringend: „Zie, Ik zend u als schapen te midden van de wolven; wees dus bedachtzaam als de slangen en oprecht als de duiven.” We zijn hier niet om ons eigen gevoel te kietelen, maar we zijn op deze aarde om van betekenis te zijn. En daarin moeten we iets van de slang overnemen om te begrijpen wat ons bedreigt, hoe we die bedreiging kunnen weerstaan en verslaan. Daarom zal een christen nooit wereldvreemd mogen zijn. Als een slang zijn, betekent dat je schrander, verstandig en slim moet zijn. Je moet heel goed weten wat je te doen hebt, hoe de wereld is waarin je je begeeft. Maar mét dat weten moet je wel op weg gaan – als een duif: zuiver van bedoelen, oprecht, puur, onversneden. Je toewijding aan God moet onverdeeld zijn. Dien God niet half, maar helemaal. Overwin het kwade door het goede te doen.

Heilige verontwaardiging

Daarvoor zijn twee dingen nodig: hoop en moed.

Allereerst hoop. Hoop is niet wat je verwacht; het is wat je nooit hebt durven dromen. Hoop overtreft je stoutste verwachtingen. Hoop is een diepe, niet te beredeneren afhankelijkheid van een God Die kan bewerkstelligen wat ons eigen voorstellingsvermogen gewoon te boven gaat.

Want, zegt Augustinus, wat een mens gelukkig maakt, komt niet van hemzelf, maar van iets dat hem overstijgt. Ik vestig mijn hoop op Jezus Christus, die zegt: „In de wereld heb je angst. Maar heb goede moed! Ik heb de wereld overwonnen.” Jezus heeft de wereld overwonnen. Hij is overwinnaar. Hij heeft de wereld en dus ook het kwaad overwonnen.

In deze wereld zijn wij in angst. Voor onszelf, voor het leven dat ons te wachten staat, voor de veeleisendheid, voor de torenhoge verwachtingen en wat niet al. De bedreigingen zijn dagelijks om ons heen. In die onstuimige zee van angst klinkt: „Maar!” Er staat iets tegenover: „Heb goede moed!” Dat is niet: denk eens aan iets anders, spring eroverheen, zoek afleiding, kijk series, ontvlucht het. Nee, er is een andere werkelijkheid, namelijk Jezus, Die het kwaad overwon. Wij mogen in het licht van die Overwinnaar staan. Moed wordt geboren uit pijn, maar niet uit alle pijn. Pijn die wordt ontkend, onderdrukt of genegeerd, wordt angst of haat. Net zoals boosheid die niet in goede banen wordt geleid, uitloopt op rancune en verbittering. De boosheid die ik bedoel heeft alles te maken me de heilige verontwaardiging die we bij Jezus zien. Boosheid over de gebrokenheid leidt tot moed.

Innerlijke vrijheid

We mogen elkaar attenderen op de weg die Jezus ons wijst en waarin het woord ”zalig” centraal staat. Jezus noemt belangrijke voorwaarden daarvoor in de zaligsprekingen. Bijvoorbeeld innerlijke vrijheid (God maakt vrij!) tegenover bezittingen en prestaties. Barmhartigheid en streven naar gerechtigheid.

Jezus belooft ons geen wereld waarin alles prima in orde is, maar een weg naar zaligheid midden in de realiteit van deze wereld. Een zaligheid die niemand ons kan afnemen. Die bestaat daaruit, dat het rijk van God in ons is.

Daar waar God in ons heerst, zijn we minder vatbaar voor de macht en de oordelen van andere mensen en van deze wereld. Gods doel is niet om ons gelukkig te maken. Zijn doel is om ons de Zijne te maken.

De auteur is directeur van de Evangelische Hogeschool (EH) in Amersfoort. Dit artikel is gebaseerd op haar op 7 september gehouden toespraak tijdens de opening van het nieuwe cursusjaar van de EH.